Misschien kwam het door de zomer die even langskwam na de avond met Willem Schinkel in de Valreep in Amsterdam-Oost – het restant van het voormalige dierenasiel. Ik heb op de overdrachtelijke valreep afgesproken contact op te nemen met de spreker terwille van vragen en discussiepunten en ik heb het niet doorgezet toen. Ben het emailadres waarschijnlijk inmiddels kwijt.
Enfin.

Een van de punten die bij een groot deel van het publiek moeilijk leken te vallen was zijn pleidooi voor ecologisch nationalisme. Het is de onschuldigste soort nationalisme die men zich kan bedenken en niets wat zo onder permanente druk staat als “de ecologie”. Als Staatsbosbeheer al laat weten dat niets van waarde gratis is

Als jongeling ging ik tamelijk regelmatig fietsen over de Ringdijk van de Watergraafsmeer. Geen vijf minuten vanaf mijn woonplek begon “buiten” in die dagen – weilanden in de diepte, aan de andere zijde het Zuiderzeepark en rijen populieren. Ik ben er in geen tijden meer geweest, maar er moest een snelweg om Amsterdam heenkomen, een extra tunnel bij en naar het Zeeburgereiland, en de universiteit die ik als alumnus toch nooit als “de mijne” kan voelen had behoefte aan een Science Park. Zo noemen ze dat. Vaarwel, vindplaats van ringslangen (niet dat ik ze zelf ooit gezien heb daar). Ik durf eigenlijk niet te gaan kijken hoe het er nu is.

Je kon ook de Zeeburgerdijk affietsen, langs het noodziekenhuis en een plaats waar soms zigeuners neerstreken. De dijk veranderde vanzelf in de Diemerzeedijk, wellicht de oudste zeewering van Amsterdam en omgeving (het begin is ergens bij de Schreierstoren, de Zeedijk, de naam zegt het al).
Onderweg passeerde je een sluiswachtershuis/gemaal met het opschrift (onder andere) Hic fretum Batavorum – het moet zoiets betekenen als “hier wordt de Bataafse zee gekeerd” – ik weet het niet meer precies, en ik kan mij goed voorstellen dat de grote Thijsse, niet geplaagd door kennis van schoollatijn, het als “Ik vreet Batavieren” las.

Als je de zeedijk aanhield kwam je vanzelf op een stortplaats van chemisch afval. Soms brandden vaten gif er en waren de wolken in een groot deel van Amsterdam-Oost en Diemen te zien. De vaten vlogen de lucht in – we konden niet bevroeden hoe giftig dit alles was. “Ga jij het blussen, broer?” vroegen twee meisjes mij toen ik dichtbij – net als zij – het schouwspel bezag – iets wat mij bijgebleven is omdat het geloof ik de laatste keer was dat ik zo Amsterdams ben aangesproken door onbekenden.
Omdat het er zo gevaarlijk was, was het terrein een soort vrijplaats voor wilde natuur die anders niet zo makkelijk waar te nemen zou zijn in de omgeving van Amsterdam. Ringslangen, naar ik vernomen heb, de stadsecoloog van Amsterdam vermeldt er allerlei bijzondere vogels, waarvan de hop (Upupa epops) wel als bijzonderste mag gelden. Zelf heb ik er in een sloot krabbescheer gezien, iets wat het vermelden waard schijnt te zijn.

Een gifstort zo tegenover een plaats waar men in de voormalige zee een prettige nieuwbouwwijk wil bouwen, IJburg, dat kon niet langer – vrijplaats voor natuur of niet. Er valt van alles voor te zeggen. Ik denk niet dat het Diemerpark dat er voor in de plaats is gekomen een waardige opvolgster is, maar vooruit, bijna alle natuur in Nederland komt neer op park.
En nu moet er blijkbaar gestreden worden tegen asfaltering van dit park en ruim baan voor auto’s, want de maakbare samenleving bestaat niet volgens de heersende ideologen, maar auto’s, dat moet altijd kunnen.
Er loopt een petitie tegen, we kunnen altijd oproepen te tekenen, met de moed der wanhoop.

verspreid dit nieuws...Tweet about this on Twitter
Twitter
0Share on Facebook
Facebook
0Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Reddit
Reddit
0Email this to someone
email
Deze nieuws en opiniesite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis voor iedereen. Dat is enkel mogelijk door de steun van onze lezers. Wij hebben jouw steun hard nodig! Doneer via de doneerknop boven in de rechterkolom of vraag via krapuul2009@gmail.com om het rekeningnummer waar je de donatie naar kan overmaken.