Verklaring in de strafzaak rond de anti-repressiedemonstratie van 19 november 2016, afgelegd op de onrechtszitting van 31 oktober 2018 (1). Enigszins bijgeschaafd. Mogelijk volgt nog een verslag van deze bizarre dag.

Noot:

1 Zie Peter Storm, “Onrechtszitting”, Krapuul, 30 oktober 2018

Waarom sta ik hier terecht? Die vraag kan ik niet beantwoorden, want die vraag klopt niet. Dit is namelijk geen rechtszitting. Dit is een onrechtszitting.

Ik sta hier omdat ik ben uitgenodigd. Ik sta hier omdat ik de kans om het één en ander te vertellen aan uw onrechtbank graag benut. Ik sta hier niet omdat ik de rechtmatigheid van deze gang van zaken ook maar enigszins erken. Dat is mijn eerste punt: u heeft niets over mij te zeggen. Nooit heb ik u de bevoegdheid verschaft om over mijn gedrag te oordelen, om over mij recht te spreken. Mij hierheen ontbieden en mij onderwerpen aan rechterlijke uitspraak, vonnis en straf is tirannie. Niets van wat ik ga zeggen dient dan ook te worden opgevat als een poging om aan u verantwoording af te leggen voor echte of vermeende daden, want ik ben u geen enkele verantwoording verschuldigd. Dat is één.

Van een onafhankelijke rechtbank die onpartijdig recht over mij kan spreken is geen enkele sprake. Ik wijs ieder staatsgezag af, en dus ook iedere bevoegdheid van politie, openbaar ministerie en rechtbanken in welke zaak dan ook, inclusief deze die vandaag voor komt. Uw rechtbank is geen scheidsrechter in een twist tussen twee partijen. Uw rechtbank is een arm van de partij waarmee ik in conflict ben. U handhaaft naar verluidt de rechtsorde. Maar uw rechtsorde is de onze niet, zo wisten krakers al rond 1980. In deze zaal hangt een portret van een staatshoofd, de hoogste gezagsdrager, in wiens dienst u ‘recht’ spreekt. Duidelijker kan de partijdigheid van de rechterlijke macht tegenover mensen als ik, die noch de staat, noch de monarchistische vorm ervan als rechtmatig erkennen, nauwelijks worden geïllustreerd. U bent dus partij, niet onpartijdig. Eigenlijk zou ik mijn zeer gewaardeerde raadsman moeten vragen om u derhalve te wraken, maar ook daarmee zou ik uw rechtbank een krediet geven dat u niet toekomt. Ik hoop dat ik daar mijn raadsman hiermee niet teleurstel, want die is dol op wrakingen en heeft ervaring. U belichaamt dus, net als de ontvoerdersbende door wie ik wederrechtelijk urenlang van mijn vrijheid ben beroofd, een vijandelijke macht die als zodanig dient te verdwijnen. Dat is twee.

Dan de gebeurtenissen van 19 november 2016 op het Kerkplein in Den Haag waar deze onrechtszitting om draait. Was ik daar aanwezig? Ja, en daar ben ik trots op. Ik zou er weer zijn in soortgelijke situaties. Was ik daar betrokken bij wat uw Heilige Schrift aanduidt als strafbare feiten, delicten, overtredingen en misdrijven? Jazeker! Ik was daarbij betrokken als getuige en vooral ook als slachtoffer. Ook als dader? Het zou te veel eer zijn om op die laatste vraag zelfs maar een antwoord te geven nu.

Ik stond daar samen met een flinke groep mensen. Veel van die mensen zijn slachtoffer geweest van grof geweld, met vuisten en knuppels. Ik zag het om me heen gebeuren, en ik heb ook geweld ondergaan, een klap op mijn arm met een knuppel. In minstens één geval werd iemand met de vuist geslagen die al op de grond lag. Openlijke geweldpleging heet dat in uw Heilige Schrift. Dit geweld werd in groepsverband gepleegd, door een grote, daartoe uitgeruste en gewapende bende. Een deel van die bende zat te paard, zodat we aan de litanie van misdrijven ook dierenmishandeling kunnen toevoegen, gezien de stress die dit soort zaken aan zulke arme, onvrijwillig bereden dieren oplevert.

Het gebeurde allemaal duidelijk met voorbedachten rade en in georganiseerd verband, volgens uw Heilige Schrift verzwarende omstandigheden. Ik hoorde bijvoorbeeld keer op keer orders om de aanval op ons te openen. De operatie was zo goed georganiseerd dat de ontvoerders hun misdrijven tijdelijk onderbraken wegens een koffiepauze, er ondertussen wel op toeziend dat de doelwitten van de reeks misdrijven niet alsnog zich van de plaats delict verwijderden. Het zijn van die momenten dat ik denk: surrealisme is geen kunstrichting maar een staatsvorm.

De aanvallen gingen gepaard met vernieling en poging tot vernieling: ik heb een gerichte poging gezien een spandoek te verscheuren en kapot te maken. Ik heb bedreiging met geweld waargenomen. Impliciet door de aanwezigheid van al die knuppelende gewapende lieden. Explicieter toen mij ‘aangeboden’ werd om vast uit de groep geplukt te worden, om ontvoerd te worden zoals de rest, maar iets minder hardhandig dan de rest. Dit kennelijk vanwege het feit dat ik er ouder uitzag dan de meeste anderen, waarmee we dus ook leeftijdsdiscriminatie aan de lijst mogelijke delicten van de aanvallers kunnen toevoegen. Zou ik me niet gladjes laten afvoeren, dan zou – zo was de strekking – ik net als anderen hardhandiger worden aangepakt. Hetgeen dus gebeurde, al zijn er tal van mensen veel grover aangevallen dan ik.

Deze reeks gewelddaden, in groepsverband gepleegd door iets dat alleen maar als criminele organisatie kan worden aangeduid, culmineerde in de ontvoering van 166 mensen, waaronder ik. Wederrechtelijke vrijheidsberoving, voorafgegaan overigens door onzedelijke betasting. Ontvoerders stopten ons in daartoe gereed staande touringcars, weer een teken dat het hier ontvoering met voorbedachten rade betrof. We werden meegenomen naar een gebouw vol mensen die soortgelijke uniformen als de ontvoerders hadden, er werd een poging gedaan tot ondervraging, en na vrij korte tijd werden we weer vrijgelaten.

Losgeld werd door de ontvoerders niet geëist en natuurlijk al helemaal niet betaald. Maar ik begrijp uit de dagvaarding dat dit alsnog dreigt te gebeuren, want die dagvaarding verwijst naar mijn ontvoering, in uw officiële documentatie ‘aanhouding’ genoemd, onderdeel van deze massa-ontvoering en de daaraan voorafgaande reeks van misdrijven, bedreven jegens mij en talloze anderen. Ik heb niet opgezocht welke wetsartikelen uit uw Heilige Schrift hier allemaal van toepassing zijn op die misdrijven. Ik vertrouw erop dat de expertise daartoe in dit gebouw ruim voldoende aanwezig is, en ik ga niet – onbetaald! – u uw goedbetaalde werk uit handen nemen terwijl uw doorbetaling geen gevaar loopt.

Wat was het excuus van de ontvoerders? Ik begrijp uit de dagvaarding dat het Openbaar Ministerie mij verwijt te hebben deelgenomen aan een ter plekke verboden demonstratie, en dat ik geen gehoor zou hebben gegeven aan een opdracht me te verwijderen. Het verwijt is absurd, zelfs al zou ik erkennen dat het gezag de bevoegdheid zou hebben om mij het demonstreren te verbieden, een erkenning die u van mij niet krijgt. Het verwijt is absurd want er wás helemaal nog geen sprake van een demonstratie. We verzamelden ons om te gáán demonstreren. De woordvoerder van wat later die gewapende ontvoerdersbende bleek te zijn, beweerde naar verluidt dat deze demonstratie werd beëindigd. Maar iets wat nog niet is begonnen, kun je ook niet beëindigen, dus die mededeling was onzinnig, met welke smoes die mededeling verder ook werd onderbouwd.

Dat die smoes bestond uit de mededeling dat sommige deelnemers aan de niet-bestaande demonstratie gezichtsbedekking hadden, maakte de onzin erger. Tweehonderd mensen van hun vrijheid beroven vanwege het vermeende gedrag van vijf of tien mensen, dat komt neer op gijzeling, op collectieve bestraffing die ook in de Heilige Boeken van het Recht als strijdig met mensenrechten wordt aangemerkt, en dus in uw eigen termen ontoelaatbaar. Overigens was nergens in de door het gezag opgelegde voorwaarden – voor mij zonder enige legitimiteit, maar voor de rechterlijke macht dus niet – van te voren sprake van een verbod op gezichtsbedekking. Dat de gewapende ontvoerdersbende zich nu opeens van zo’n verbod bediende, illustreert hun willekeur, hun gewelddadige streven.

De vermaning vanuit de latere ontvoerdersgroep om te vertrekken was niet bepaald goed hoorbaar, en was in de korte tijd die we er voor kregen, volstrekt onuitvoerbaar wegens de hagen van toekomstige ontvoerders die om ons heen stonden. Kort na wat klaarblijkelijk de aankondiging van de beëindiging van de niet-bestaande demonstratie was, volgde de mededeling vanuit de aspirant-ontvoerders: u bent allen aangehouden. Waarna de reeks gewelddadige delicten die ik hierboven schetste, zich met escalerende grofheid begon te voltrekken.

Het verdient vermelding om erbij te zeggen dat de ontvoerders zich presenteerden als het bevoegde gezag. Hetzelfde gezag dat u hier representeert. Het illustreert het gebrek aan onpartijdigheid dat hier, vermomd als ‘onafhankelijke rechtspraak’ functioneert. Toga’s of politiepakken: het uniform varieert, het onrecht heeft nu eenmaal verschillende outfits. Aan de officier van justitie zeg ik: mij voor deze rechtbank brengen is uzelf medeplichtig maken aan de misdrijven die de aanloop naar deze zitting vormden. Tot de rechter zeg ik: recht over mij spreken in deze zaak is een variant van diezelfde medeplichtigheid, hoe uw uitspraak ook precies luidt.

Ik ben dus niet in enige reële betekenis als verdachte aan te merken, zelfs zou ik uw rechtbank, uw openbaar ministerie het recht toekennen om daarover zelfs maar te oordelen. Hetgeen ik dus niet doe. Ik ben slachtoffer, en ook ooggetuige, van misdrijven. Waarom ik daarover geen beklag heb gedaan? Waarom ik daar bijvoorbeeld geen aangifte van heb gedaan? Een tegenvraag: hoe kun je aangifte doen, als de enige plek daartoe een bureau is waar collega’s van de ontvoerders samenscholen? Heeft aangifte tegen Holleeder enige zin, als je dat alleen maar kunt doen bij zijn collega’s? Er heerst rond dit soort ontvoeringszaken – het is me vaker overkomen, ik noem een poging tot protest in Gouda bij de Sinterklaasintocht 2014, en de poging tot anti-Pegida-acties in Tilburg op 7 mei 2017 – geen gevestigd recht, geen mogelijkheid om via officiële kanalen recht te halen. Er is geen rechtsstaat. Er is een staat, en die is inherent rechts, repressief en tiranniek. En er is geen andere.

Ik verwacht dan hier ook geen ‘eerlijke’ uitspraak, het beste wat er in zit is een uitspraak die mij iets beter uit zou komen dan een veroordeling. Geen eerlijke uitspraak, niet omdat u persoonlijk oneerlijk zou zijn – ik ken u niet, ik geef ook u graag persoonlijk het voordeel van de twijfel – maar omdat het hele stelsel van strafrecht waaraan u mij tracht te onderwerpen, op oneerlijkheid en onrechtvaardigheid is gebouwd. U kunt mij veroordelen of vrijspreken, als u dat wil. U kunt mij ontslaan van strafvervolging en daarbij vaststellen dat het hele ontvoeringscircus onrechtmatig was en is. Wat u echter niet kunt, is mij tot de erkenning bewegen dat zelfs daarmee recht is geschied. Wat in dit gebouw plaatsvindt verdient geenszins de naam ‘rechtspleging’. ‘Staatstirannie’ zou een beter woord zijn. Ik begrijp dat mensen zich voor deelname daaraan zelfs laten betálen. Uit óns belastinggeld, door afpersing verkregen. Maar ik zal me enigszins beperken.

En mocht het Openbaar Ministerie denken dat een ‘passende straf’ mij in de toekomst zou weerhouden om deel te nemen aan wat de als staatsgezag optredende gewelddadige ontvoerders en hun opdrachtgevers aanmerken als verboden activiteiten: die kans lijkt me gering. Een volgende keer sta ik er weer, als mij dat belangrijk genoeg voorkomt. En rekent u er ook niet op dat geüniformeerde ontvoerdersbrigades altijd effectief genoeg zullen zijn om te doen wat zij beogen. Op 19 november waren de ontvoerders met genoeg mensen om hun reeks van criminele daden door te zetten. Ik zal alles doen wat in mijn vermogen ligt om eraan bij te dragen dat het aantal ‘weerspannigen’ en de mate van onze weerspannigheid zodanig groeit dat in toekomende gevallen pogingen tot massa-ontvoering op een voor de ontvoerders en hun opdrachtgevers vernederende mislukking zullen uitdraaien. Het idee dat boete of taakstraf of celstraf mij daarvan zullen weerhouden, beschouw ik als belediging van een anarchist in functie.

De hier aanwezige rechters kunnen kiezen welke rol zij willen innemen. Zij kunnen kiezen tussen rechtvaardigheid, oftewel een weigering om deze hele rechtszaak zelfs maar voort te zetten enerzijds, en iets dat rechtspleging heet maar neerkomt op beroepsmatige, goedbetaalde onrechtspleging, knevelarij, anderzijds. Ik zie de keus van de rechtbank met belangstelling maar zonder enige verwachting tegemoet. Intussen zal ik mij richten op voortdurende bestrijding van onrecht en onvrijheid, een onvrijheid waaraan geüniformeerde ontvoerders en in toga gehulde magistraten systematisch, verwijtbaar en tegen betaling aan bijdragen. We komen elkaar weer tegen.

Peter Storm

Onbezoldigd antifascist, anarchist op vrijwillige basis

– Eerder verschenen bij: Ravotr

verspreid dit nieuws...Tweet about this on Twitter
Twitter
0Share on Facebook
Facebook
0Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Reddit
Reddit
0Email this to someone
email
Deze nieuws en opiniesite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis voor iedereen. Dat is enkel mogelijk door de steun van onze lezers. Wij hebben jouw steun hard nodig! Doneer via de doneerknop boven in de rechterkolom of vraag via krapuul2009@gmail.com om het rekeningnummer waar je de donatie naar kan overmaken.