Zo jammer dat Toon Hermans niet meer leeft om de ‘rechtszitting’ van gisteren via één van zijn conferences passend in beeld te brengen. Dat dacht ik toen ik de rechter eindeloos namen hoorde oplezen, traag, aarzelend, zoekend in papieren of wachtend tot ‘het systeem’ digitaal een strafblad van één van ons wist op te hoesten in een tempo waarin de begrafenismars van Chopin nog overhaast zou hebben geklonken. “Mijnheer Loof…. hutjes…” Check het maar eens op internet, dan snap je een beetje wat ik bedoel. Maar waar ging het eigenlijk om?

Welnu, gisteren kwamen enige tientallen mensen voor de kantonrechter in Den Haag. Ze waren gedagvaard omdat ze op 19 november 2016 werden opgepakt terwijl de politie hardhandig een demonstratie tegen repressie de nek omdraaide nadat die door de burgemeester was verboden. De rechtszitting werd een zich eindeloos voortslepende toestand, deels een cabaretvoorstelling van erbarmelijke kwaliteit, echter onderbroken door maar al te relevante huiveringwekkende vertellingen over wat ons op die koude novemberdag was overkomen. Ja, ons: ik was één van de ‘genodigden’, want één van de in totaal 166 destijds opgepakte mensen.

De zitting duurde eindeloos, deels vanwege het grote aantal aangeklaagde mensen: rond de vijftig op één dag, honderd anderen komen op een andere dag aan de orde. Die aangeklaagden lieten zich ook nog eens verdedigen door meerdere, gelukkig wel redelijk samenwerkende, advocaten van verschillende kantoren. Maar daar kwam bij dat het Openbaar Ministerie (OM) allerlei documentatie pas bespottelijk laat had verstuurd, waardoor de verdediging van sommige zaken pas in een laat stadium op de hoogte was gesteld. Dat ook aan de kant van de advocaten dingen onduidelijk waren of zoek, kan onder zulke omstandigheden nauwelijks verbazing wekken. Het hele bespottelijke debacle wordt extra onaanvaardbaar omdat het OM tijd genoeg had. De arrestaties dateren uit november 2016, we zijn inmiddels dus bijna twee jaar verder, en dan nog wordt de bijbehorende administratie pas op het laatste moment rondgebreid. Wat een bende. En dat handhaaft de ‘orde’.

Maar administratief en juridisch geklungel was slechts het topje van de ijsberg van nalatigheid en onrecht die ‘justitie’ gisteren etaleerde. Toen ons werd uitgelegd waar de zaak over ging, kregen we doodleuk te horen dat ‘verbalisanten’ op basis van een ‘verkeerde aanname’ processen-verbaal hadden opgemaakt. Ik vertaal even: de verbalisant, dat is de agent die de arrestant ondervraagt en daarvan een papier opmaakt, het proces-verbaal, waarop vervolgens de aanklacht gebaseerd wordt. Welnu, genoemde ‘verbalisanten’ – onze kwelgeestige ondervragers dus – gingen, volgens de dagvaarding uit van de Wet Openbare Manifestaties, artikel 7, sub a, dat ik maar even heb opgezocht (1). Zo staat het inderdaad in de dagvaarding die ik kreeg. Artikel 7 begint met: “De burgemeester kan aan diegenen die een (…) betoging houden of daaraan deelnemen, opdracht geven deze te beëindigen en uiteen te gaan, indien:” Dan komt sub a. “de kennisgeving niet is gedaan, of een verbod is gegeven.” Maar door niemand kon serieus worden betwist dat er een kennisgeving was gedaan, al zeurde de officier van justitie even dat die niet was ondertekend, maar die eis wordt nergens wettelijk gesteld. Verboden was de demonstratie in eerste instantie ook al niet, dus sub a was niet van toepassing.

Het moest dus sub b van hetzelfde artikel zijn: “in strijd wordt gehandeld met een voorschrift, beperking of aanwijzing”. Die aanwijzing was dan dat, nadat de politie had omgeroepen dat gezichtsbedekking af moest, ons werd verteld dat we moesten vertrekken. Dat deden we niet – dat konden we ook niet, trouwens, dat werd structureel onmogelijk gemaakt door de ME om ons heen – dus werden we aangehouden. De aanhoudingsgrond was dus artikel 7 sub b en niet artikel sub a.

De processen-verbaal, en dus ook de dagvaarding, waren onjuist, en rechtbank en OM zeiden dat zonder het geringste vertoon van schaamte. Iemand die nog denkt: rechtspleging is gebaseerd op eerlijk nageleefde spelregels, op fair play, kan dat maar beter heroverwegen. Eerlijke spelregels en fair play hadden hier betekend: het proces is gebouwd op foutieve uitgangspunten en heeft dus vanaf het begin geen enkele juridische waarde. Het wordt nietig verklaard. Je kunt immers tijdens een voetbalwedstrijd ook niet de buitenspelregels zomaar gaan veranderen, of een schaakstuk een andere rol geven tijdens de match. Op dit moment had een rechter die récht zou proberen te doen, gezegd: het Openbaar Ministerie heeft zijn huiswerk niet gedaan en is niet ontvankelijk, we nemen de zaak niet eens in behandeling, gaat u allemaal naar huis, excuus dat wij u hebben lastiggevallen, justitie staat open voor uw schadeclaims. Maar nee hoor. Er werd wat overlegd, en het OM kon ter plekke een gewijzigde dagvaarding in elkaar flansen waarin sub a was gewijzigd in sub b. Zelfs de advocaten gingen hier tot mijn verbijstering mee akkoord, ik neem aan omdat ze op basis van eerdere ervaring weten dat bij rechtbanken dit soort valsspelen de gewoonste zaak van de wereld is zodat bezwaar maken tijdverspilling is. Zou ik eens moeten proberen, iets verkeerd invullen op een uitkeringsformulier of zo, en dat terloops willen corrigeren. Niks fair play.

Ik zal niet de hele lange dag gaan beschrijven. Naast administratief gehannes dat tijd slorpte, was er ook nog meer serieuze inhoud. Wij mochten om de beurt ons verhaal doen. Bij velen bestond dat uit: ‘Blijft u bij uw verklaring?’ ‘Ja’, waarna de rechter vroeg of de aangeklaagde werk had en/of schulden, wat voor werk dan wel. Ze keek ook nog naar het strafblad van ieder van ons. Sommige aangeklaagden gebruikten dit moment om hun verklaring aan te vullen of zelfs een heel statement af te leggen. Ik deed dat niet, dat bewaarde ik net als drie anderen voor mijn hier gepubliceerde laatste woord.(2)

De aanvullingen en verklaringen waren verhelderend en schokkend. Keer op keer vertelden mensen: we moesten weg van de politie maar dat kon feitelijk niet, juist vanwege die politie. Meerdere mensen vertelden dat ze actief werden tegengehouden of zelfs teruggeduwd. Het hele verhaal van het OM dat we ons weigerden te verwijderen toen dat ons werd bevolen, gaat hieraan voorbij. Ons was een onuitvoerbare opdracht gegeven.

Mensen legden ook uit dat de vorderingen van de politie, eerst over de ter plekke verboden gezichtsbedekking, vervolgens de opdracht om te vertrekken nadat de demonstratie was verboden, en tenslotte de aanhouding zelf – niet of nauwelijks hoorbaar of verstaanbaar was. Er waren tegelijk toespraken gaande, het was rumoerig, en de installatie van de politie haperde ook nog eens. Aan een bevel dat je niet echt meekrijgt kun je logischerwijze niet voldoen. We konden dus niet weg, en we konden vaak ook niet weten dat we weg moesten. Een van ons legde uit: ik hoorde de politie wel iets omroepen, maar dat deed er al niet meer toe want we konden toch niet weg. Je best doen om te achterhalen wat er gezegd werd, was dus niet erg mogelijk maar ook niet erg ter zake.

In juridische termen zou hier de zaak al moeten stranden: politiebevelen die je buiten eigen schuld niet binnenkrijgt, en die de politie door eigen optreden onmogelijk maakt om op te volgen, hebben geen enkele rechtskracht, zou je toch ook ook zeggen als je juridisch redeneert. Ik erken dat juridische kader niet, maar ik mag toch aannemen dat de rechtbank dat wel doet.

Schokkend waren de verslagen over de aanhoudingen zelf, en wat daaromheen en erna gebeurde. Ik hoorde van iemand die een hersenschudding bleek te hebben na door de politie te zijn afgetuigd. Iemand anders was na aanhouding in een geïmproviseerde cel gestopt waar koude buitenlucht in werd geblazen. Die was tijdens het verhoor zo verkleumd dat hij nauwelijks kon praten. Ik hoorde dat de nekklem – een potentieel dodelijk middel om iemand in bedwang te houden – door politie op een arrestant is toegepast. Ik hoorde van een vuistslag in een gezicht, van een reeks harde klappen. Ik hoorde van bovenhandse klappen op hoofden.

Op zo’n moment flitst de angst door me heen. Een klap op mijn hoofd kan, om specifieke gezondheidsredenen die verder privé zijn, mijn dood zijn. Ik heb dan ook in mijn laatste woord, in een stukje dat ik ter plekke improviseerde en niet in de gepubliceerde tekst er in gehamerd: Men Slaat Geen Mensen op Hoofden! De politie in Den Haag deed dat dus echter wel.

Ik hoorde een verklaring van iemand die zo bang was geworden die dag, dat die persoon besloot om nooit meer te gaan demonstreren. Dát is het ‘succes’ van de politie geweest, en van de opdrachtgevers: mensen bang maken om hun rechten uit te oefenen. Alles wat in de buurt komt van onze veroordeling onderstreept precies die intimiderende boodschap. Gezien de rammelende dagvaarding en de goeddeels onverstaanbare en compleet onuitvoerbare bevelen is een veroordeling tamelijk ondenkbaar… als de rechter récht spreekt, al is het maar in het wettelijk kader waar zij zich op beweert te baseren. Maar zelfs dat is teveel gevraagd in deze ‘rechtsstaat’.

En het grove politiegeweld zou natuurlijk ook reden horen te zijn om te zeggen: wat deze mensen ook mogen hebben ‘misdreven’, deze mensen zijn genoeg gestraft, die gaan we niet bijna twee jaar later nog eens een boete geven. Alweer: dit zou gelden als justitie aan fair play en eerlijke rechtspleging zou doen. Niet dus.

Na de verklaringen van ons, en nadat meerderen van ons ook nog aan getuigenverklaringen werden onderworpen – die laat ik nu liggen – was de Officier van Justitie aan het woord, voor zijn requisitoir, zijn uiteenzetting waarom hij vond dat wij iets strafbaars hadden gedaan, waarom optreden tegen de demonstratie nodig was, en wat onze straf dan hoorde te zijn. We kregen ene verhaal over de aanloop naar de demonstratie waarin het contact tussen gezag en demonstratie stroef ging. En ja, AFA bleek betrokken, en dat zijn enge onbetrouwbare lui die geweld niet schuwen.

Zo keuvelde de officier stemmingmakend verder. Op de dag zelf, aldus de officier, zag de politie spandoeken waarachter niet meer te zien was wat mensen daar uitspookten, maar het was vast niet veel goeds. Er werden stokken gezien, verf, vuurwerk, klauwhamers, tieribs. Alsof attributen die sommigen van ons misschien bij ons hadden, een reden zijn om een hele demonstratie de nek om te draaien. En alsof, gezien ervaringen met eerder politiegeweld, enige voorbereiding op noodzakelijke zelfverdediging onzin waren. O ja, en demonstranten vochten terug tijdens de arrestaties! Gek hè? Uit de confrontaties die toen ontstonden, leidde de officier doodleuk af dat het aangaan van de confrontatie door de politie dus rechtmatig was. De wereld op zijn kop.

O ja, en die gezichtsbedekking natuurlijk. In verklaringen werd er al op gewezen: het was die dag koud. Sjaals en mutsen, ‘dat noem ik verstandige kleding’, zoals één van ons het stelde. Daar is trouwens nog iets hilarisch mee aan de hand, met die gezichtsbedekking. De officier zei dat daar verder geen werk van wordt gemaakt, bij de strafvervolging, het was niet te achterhalen wie zulke daadwerkelijk op had. Daar maakt justitie dus geen punt van. Zo héél belangrijk vindt Justitie dat dus ook weer niet. Het versterkt mijn eerdere conclusie: gezichtsbedekking was een excuus dat justitie aangreep om een demonstratie gewelddadig te verhinderen. Geen serieus argument.

Er bleek nog iets bizars, al eerder op de dag kwam dat ter sprake. Er zijn 166 mensen opgepakt op 19 november. Er worden er echter maar 150 vervolgd. Er zijn dus 16 zaken geseponeerd, justitie ziet daar dus verder van af. Waarom? Van één iemand was de verklaring onvindbaar geworden. Van de anderen kon de identiteit niet worden vastgesteld. Lees: het was ons teveel werk om dat uit te zoeken. Overigens is justitie prima in staat om mensen ook anoniem te veroordelen. Maar ja, een boete incasseren bij onvindbare mensen is inderdaad lastig.

Intussen is hier wel het gelijkheidsbeginsel waar een ‘democratische overheid’ zo graag lippendienst aan bewijst, frontaal met de voeten getreden: mensen worden voor eenzelfde overtreding wel of niet vervolgd, ongelijk behandeld dus. Willekeur is het. Dit maakt de poging om de 150 aangeklaagden wel te vervolgen feitelijk ook juridisch onzinnig.

Ik was intussen heel boos en opgefokt geworden. Boos vanwege de stemmingmakerij, de zo overduidelijke onrechtvaardigheid van wat justitie allemala beweerde, en vanwege de verhalen over de repressie zelf. Tijdens het requisitor heb ik serieus overwogen om mijn schoen uit te trekken en naar de officier van justitie te gooien.

Ik was extra opgefokt omdat het maar duurde, die zitting. Het requisitoir begon even na vier uur! Het was duidelijk dat de zitting niet voltooid zou worden diezelfde dag, en ik vreesde dat ik mijn laatste woord die dag niet zou kunnen doen. Ook had ik een afspraak in Breda om zeven uur. Dat is uiteindelijk gelukt, maar het spande er om, en droeg bij tot de zenuwentoestand waarin ik me bevond.

Dat laatste woord deed ik gisteren toch, net als drie anderen. Besloten werd namelijk om de gelegenheid daartoe naar voren te halen, pal na het requisitoir, maar vóór de pleidooien van de advocaten. Die pleidooien volgen dus later, op 19 november, de dag waarop de zitting wordt voortgezet. Ik weet nog niet of ik daar bij ga zijn. Ruim acht uur in een rechtszaal vol onrechtmatigheid en onrechtvaardigheid, ik heb mijn portie wel gehad.

Gelukkig was de rechtszaal ook gevuld met rechtvaardigen van daad en geest: mijn medeverdachten, voor wie ik de grootst mogelijke waardering heb. Justitie kan ons tergen en treiteren. Maar justitie is bepaald niet van ons af. Datzelfde geldt natuurlijk voor de polities, door wier linies we vandaag of morgen echt wel een keer effectief heen breken.

O ja, de officier eist dus 250 euro boete van ons, behalve van één iemand die om niet helemaal duidelijke redenen met 150 euro boete mag wegkomen van de officier. Twee jaar wachten, een eindeloze zitting, en dat allemaal om 150 mensen een paar honderd euro’s afhandig te maken via een aanvankelijk foutief opgestelde dagvaarding en het opvolgen van onuitvoerbare orders in de context van een onrechtmatig gewelddadig politieoptreden. En dat allemaal om het punt de maken dat wat het staatsgezag doet, welgedaan en terecht is. Gek he, dat mensen ieder respect voor het staatsgezag verliezen?

Noten:

1 “Wet Openbare Manifestaties”, Overheid.nl (gecheckt 1 november 2018)

2 Peter Storm, “’We komen elkaar weer tegen’: laatste woord op onrechtszitting”, 1 november 2018

– Ook verschenen bij: Ravotr

verspreid dit nieuws...Tweet about this on Twitter
Twitter
0Share on Facebook
Facebook
0Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Reddit
Reddit
0Email this to someone
email
Deze nieuws en opiniesite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis voor iedereen. Dat is enkel mogelijk door de steun van onze lezers. Wij hebben jouw steun hard nodig! Doneer via de doneerknop boven in de rechterkolom of vraag via krapuul2009@gmail.com om het rekeningnummer waar je de donatie naar kan overmaken.