Ieder persoon van een etnische minderheid is wel eens geconfronteerd met racisme. De Moslims zijn tegenwoordig de meest opvallende slachtoffers van racisme. De meeste verkapte racisten hebben zich nu kunnen groeperen onder de zogenaamde Partij voor de Vrijheid. Deze verkapte racisten zullen beweren dat zij geen racisten zijn omdat de Islam geen ras is maar een religie. (In dezelfde zucht beledigen ze de Moslims vervolgens door te melden dat de Islam eigenlijk een ideologie is en geen religie.) Maar de verkapte PVV-racisten doelen wel degelijk op mensen van Arabische of Berberse (Marokkaanse) of Turkse etniciteit.


Het artikel die u hieronder kunt lezen is een exposé van wat ik noem “de racistisering” van Wilders en zijn achterban. De volledige analyse kunt u vinden in mijn boek Wilders’ Kampf, dat vanaf september 2011 verkrijgbaar zal zijn.

 


De meest opvallende en tegelijkertijd meest verkapte racistische uiting van het laatste decennium is de zware kritiek op de multiculturele samenleving. Er is geen economische of sociaalwetenschappelijke reden om de multiculturele samenleving zo erg te bekritiseren; het is een onderbuikgevoel, vooral heersend onder de autochtone werkende klasse die veelal geen boodschap –laat staan behoefte- heeft aan menselijk verscheidenheid en culturele diversiteit. De mensen van de werkende klasse zijn ook gekant tegen cultuur in algemene zin, behalve als het hun eigen platte en simpele cultuur betreft. Bij hen geldt de uitspraak “Doe normaal, dan ben je gek genoeg” als een 11de gebod. Er is sprake van een vrijwillige afsluiting van de rest van de samenleving waarbij men zich op individueel niveau voorziet van uitsluitend dat wat hen aanstaat. Deze inwaartse beleving is desastreus voor de sociale aspecten van de mens, en wanneer men zich bewust raakt van de isolatie zoekt men aansluiting bij anderen, meestal zijn dat mensen die zich in het zelfde schuitje bevinden. In de partijpolitieke zin is dat de eerste stap van radicalisering.

 

Racisme is niet nieuw. In de encyclopedie voor sociale wetenschappen refereert men bijvoorbeeld naar het racisme dat onder de oude Griekse filosofen heerste.

Belief in the superiority of Greeks over barbarians led Aristotle to assert that some ethnic groups are naturally fit only for slavery, a view which had a long career in the service of racism…[1]

Het afgeven op de multiculturele samenleving gaat gepaard met een verwijzing naar de gastarbeiders die na de Tweede Wereld Oorlog het land werden binnengehaald om goedkoop werk te verlenen. Gastarbeiders werden nimmer als gelijkwaardigen behandeld, zelfs niet in de gedachten en visie van een der grootste denkers van de westerse geschiedenis. Aristoteles vond bijvoorbeeld dat de burgers van de ideale staat zich niet zouden moeten verlagen tot de ambachten en de handel, dat zou aan werkers van een ander ras moeten worden overgelaten.[2] En landbouw moest overgelaten worden aan slaven of werkers van een ander ras.[3]

William Graham Summer, grondlegger van sociologie, beschreef en relativeerde het morele en immorele in de mens en maatschappij uitvoerig in zijn meesterwerk Folkways. In de paragraaf over sentimenten bij de in-groep en ten opzichte van de uit-groep schrijft hij:

…The closer the neighbors… the intenser is the internal organization and discipline of each. Sentiments are produced to correspond. Loyalty to the group, sacrifice for it, hatred and contempt for outsiders, brotherhood within, warlikeness without–all grow together, common products of the same situation. These relations and sentiments constitute a social philosophy… Men of an others-group are outsiders with whose ancestors the ancestors of the we-group waged war. The ghosts of the latter will see with pleasure their descendants keep up the fight, and will help them. Virtue consists in killing, plundering, and enslaving outsiders.[4]

Ook relativeert Summer de definiëring van het begrip “ras”:

…The concept of a race, as the term is now used, is that of a group clustered around a mean with respect to some characteristic, and great confusion in the use of the word “race” arises from the attempt to define races by their boundaries, when we really think of them by the mean or mode, e.g. as to skin color. The coherence, unity, and solidarity of a genetic group is a very striking fact. It seems to conceal a play of mystic forces.[5]

De Amerikaanse filosofe Ayn Rand beschrijft racisme als volgt:

Racism is the lowest, most crudely primitive form of collectivism. It is the notion of ascribing moral, social or political significance to a man’s genetic lineage—the notion that a man’s intellectual and characterological traits are produced and transmitted by his internal body chemistry. Which means, in practice, that a man is to be judged, not by his own character and actions, but by the characters and actions of a collective of ancestors.[6]

Sociologe Abby L. Ferber van de University of Colorado (Colorado Springs), beschrijft in het boek Home-grown Hate een soortgelijke historie en realiteit van racistische vooroordelen:

The white-supremacist movement draws upon historically mainstream views about race and gender. Research reveals that many Americans share the views of white supremacists, even if they are not members of the movement.[7]

Ferber refereert dus ook naar het feit dat veel Amerikanen –die niet bij een haatgroep aangesloten zijn- wel de zelfde sentimenten delen. Ferber refereert voorts naar onderzoeken van sociologen waar racistische stereotyperingen worden bevestigd:

… Sociologists have documented that the majority of whites embrace stereotypes that blacks are inferior and lazy, that Jews are moneygrubbing, and that discrimination against people of color is a thing of the past…[8]

Racisitische uitingen worden door racisten vaak verhuld met allerlei vaagheden, en zodra er bezwaar wordt gemaakt beroept men zich op de vrijheid van meningsuiting.

Less than 10 percent of hate crimes are actually committed by members of white supremacist organizations. The presence of the movement nevertheless serves to encourage hate-motivated violence, providing a voice, community and even a sense of legitimacy for a wider audience.

Het schokkende hieraan is dus dat de zogenaamde beschaafde buurman misschien een gewelddadige racist zou kunnen zijn. Negentig procent van de haat-criminaliteit (in Amerika) wordt gepleegd door veelal normale mensen. Men wordt geïndoctrineerd van alle kanten. Er is geen ontkomen meer aan de haatzaaierij van en door populistische politici en media. De grenzen tussen mening en emotie zijn altijd al vaag geweest, maar in de politieke arena is haatzaaierij door geradicaliseerde fanatieke idealisten wel degelijk aanwezig. De Amerikaanse socioloog Anthony J. Cortese correleert haatzaaierij met de influx van immigranten:

Not only in the United States, but also in other first-world countries, most notably Western European nations such as Germany, the Netherlands, Belgium, Great Britain, and France, there have been increases of immigrants of color from third-world countries. A surge of hate speech and an explosion of nativistic and anti-immigration movements in the host countries, including the United States, have rapidly followed this large influx.[9]

Zowel Ferber en Cortese refereren naar de zogenaamde normale, keurige mensen die stilzwijgend instemmen. Cortese vervolgt:

In short, hate speech (or support for hate speech) originates not only in the ranting and raving of bigoted extremists on the fringes of society, but in the implied approval of ordinary, even decent, folks in mainstream society. Although most people would not commit a hate crime, they nevertheless contribute to the production of hate speech and prejudice by sympathizing with it and those who do perpetuate hate crimes. Moreover, these are those who are otherwise well-mannered that are passive spectators to bigoted hate speech because they benefit either economically or psychologically from existing social arrangements. Although these people do not carry the virus of bigotry or chauvinism within them, they nonetheless are without the courage to confront those who spread hate speech and propagate hate crimes.

Cortese geeft dus aan dat de verkapte of stille racist denkt baat te hebben (economisch of psychologisch) bij zulke haatzaaierij jegens andersoortigen.

In de introductie van zijn essay The Political Economy of Hatred beschrjft Edward Glaeser, professor economie bij Harvard University, de vluchtigheid en veranderingen van “haat”.

… History shows that a great deal of hatreds are quite volatile. Hatred can arise between groups that resemble each other closely, such as American northerners and southerners in 1860, and peoples who look quite different often coexist peacefully in many settings. Hatreds rise and fall. Before 1945, Franco-German hatred was a regular part of European life; it is no longer. Anti-Americanism was absent from the Islamic world until the 1970s; it is now ubiquitous. White hatred of African-Americans has fallen since its Jim Crow heyday. Even anti-Semitism, among the most permanent forms of hatred, has declined substantially in the West since 1945.[10]

Uiteraard heeft Glaeser gelijk dat zulke tendensen bestaan. Maar hij geeft zelf weer een vergelijking van hoe vooroordelen kunnen radicaliseren tot racisme. Glaeser citeert uit het boek Ideology of Death: Why the Holocaust Happened in Germany van historicus John Weiss:

By 1892, the Conservative Party platform embraced anti-Semitism and pledged to “do battle against the many-sided aggressive, decomposing, and arrogant Jewish influence onthe life of our people” (Weiss, 1996, p. 116).  Kaiser Wilhelm II institutionalized barriers against Jews.  In 1870, Germany was an old-fashioned anti-Semitic regime with deep prejudices but limited race hatred;   by 1914, the country was laced with venom against the Jews.  In 1919, the Kaiser himself insisted that no German “should rest until [the Jews] have been destroyed and exterminated” (Weiss, 1996, p. 126).[11]

Terugkomend op de haatzaaierij zoals dat bij de PVV gebruikelijk is, Cortese (Opposing Hate Speech) concludeert met een betoog:

Although many people believe that bigotry, prejudice, and discrimination are declining, hate speech is thriving and continues to adversely impact access to opportunities, to terrorize and to serve as a symbol of violence threatening the safety of millions of Americans and others throughout the world. Is there a limit to freedom of expression in a democracy, and if so, where should the line be drawn?[12]

De mensen in Nederland zijn gewaarschuwd voor het gif en gevaar van de PVV en de achterban. Het is wellicht gepast om een antiracisme betoog te houden. Steven Salaita, associate professor bij Virginia Tech schrijft daarover:

Being anti-racist — being truly opposed to racism — requires more than sloganeering and more than assuming the superficial markings of a certain political ideology. Being antiracist means being willing to sacrifice privilege to the benefit of all humans. It means a desire to act rather than to philosophize. It means an eagerness to learn about others rather than an inclination to lecture to them. It means constantly seeking one’s own complicity in the very things one abhors.[13]

Persoonlijke vooroordelen slaan snel en ongemerkt om tot racisme, en dat baant de weg naar gevaarlijke situaties (bijv. fascisme, nazisme). De PVV geeft met de Islamhaat (als zodanig beschreven door Geert Wilders persoonlijk) en Moslimofobie legitimiteit aan racisme en tevens een comfortabele gelegenheid aan verkapte racisten om zich door de massaliteit gesterkt te voelen.

NB: Sommige door mij geraadpleegde boeken zijn moeilijk te vinden of niet in Nederland beschikbaar. Indien u een van de boeken wilt lezen kunt u mij contacten. U kunt mij volgen op twitter: NwLibAmbitie.


[1] Adam Kuper, Jessica Kuper, The Social Science Encyclopedia, (2de ed., 2005), London, VK, Routledge/ Taylor & Francis Group, 1996, p

 

[2] Aristoles, Politica, boek 7, hoofdstuk 10, paragraaf 2, Engelse vertaling H. Rackham, Aristotle Politics, Herdruk 1959, London, VK, William Heinemann, Ltd., (1932), pagina 575

[3] Ibid., boek 7, hoofdstuk 10, paragraaf 5, pagina 577

[4] William Graham Sumner , Folkways: A Study of Mores, Manners, Customs and Morals, (2007 editie), New York, NY, (VS), Cosimo, Inc., 1906, pp. 12 -13

[5] Ibid., pp. 43-4.

[6] Ayn Rand, The Virtue of Selfishness, (1964), New York, NY (VS), Penguin Books USA Inc., (Hoofdstuk: Racisme) pagina 120

[7] Abby L. Ferber (red.), Home-grown Hate: Gender and Organized Racism, New York, NY (VS), Routledge/Taylor & Francis Group, 2004, pagina 9

[8] Loc. Cit.

[9] Anthony Joseph Cortese , Opposing hate speech, Westport, CT (VS),Praeger Publishers/Greenwood Publishing Group, Inc., 2006, page 14

[10] Edward Glaeser, The Political Economy of Hatred, Quarterly Journal of Economics, 2005, v120, pagina 2

[11] Ibid., pagina 34

[12] Cortese, loc. cit.

[13] Steven Salaita, The Uncultured Wars: Arabs, Muslims and the Poverty of Liberal Thought, New York, NY, (VS), 2008, pp. 18-9.

Geef je op voor de dagelijkse Krapuul nieuwsbrief en mis niets