Het duurde even voordat ik begreep waarom ik mij zo had geërgerd aan het verkiezingsstuk van Dyab Abou Jahjah op Krapuul. Na een tweede keer lezen, drong het tot me door: het stuk pleit voor politieke partijvorming op basis van etniciteit; het is een pleidooi voor verdergaande polarisatie tussen de dominante ‘witte’ mens en de onderdrukte ‘gekleurde’ mens.

Dit schrijft Abou Jahjah:
Ik vertelde dat de echt etnische partijen, niet alleen in Nederland maar in heel Europa, precies de traditionele partijen zijn die gebouwd zijn op witte dominantie en die zich in de eerste plaats richten tot witte kiezers. Etnische politiek is geen diversiteitspolitiek. Het is de monoculturele politiek van de witte Europese hegemonie. In mijn ogen zijn ART1KEL en DENK de enige niet-etnische partijen. Op hun lijsten staat meer diversiteit dan bij alle anderen samen.

Wat staat hier eigenlijk?
-Er bestaan etnische partijen, dat zijn de bestaande partijen in Europa, ze gaan uit van de witte dominantie, dwz: de dominantie van de blanke mens mag niet in gevaar komen. Voorbeelden van die veronderstelde politieke keuze worden niet gegeven.
-Die partijen zijn er voor de witte kiezers, ook al staan er gekleurde mensen op de kandidatenlijst. Waarom dat zo is wordt niet uitgelegd.
-Deze partijen bedrijven de monoculturele politiek van de witte Europese hegemonie. Wat hij daaronder verstaat wordt niet duidelijk, bewijzen worden niet geleverd.
-Daartegenover moeten andere partijen gesteld worden om die monocultuur te bestrijden. Deze partijen –Denk en Artikel 1- zijn gemengd van kleur, niet-etnisch. Bij gevolg: deze partijen zijn de enige partijen die het waard zijn om op te stemmen.

Het probleem zit bij dat niet-etnisch. Anders dan hij beweert neemt Abou Jahjah etniciteit juist wel als uitgangspunt voor partijvorming. Alleen partijen met een overtuigende meerderheid aan gekleurde mensen zijn niet-etnisch. Politiek in West-Europa is voor hem in de allereerste plaats blijkbaar een strijd om de macht tussen de dominante blanke en de onderdrukte gekleurde mens.

Abou Jahjah versmalt hier de politiek tot een machtsspel tussen witte en gekleurde mensen. De problemen waar de wereld mee af te rekenen heeft (neo-liberalisme, klimaatverandering, ongelijkheid etc) worden naar het tweede plan geschoven.

Waarom?

Vraag het niet aan mij. Het is volkomen zinloos de strijd om de macht te voeren op basis van afkomst en/of kleur. Diversiteitspolitiek bedrijven is een zaak die iedereen aangaat, niet enkel gekleurde mensen. Oproepen tot een strijd op grond van kleur (wij ‘gekleurden’ tegen de ‘witte’ dominantie) draagt niets bij aan de strijd die samen gevoerd moet worden tegen het neoliberalisme, het alledaagse kapitalisme, en de gevolgen daarvan (economische ongelijkheid, een vergiftigde aarde, discriminatie etc).

We zitten hier in een valkuil, het denken vanuit etnisch perspectief. Eerder sprongen Kuzu en de zijnen er al in, en Abou Jahjah is hen nu na gesprongen. Naast religie en levensovertuiging is blijkbaar ook etnische achtergrond een allesomvattend wereldbeeld. Dat houdt in dat gekleurde mensen automatisch totaal andere politieke idealen zouden hebben dan witte mensen, een vrij onzinnig en gevaarlijk uitgangspunt. In de situatie van een gekoloniseerde samenleving (Afrika, Azië, vorige eeuw) valt een dergelijk standpunt te begrijpen (lees Fanon, 1961), in de Europese samenleving van nu (waarvan diverse etnische groepen zelf deel uitmaken) is het een onzinnig en contraproductief uitgangspunt.

Als je werkelijk vindt dat kleur (inclusief wit) er niet toe doet als het gaat om het verwezenlijken van idealen, steun dan de partij die het beste vorm geeft aan die idealen. Als je vindt dat kleur heel belangrijk is, doorslaggevend, steun dan een partij met standpunten die je wellicht niet deelt (bijvoorbeeld Denk die de Armeense genocide ontkent, Artikel Een die het defensiebudget fors wil verhogen, ik noem maar wat). Want die standpunten (die absoluut niet worden bepaald door ‘kleur’, wel door klasse en cultuur) doen er nauwelijks nog toe.

En dan was er nog iets wat me ergerde: het paternalistisch gepreek van de man. Eerst opgeven over de onafhankelijkheid van zijn vriendinnen en vervolgens pochen over zijn gave om ze in no time uit zijn hand te laten eten.

Meester, vertel me meer!
Wat goed!
Natuurlijk gaan wij allen op Denk stemmen.
Meester, u heeft onze ogen geopend!

Die knieval voor etnische partijvorming is al erg, maar dat mannetjesgeleuter is echt onvergeeflijk.

verspreid dit nieuws...Tweet about this on Twitter10Share on Facebook7Share on LinkedIn0Share on Reddit0Email this to someone