Je bent een witte man van middelbare leeftijd. Je bent geboren in die heerlijke jaren ’50 en ’60, toen geluk nog heel gewoon was en het touwtje uit de voordeur hing. Alles was nog overzichtelijk, begrijpelijk.

Tegenwoordig begrijp je de wereld steeds minder. In je studietijd was je nog een beetje rebels, opstandig. Misschien was je altijd al een rechtse bal, opgegroeid met alle privileges die bij dat gouden lepeltje in je smoel hoorde. Uit een of ander conservatief rijkeluisdorp en voelde je je een hele pief toen je bij het corps van een Amsterdamse studentenvereniging kwam. Of misschien was je ooit een radicaal activistische Marxist en stond je ‘Claus raus!’ te blèren toen de toekomstige koningin een Duitser trouwde en je nog blowend rond het Lieverdje rondhing.

Maar die tijden zijn voorbij. Je zit thuis, en begrijpt de wereld niet meer. En wat je niet begrijpt, maakt je woedend. En die woede vertroebelt je blik. Alles wat jou onrustig maakt, moet kapot. Dat zeg je niet hardop – nog niet – maar je denkt het vaak.

Je schrijft stukjes, met een in vitriool gedoopte pen. Nee, dat is te romantisch. Je tikt je columns, zwetend en zwoegend, achter je laptop. Zelfs die romantiek is verdwenen. En iemand moet boeten. Boeten voor je verloren idealen. Voor de dromen die tot stof zijn vergaan. De vrouwen die je nooit kreeg, die leuke meid, hoe heette ze ook alweer? met die Palestijnensjaal in dat kraakpand, waar je hopeloos verliefd op was. Die vriend, die je liet zitten omdat hij zo nodig naar Australië moest. Je vrinden van het corps. Je ziet ze nog wel eens: kaler, dikker, grijzer. Ze verdwijnen, langzaam, alsof ze tot stof vergaan. Ze worden steeds kleurlozer, net als jullie gesprekken. Soms, als er genoeg drank in de man zit, voel je je weer even een jongen. Je lacht naar die veel te jonge barmeid, je voelt een vage kriebel in je onderbuik, die je aan je prostaatproblemen herinnert. En dan spat ook die zeepbel uit elkaar.

En ’s ochtends als je wakker wordt, brandt de woede in je strot. Iemand moet boeten. Voor je stinkende adem, voor je dikke pens, voor de kater die tegenwoordig een week duurt, voor het feit dat je jonge vrouwen niet meer kunt krijgen, voor je piemel die steeds vaker dienst weigert, voor alles.

De wereld verandert, maar jij beweegt niet meer mee.

Je staat op en schrijft een woedend stukje: over jonge Marxistische vrouwen die je wel zou willen doen, over vrouwen met hoofddoeken, over zwarte wetenschappers die een prijs krijgen. Je schrijft dat klimaatverandering een hoax is, een links complot, dat je Trump of Breivik zo’n toffe peer vindt. Omdat je hen wel begrijpt. Ze zijn net zo boos als jij.

Je heet Roderick. Of Theodor. En je schrijft rechtse kutstukjes, omdat de wereld om je heen vergaat.

verspreid dit nieuws...Tweet about this on Twitter
Twitter
0Share on Facebook
Facebook
0Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Reddit
Reddit
0Email this to someone
email
Deze nieuws en opiniesite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis voor iedereen. Dat is enkel mogelijk door de steun van onze lezers. Wij hebben jouw steun hard nodig! Doneer via de doneerknop boven in de rechterkolom of vraag via krapuul2009@gmail.com om het rekeningnummer waar je de donatie naar kan overmaken.