Rond de honderdduizend demonstranten in de ijzige kou van Moskou protesteerden tegen premier Poetin en voor democratische presidentsverkiezingen die nu eens niet via fraude naar de hand van het Kremlim gezet zouden worden. Het vroor 17 graden. Desondanks was het erg druk, met een politieschatting van 35.000 betogers, een schatting vanuit organisatoren die op 120.000 mensen uitkwam. De Guardian houdt het op 100.000. Hoe dan ook, een grote demonstratie tegen Poetin, de derde op rij sinds de parlementsverkiezingen afgelopen jaar. Voorstanders van Poetin demonstreerden ook. Misschien zijn ze minder koudebestendig, misschien zijn het er inmiddels gewoon ook echt minder. Hoe dan ook, de NRC houdt het op 15.000 van hen, beduidend minder dan zelfs de politieschatting van tegenstanders. Het protest tegen Poetin liet met de betoging van gisteren zien dat het geen ééndagsvlieg is, maar een brede én hardnekkige volksbeweging aan het worden is.

De Guardian geeft wat aardige details, die hier en daar wel toelichting behoeven. We lezen over de ludieke sfeer, met als clowns uitgedoste mensen en dergelijke. Er waren partijpolitieke groepen actief, waarover dadelijk meer. “Maar de meerderheid van de demonstranten lieten geen partij-of groepsloyaliteit of – steun blijken, en en veel hadden hun eigen borden ontworpen en vervaardigd.” Dat ‘partijloze’ aspect, den het feit dat zelfbedachte protestborden de boventoon voerden, laat iets zien van de spontaniteit en het eigen initiatief van mensen dat de huidige protesten in Rusland bijzonder en belangrijk maakt.

Maar ze waren er dus wel, de partijpolitici en hun aanhang. “Groepen communisten zwaaiden met Sovjetvlaggen, en ettelijke honderden nationalisten marcheerden in gelid en riepen in koor: ‘Rusland voor de etnisch Russen!’” Eerst die ‘communisten’. Dat gaat overduidelijk om mensen die nostalgisch zijn naar de rust, de orde en de nationale grootheid van de Sovjetunie. Het gaat om harde nationalisten met een verlangen naar geborgenheid en sociale bescherming, maar dit in autoritair verband. Met authentiek communisme heeft dit niets te  maken. En dat geldt zowel als het hier aanhangers van de grote Communistische Partij van Rusland gaat, als in het geval het om supporters van één van de kleinere maar hardere stalinistische clubs.

Ja, en dan die ‘nationalisten’. Dat is het Guardian-eufemisme van de week. Wie, marcherend in gelid, roept om ‘Rusland voor de etnische Russen’”, die is niet zomaar een nationalist maar een doodgewone en levensgevaarlijke nazi. Hun aanwezigheid in de protestbeweging is niet nieuw, maar wel beangstigend. Een protestbeweging die werkelijk meer vrijheid en zeggenschap voor gewone mensen wil, kan niet toelaten dat haatzaaiers Russen opstoken tegen bijvoorbeeld Oezbeken en Tsjetsjenen. En nazi’s wakkeren niet alleen racistisch verdeel-en-heers aan binnen een beweging die waarin álle onderdrukten een gelijkwaardige plek horen te hebben. Nazi’s streven bovendien naar een gewelddadige macht die een ontkenning van zelfs de meest beperkte vorm van democratie meebrengt. Of gelooft er iemand dat ‘eerlijke verkiezingen’ de ruimte krijgen als de “ettelijke honderden nationalisten” er duizenden worden, en in het gelid naar het Kremlin marcheren om daar de macht te grijpen?

Hard nationalisme, en soms dus rechtstreeks fascisme, zie je helaas meer in de huidige protesten. Zo is er een rockband van ex-militairen die tegen Poetin stelling neemt, en waarvan een video binnen enkele dagen al honderden keren werd aangeklikt en, zo mag je aannemen, ook bekeken. Uit de tekst van de song: “je hebt het leger verwoest, het leger is gebroken, en je spuwde op de soldaten en stuurde de officieren het bos in… Ga, tiran!” Die ‘tiran’ is dan Poetin. Maar het verwijt aan hem is niet dat hij de vrijheid vertrapt, maar dat hij de militaire grootheid van Rusland aantastte. “Wij zijn vrije paratroopers, en het Moederland is met ons. Je bent slecht een publieke dienaar, geen Tsaar of God”. Dit type gekwetste nationale trots, dit soort hang naar herstel van aangetaste militaire kracht, was rond 1919 in allerlei Beierse cafézaaltjes nogal populair. 14 jaar later had dit geluid de regering van Duitsland overgenomen. Alweer: dit is een bestanddeel van de protesten die verontrusting wekt en aandacht vergt.

Maar het zou erg onrechtvaardig en onverstandig zijn om hierop de hele beweging af te rekenen en die daarom af te wijzen. Ik wees al op het niet-partijgebonden aspect van het protest dat de overhand had, op het spontane karakter van uitingen van deelnemers. Maar er is meer. Er is ook authentiek linkse, revolutionaire deelname aan het protest. De Guardian schreef: “Sergei Udaltsov, een radicale linkse activist, kreeg applaus toen hij een portret van Poetin verscheurde.” Nu wéét je het niet met die ‘radicaal linkse activisten’: voor je het weet blijkt het te gaan om het slag griezelige nationaal-Stalinisten waar ik het herboven over had. Een vleugje snuffelwerk op Wikipedia laat zien dat dit hier meevalt. Udaltsov is betrokken bij het Linkse Front, een antikapitalistisch samenwerkingsverband dat onder meer bij het Russische Sociaal Forum in 2008 betrokken was, en waarvan ook de bekende marxist in Rusland, Boris Kagarlitsky, betrokken is. Maar in dit Front nemen, naast onder meer iets dat zich ‘Autonoome Actie’ noemt,  ook enkele hardline Stalinistische clubs tegen, hetgeen toch wantrouwen rechtvaardigt.

Udaltsov is herhaaldelijk gearresteerd, en is in hongerstaking geweest. Hij is vooral actief geweest in een radicale jeugdbeweging,Voorhoede van de Rode Jeugd. Boris Kagarlitsky over hen: “Russisch equivalent van het Black Bloc… omringd door politie en strikt gecontroleerd.” Aan hun confrontatie-houding jegens het huidige gezag twijfel ik niet, maar de vergelijking met het Zwarte Blok lijkt me, gezien de autoritaire toon en uitstraling van dit Rode Jeugd-gezelschap, wel weer iets te veel eer. Ik vind het een grensgeval, en niet echt vertrouwenwekkend, het ‘links’ van Udaltsov en dergelijke.

Veel vrolijker word ik van Pussy Riot, een feministische punkband met anti-autoritaire inslag die in de aanloop naar het protest van gisteren van zich deed horen en spreken. The Guardian heeft er een mooie reportage over. Het gaat om méér dan enkel een band, het blijkt een collectief van pakweg 30 jonge vrouwen te zijn. Ze kiezen voor anonimiteit en hanteren een bivakmuts om dat te beschermen. Ze hebben zich afgelopen herfst geformeerd, uit verontrusting vanwege het feit dat Poetin zich weer kandidaat stelde voor het presidentschap. Ze zien zich nadrukkelijk als activisten, en stellen zich radicaal op. “We begrepen dat , om verandering, ook in de sfeer van vrouwenrechten, te krijgen, het niet genoeg is om naar Poetin te gaan en er beleefd om te vragen”, aldus een bandlid. Een ander: “De protestcultuur moet zich ontwikkelen. Wij hebben een vorm, maar er zijn vele soorten nodig.” Nu en dan worden ze tijdens ludieke protestacties opgepakt, maar dat schrikt ze kennelijk niet af. “Het is niet eng – je wordt omringd door goede, normale mensen, degenen die protesteren tegen Poetin.” Ze zijn er ook voorstanders van om niet te braaf te zijn in het oppositievoeren.“Poetin en zijn team gedragen zich zo ruw, en mensen zijn niet klaar om op soortgelijke wijze te reageren(…) Maar dat is nodig als je een illegitieme regering bestrijdt. Het zijn feitelijk bezetters, ze hebben het recht niet daar te zijn – waarom zouden dingen met hen overeengekomen moeten worden?”  Gedoeld wordt hier op het streven om de protesten met officiële toestemming, en dus na overleg, plaats te laten vinden. Inderdaad een beperking van protest waar we in Nederland ook veel te veel mee te maken hebben… Een veelzeggende songtekst van het vrolijk makende gezelschap, om de goede toon te zetten: “Egyptische lucht is goed voor de longen/ Doe Tahrir op het Rode Plein!” Inderdaad, zo doe je dat.

Er waren wel meer verschijnselen in de aanloop naar de vierde februari die lieten zien dat er een rebelse geest in brede lagen van de bevolking heeft postgevat. Redelijk wat aandacht kreeg bijvoorbeeld het protest op 29 januari van meerdere duizenden automobilisten die, vaak toeterend en voorzien van witte linten en andere tekenen van de oppositie, een rijdende demonstratie hielden op een ringweg in Moskou. Enkele honderden mensen juichten de rijdende betogers toe.

Buiten Moskou gebeurt ook één en ander, bijvoorbeeld in Barnaul, Siberië. Daar werkte politie een poging van oppositiemensen om een straatprotest te houden tegen. Mensen bedachten een list: als ze zelf niet mochten betogen, dan lieten ze kleine poppen en speelgoed actie voeren. Dus verschenen er 7 en op 14 januari poppen, teddyberen, lego-figuurtjes en dergelijke, en mini-borden met teksten als : “Ons geduld is niet zonder eind” en “Poetin: verwar je eigen belangen niet met de belangen van het volk”. Inmiddels onderzoekt het openbaar ministerie of deze actie wel toelaatbaar is. De politie vindt van niet: er is geen vergunning verleend…

Natuurlijk is de poging om zelfs dit soort protest te onderdrukken belachelijk. Maar het is ergens, vanuit het oogpunt van de machthebbers, ook erg logisch: juist humor en ongrijpbaarheid kunnen ze niet goed hebben, juist het ongrijpbare en humoristische van veel van het huidige protest maakt de protestbeweging extra gevaarlijk voor het bewind. En extra bemoedigend voor ons.

 

Verscheen eerder op peterstormschrijft. Auteur: Peter Storm.

Geef je op voor de dagelijkse Krapuul nieuwsbrief en mis niets