Op een camping in Polen hebben wij eens authentieke Polen in even authentiek – althans daar leek het op – Twents horen converseren. We konden niet vragen: wat spreekt u onder elkaar, ook al hadden we elkaar waarschijnlijk zonder moeite verstaan. Nederduits, een verzameling dialecten die nooit een leger heeft gekregen of een standaardtaal (wat op hetzelfde neerkomt) en dus vaak voor Duits zonder meer wordt uitgemaakt. Het gebied waar Nederduits wordt gesproken strekt zich uit van – waar zullen we het laten beginnen? Stellingwerf? Twente? – tot ver in Siberië – verbrokkeld uiteraard en ergens ten oosten van de Elbe gebaseerd op immigratie. Het Duits, zonder nadere kwalificatie, is herleefd in Polen, terwijl de aparte Slavische talen van dit land, Kasjoebisch, Sorbisch, Mazurisch, Silezisch, uiterst gemarginaliseerd of niet erkend zijn.

Het Duits is, ondanks de verdrijving van verreweg de meeste Duitstaligen ten oosten van de Oder-Neissegrens, als minderheidstaal weer in trek in Polen omdat Duitsland de toon aangeeft in “Europa” – wel erg opzichtig de baas speelt kunnen we beter zeggen. Het is economisch interessant om Duits te zijn. Dit geldt maar zelden voor minderheidstalen. In Spanje kunnen het Catalaans en het Baskisch zich manifesteren omdat deze talen gesproken worden in de industrieel van oudsher hoogstontwikkelde streken – “Madrid”, dat zo uitdrukkelijk in het centrum van door de Castiliaanstaligen gedomineerd Spanje ligt, is er niet blij mee.

In 1968 was Joan Manuel Serrat de kandidaat voor het Eurovisiesongfestival voor Spanje. Ik heb een verzamel-lp van de man en het verbaast mij dat het Francoregime dit hoe dan ook zou hebben toegelaten.
O, maar dat heeft het ook niet. Toen Serrat aankondigde dat hij de inzending in het Catalaans zou zingen is hij vervangen door het “leuke jonge ding” dat in die jurytijden garant stond voor de overwinning. En het werkte, ook al was het refrein nogal stevig afgekeken van Death of a clown van Dave Davies [The Kinks].

Enkele jaren geleden was er sprake van dat Franco met geld gewapperd had om Spanje te laten winnen, toen in 1968. De stemprocedures bij het Eurovisiesongfestival zijn van oudsher bedenkelijk, er is niets nieuws onder de zon zoals een beslist niet winnend Noors liedje dat mij niettemin is bijgebleven in 1966 stelde.

Nu ik dit juweeltje – je had ze bij Eurovisie! ze wonnen zelden – terug heb gevonden zie ik ook een inzending die illustreert wat ik eigenlijk naar aanleiding van het jaarlijkse mestsproeifestijn had willen schrijven.
Het Eurovisiesongfestival is geen presentatie van de rijkdom en diversiteit van “Europa”. Het is een gladgestreken platgeslagen “geglobaliseerde” staalkaart van hoe pop iedereen kan doen zonder dat het overigens popmuziek oplevert. (Was dit wel zo dan zouden namelijk Groot-Brittannië of Ierland altijd moeten winnen – nou ja, vanuit dat standpunt waren ABBA en Teach-In geen slechte winnaars – maar het is lang geleden ding dingedong – en overigens was de Nederlandse tekst anders en “heftiger” dan de “poppy” Engelse).

Als er gezeverd wordt over “ze moeten integreren” wordt er vaak “kennis van de landstaal” geëist.
U hoeft de reactiepanelen van de sites waar men zich hier zo druk over maakt maar te bestuderen om te zien hoe de beheersing van “de landstaal” ervoor staat bij de “autochtonen”.
Als er over die landstaal wordt gemeierd heeft men het nooit over bijvoorbeeld Welsh (Cymraeg) in Groot-Brittannië of Frysk in Nederland. De Nederlandse koters – pardon: kids – moeten al vanaf de kleuterschool met een soortement Engels worden lastiggevallen maar van kleine Mo en Fatima wordt Nederlandsch verwacht. Enfin, zie die reactiepanelen (twitteraars moeten zich maar abonneren op @DeReactiegraaf voor een fraaie staalkaart).

Het zou ook een feest van echte diversiteit kunnen zijn – Frankrijk heeft enkele keren zijn ongeloof in de winbaarheid van Eurovisie gedemonstreerd met een inzending in het Bretons en een in het Picardisch, en dat terwijl uitgerekend Frankrijk bekendstaat als schurkenstaat op het gebied van linguïstische “minderheden” (tot zo’n honderdvijftig jaar geleden sprak de meerderheid van de “Fransen” geen Frans). Als het toch niet meer te winnen is, dan maar zó niet winnen.
Overigens was ik gisteravond allang blij dat de Franse jury, samen met die van San Marino [huh? wegen die stemmen even zwaar als die van Rusland?], zich van het Frans bediende in plaats van van het non-Engels van alle anderen behalve Groot-Brittannië, Ierland en, opmerkelijk, Zweden dat een echt Engelstalige presentatrice in huis had. Ja ik heb het geheel uitgezeten, een manier om bij te komen van de jetlag… Echt Engels, echt Frans horen, wat een verademing.

Maar Eurovisie zou ook een presentatie van Europa kunnen zijn zoals het (ook) is. Met Sardijnse boventoonzangers, Galicische gaiteiros, Vlachische herderszang, Samisch joiken. O maar wacht – de “Indianen van Europa”, dat stadium hebben we al gehad. Ik heb het gemist. Dan ga ik nu maar in een hoekje zitten wenen al is het daar eigenlijk te heet voor.

http://www.youtube.com/watch?v=ap3_USxKQ34&feature=endscreen&NR=1

Geef je op voor de dagelijkse Krapuul nieuwsbrief en mis niets