Arbeidsverdeling, waarom hoor je die term uit de jaren zeventig nooit meer? Het had te maken met het eerlijk verdelen van het bestaande werk, dat aanzienlijk in omvang afgenomen was, over de mensen. Het was dan ook de enige periode uit de Nederlandse geschiedenis waarin er min of meer sprake was van een linkse regering, ondanks het hysterisch gejank van zwakzinnig rechts dat anders beweert.
Peter de Waard noemt het woord niet, maar schrijft in De Volkskrant enkele interessante observaties over precies dit principe.
Waarom moet werk eigenlijk eerlijk verdeeld worden? Omdat onze maatschappij nog steeds – min of meer – is ingericht volgens het principe ‘wie niet werkt zal niet eten’. Welnu, dan is het dus niet eerlijk om alle bestaande werk zoveel mogelijk op te stapelen bij een zo klein mogelijke groep mensen en de overgeblevenen maar aan hun lot over te laten. Wij hebben daar in deze contreien weliswaar enige opvangende voorzieningen voor getroffen, maar feit blijft dat je qua welvaart veel slechter af bent zonder dan mét werk.
Toch is dat ophopen van werk bij een zo’n klein mogelijke groep mensen nog steeds wat er gebeurt; sterker nog, men neigt er sinds enige tijd weer steeds meer naar. Dit vanwege het feit dat het voor bedrijven voordeliger is elke werknemer zo zwaar mogelijk te belasten in plaats van het werk over meerderen te verdelen. ‘Er moet langer en harder gewerkt worden, dat is goed voor onze economie’ is een mantra die je al zeker tien jaar hoort. Ja, dat kan dan wel goed zijn voor de economie, alleen heeft op die manier slechts een deel van de bevolking iets aan die betere economie, namelijk diegenen met werk. De rest zoekt het maar uit.
Bijna wereldwijd heerst er een structurele werkloosheid, die slechts ten dele een gevolg is van het feit dat er iets mis zou zijn met de economie, maar daarnaast van het feit dat we een en ander juist bijzonder doeltreffend hebben geautomatiseerd en gemechaniseerd. Ook hier in Nederland, ook in tijden dat het economisch goed gaat, zijn er veel meer werklozen dan openstaande vacatures. Wat er vervolgens is gebeurd, is dat de voordelen daarvan niet voldoende verspreid zijn over de bevolking.
Een bepaalde hoeveelheid werk werd bijvoorbeeld voorheen door 100 mensen gedaan, en kon later ten gevolge van de automatisering door slechts 50 gedaan worden. De sociale – en zinnige – oplossing is dan dat iedereen het fijn wat rustiger aan gaat doen bij diezelfde productie, maar de ondernemer heeft er echter voordeel bij 50 man te ontslaan en de overige 50 even hard door te laten werken. Het doel van een ondernemer is namelijk winst maken, niet producten of diensten voor de samenleving leveren. Die ontslagen 50 man wordt vervolgens ook nog verteld dat ze luie nietsnutten zijn omdat ze niet meer werken, en krijgen daarom slechts net genoeg om van te kunnen leven of zelfs dat niet.
De conclusie van Peter de Waard in De Volkskrant is dan ook dat in plaats van langer doorwerken met volle werkweken (mederedacteur Keira vroeg zich naar aanleiding van wat gebral van Henk Kamp in die richting al eerder af waar dat werk dan vandaan moet komen) we juist naar een pensioenleeftijd van 60 jaar en een 32-urige werkweek moeten.
Ik was blij deze verfrissende visie eens in de krant aan te treffen in plaats van het obligate, calvinistische gezeur over harder werken en broekriemen aantrekken.



Goed ontleed Laurent! Het is gewoon van de zotte, minder mensen moeten zich kapot werken, terwijl als we allemaal een beetje werken er ook door meer mensen geleefd kan worden. Want voor weinig mensen zal hun werk ook hun hobby zijn, dus die hebben een leven naast hun werk.