De reformistisch of parlementair genoemde stroming in de Nederlandse sociaal-democratie, die allang kortweg sociaal-democratie was gaan heten in de twintigste eeuw, was zeer sterk op Duitsland georiënteerd. De Partij in Duitsland was tenslotte (mede) opgericht door Karl Marx zelf, was de gedachte, en alle grote breinen van het Europese socialisme vertoefden daar. Toen de SDAP werd opgericht in 1894 leefde Friedrich Engels zelfs nog! Het grote voorbeeld was Duitsland, dat de weg leidde uit revolutionair avonturisme naar degelijke machtsvorming in de vorm van parlementszetels.
Duitsland bleef het grote voorbeeld voor veertig jaar – en toen was het afgelopen in 1933. Het hele machtige gebouw van de Partij die de Arbeidersbeweging pas echt belichaamde werd met een decreet en een ronde arrestaties afgebroken tot op de grond – zo leek het. De sociaal-democratie had “de democratie” serieus genomen en betaalde de hoogste prijs voor de illusie, met de communisten en de rest van de linkerzijde. Toen de nazi’s in 1940 de lakens konden gaan uitdelen in Nederland waren er nog volop sociaal-democraten op hoge posities die De Partij en het apparaat wilden redden, want het was toch allemaal maar mooi opgebouwd…
Duitsland als ijkpunt werd vervangen in 1945 door de Verenigde Staten van Amerika. Eigenlijk had dit Canada moeten zijn, het land waar J.K. Galbraith vandaankwam, de naoorlogse keynesiaan die door PvdA-ideoloog Den Uijl op handen werd gedragen, maar “Amerika”, zoals men het ook nu nog zwaar-ideologisch geladen noemt, speelde nu eenmaal de hoofdrol. Ook in de strijd tegen het communistisch wereldgevaar, waar de PvdA zijn mannetje mede in stond. Het leidde tot oppositie binnen de PvdA, van de linkervleugel en van als altijd aan intredepolitiek doende trotskisten
In 1955 werd het Sociaal-Democratisch Centrum (SDC) opgericht, een kleine linkse pressiegroep binnen de PvdA. De leden van het SDC kwamen uit verschillende delen van de partij, maar deelden dezelfde zorg. De naoorlogse Nederlandse sociaal-democratie was naar hun mening te gouvernementeel, te volgzaam, te weinig socialistisch geworden. De internationale politiek van de PvdA, gekant tegen de Sovjet-Unie en gericht op samenwerking binnen de NAVO, was daarvan voor veel SDC’ers het levende bewijs.
Het SDC werd nauwelijks tot niet gedoogd binnen de PvdA. In 1960 werd op een partijcongres het lidmaatschap onverenigbaar verklaard met het lidmaatschap van de PvdA. Het SDC hief zich op. Intussen was de Pacifistisch-Socialistische Partij opgericht in 1957, die in 1959 met twee zetels in de Tweede Kamer kwam. Ontheemde sociaal-democraten, Derde-Wegzoekers tussen Washington en Moskou en ethisch geïnspireerden (christelijk of niet) vonden er een dak. Er was een alternatief ter linkerzijde van de PvdA – afgezien van de communisten – gekomen.
Het artikel van de Wiardi Beckmanstichting over de PvdA en de Koude Oorlog.
Dit is een aflevering in de serie De Rode Canon







De PSP als reactie op het gevaar van een atoomoorlog is wel te begrijpen. Denk daarbij aan Stanley Kubricks film dr. Strangelove. En de oorlog in Korea had de ongerustheid niet verkleind.
Maar vooral naïeve denkbeelden kenmerkten de partij. Ik noem er een paar:
- De PSP pleitte voor het uittreden van Nederland uit de NAVO;
- De PSP wilde het Nederlandse leger afschaffen: tot die tijd zouden dienstweigeraars meer rechten moeten krijgen en de wapenindustrie in handen van de overheid komen;
- De partij was tegen de Europese Economische Gemeenschap die de macht van Nederland om haar eigen economie te plannen beperkte.