Nederland (en niet alleen Nederland, maar gemakshalve laat ik het er nu bij) is vergeven van fascisten en nazi’s die hun naam niet willen weten. Slapjanussen kun je ze noemen, die lui die met een nepcitaat van aartsracistische koloniaal Churchill (zelf allesbehalve vrij van fascistische sympathieën overigens) naar anderen wijzen. Waarmee ze zich dan toch weer verstrikken: o, dat hakenkruis op uw spandoek gaat de vuilnisbak in? Dan bent u dus antifascist? Dan bent u volgens Churchill dus een fascist. Ideologische warboel leidt tot warhoofdige redeneringen. Iets dergelijks geldt voor toch waarschijnlijk nog steeds de radicaalste parlementaire fascist, Bosma, die rondtoetert dat de nazi’s extreem-links waren (zijn). Een verhaal dat Bosma niet verder hoeft toe te lichten, het kan ook niet, maar de achterban heeft dan ook geen behoefte aan intellectuele praat.

Waarom fascisten van nu bang zijn zich zo te noemen is hun probleem. Misschien is het toegeving aan schaamte die wel gepast zou zijn over hun geestelijk voorgeslacht. Een complicerende rol zou Israël kunnen spelen, waar velen hunner ondanks hun nauwelijks latente antisemitisme dol op zijn. De zwaarste antisemieten zullen Israël dan weer niet op handen dragen, maar die zitten vooralsnog niet in het parlement.
Het blijft een raadsel, die lafheid zich ronduit fascist te noemen.

Een geheel ander punt: wie durft zich dezer dagen nog communist te noemen? Iemand die niet lid is van een van de heersende partijen in Cuba, China, Vietnam, Laos of Noord-Korea? Communisme is sinds het woord geïntroduceerd is nogal van betekenis veranderd, althans van lading. Omstreeks het fin-de-siècle noemde men de vroege christenen als levend in communisme, dit gebaseerd op Handelingen 2:44-45

Allen die gelovig waren geworden hadden alles met elkaar gemeen, verkochten hun bezittingen en have en deelden de opbrengst aan allen uit naar gelang iemand behoefte had.

Deze passage verwijst naar een legendarische zoniet mythische situatie. Zodra de christenen in de geschiedschrijving verschijnen leven ze niet “communistisch”. Kloostergemeenschappen zijn de uitzondering wat dit betreft, niet de regel. Niettemin ligt de passage ten grondslag aan alle strevingen die binnen of (meestal) buiten de Kerk gemeenschappelijk bezit nastreven. Oftewel: van ieder naar vermogen, voor ieder naar behoefte. Dit is het communistisch adagium bij uitstek en dus ook het streven. Het wordt als zodanig ook door Marx en Engels genoemd, maar lang niet alleen door hen. Op dit punt is er geen verschil tussen zich op Marx beroependen en anarchisten bijvoorbeeld. Tot een eindweegs in de twintigste eeuw waren communist en (sociaal-)anarchist *) inwisselbare woorden. Wat is er misgegaan? (Niet direct een cliffhanger, maar wordt vervolgd).

*) Sociaal-anarchisme of anarchistisch socialisme zijn wat mij betreft pleonasmen. Zogeheten individueel anarchisme is in de praktijk niet te onderscheiden van liberalisme, omdat het bestaande eigendomsverhoudingen niet ter discussie stelt.

verspreid dit nieuws...Tweet about this on Twitter
Twitter
7Share on Facebook
Facebook
0Share on LinkedIn
Linkedin
Share on Reddit
Reddit
0Email this to someone
email
Deze nieuws en opiniesite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis voor iedereen. Dat is enkel mogelijk door de steun van onze lezers. Wij hebben jouw steun hard nodig! Doneer via de doneerknop boven in de rechterkolom of vraag via krapuul2009@gmail.com om het rekeningnummer waar je de donatie naar kan overmaken.