399px-Slag_bij_NieuwpoortZestienhonderd, slag bij Nieuwpoort. Ik heb er jaren over moeten doen om er achter te komen dat deze slag niet had plaatsgevonden bij een dorpje in Zuid-Holland maar bij een stedeke aan de Westvlaamse kust. De context van de slag ontbrak eigenlijk en waarschijnlijk werd de slag genoemd en door iedereen onthouden vanwege het mooie ronde jaartal. “Afrekenen met 1600” heette een boek van de Vereniging van Geschiedenisleraren van ruim veertig jaar geleden (houd mij niet aan het jaartal!). Volgens mij is er allang afgerekend met 1600 – de betrekkelijke onbelangrijkheid van de slag voor het verdere verloop van de Tachtigjarige Oorlog, moest het allemaal uitgelegd worden?

Nu zult u mij niet horen zeggen dat jaartallen onbelangrijk zijn. De dappere strijders v/m tegen de geschiedenis willen dat graag horen, maar dat cadeau gun ik ze niet. In het historieloze universum van de mediawereld is het van geen belang wanneer er algemeen kiesrecht werd ingesteld in Nederland. Wanneer de zedelijkheidswetgeving, waarbij homoseksuele handelingen strafbaar werden gesteld. er werd doorgeduwd door een zekere Regout, een naar aardewerk klinkende naam, maar dat hoort men kiesheidshalve niet te vermelden. Wanneer deze zedelijkheid dan weer is ingetrokken, ook interessant. De precieze jaren van de bezetting door de Duitsers, die als bij toverslag “nazi’s” gedoopt zijn achteraf, zou toch ook wel goed zijn om die te weten. Of de jaren verbonden aan de onafhankelijkheid van Indonesië, Suriname en wat er zoal vastzit aan Nieuw-Guinea. Om maar wat te noemen. Maar ja, als er dagelijks gepraat wordt over de joods-christelijke beschaving, eventueel verrijkt met het adjectief humanistisch, dan kun je beter niet naar jaartallen vragen. En ik houd het nu maar bij enkele voorbeelden uit de twintigste eeuw, maar eigenlijk is die zelf allang weer een vervelende rij van honderd jaartalletjes.

Wethouder van onderwijs te Amsterdam, Kukenheim, D66, vindt het belangrijk dat men “21th century skills” leert op school. Men kan hieruit al afleiden dat haar kennis van de Engelse taal niet denderend is. Of die van de stagiaire die haar woorden heeft opgetekend, dat kan natuurlijk ook.
Paul Schnabel, voorzitter van de commissie die de weg leidt naar het onderwijs voor 2032, over de kennis van journalisten:

Geschiedenis is geen verplichting meer, nee, maar aan alle journalisten en critici die mij de vraag voorleggen of dat niet kwalijk is, vraag ik wanneer Willem de Derde regeerde. En Willem de Tweede? U weet het niet? Mijn ervaring leert me dat wanneer je iets niet nodig hebt, je het vergeet.

Geen journalist die het benul had te vragen: de stadhouders? De koningen? De graven van Holland – wie wilt u hebben? Om het even bij het huidige Nederland te houden. Ach, Schnabel weet zelf waarschijnlijk niet eens waar hij het over heeft. Heel misschien weet hij het oprichtingsjaar van de partij waarvoor hij in de Eerste Kamer zit, het zou geen heel grote toer moeten zijn, maar men kan nooit weten.

De jaartalletjes, waar komen die vandaan? Uit de Volkskrant, voorheen dagblad voor het katholieke volk van Nederland.

Het wordt minder belangrijk om jaartalletjes te weten; we richten ons meer op het leren van de samenhang tussen bepaalde gebeurtenissen. Het is een brede aanpak; aan de hand van de geschiedenis van de kolonisatie en dekolonisatie kun je bijvoorbeeld ook veel leren over economie en handel.

Zegt de socioloog en klinisch psycholoog Schnabel, die nog bij de NVSH gewerkt heeft en dus een van de bovenstaande vragen wellicht zou kunnen beantwoorden. Maar nu is hij naast directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau commissaris bij de Shell. En onwetendheid is macht en omgekeerd – sinds wanneer zou hij eigenlijk iets van het vak geschiedenis moeten weten? (Zoekt naarstig naar een jaartalletje…)

verspreid dit nieuws...Tweet about this on Twitter2Share on Facebook0Share on LinkedIn0Share on Reddit0Email this to someone