Bruine ratten

Ik werd door bijgaand bericht over de PVV van mijn collega Laurent gestimuleerd tot een heusch polemisch stuk, nee hoor. Maar ik dacht wel terug aan the good old days dat ik nog een recalcitrant pubertje was. Om de een of andere reden las ik die tijd nog boeken en één van de boeken die een diepe indruk op mij hebben achtergelaten is het boek “Ratten” van Maarten ’t Hart. Dit boek staat, nu ik er over nadenk, wel in mijn top 10 van de beste boeken die ik ken.

In dit werkelijk zeer lezenswaardige boek staat eigenlijk alles wat er te weten is over ratten. En dat is echt veel interessanter dan je zou denken. Maar daar moet je dat boek dus voor lezen. Wat bijvoorbeeld interessant is in het boek is het aspect “De Rat Als Huisdier”. Ik las bijvoorbeeld dat ratten heel intelligent waren, en van pepermunt houden, en graag bier drinken, en nog veel meer leuks, dus ik wilde ook een rat en zeurde bij mijn ouders “mag ik een raaaaaaaaahaaaaaaaaaat” net zolang tot ze zeiden “ja neem in godsnaam die kutrat”. Ik weet niet zeker of het toeval was maar in die tijd was de rat als huisdier best wel in de mode. Maar ik werd echt geïnspireerd door dat boek en niet door die mode.

Toen kwam de vraag: waar haal je een rat. Niet bij het dierenwinkeltje in het durp. Nee, het werd Amrep in Breda. Amrep, de naam verraadt het al, gaat over amfibieën en reptielen, al sinds 1969. Nou, en wat stoppen veel mensen in reptielen: uiteraard ratten. Ze verkochten toen vanuit een soort garage of zo hun reptielenvoer. Ik zei dat ik een bruine rat wou. Zo’n rioolrat, niet zo’n guitig laboratoriumratje maar the real thing. De verkoper pakte een rat uit een kooi met daarin een berg bruine ratten en gooide hem tegen de muur, waar hij bleef hangen middels zijn nagels.

Ik nam de rat mee naar huis en stopte hem in een leuke grote kooi. En het was in het begin ook echt wel leuk die rat. Niet dat ik er zo liefhebbend mee omging als die modieuze types met hun witte ratje op hun schouder, want ik vond het eigenlijk een smerig beest, maar zo in die kooi was het best leuk om te zien hoe hij zich bezig hield. Stel je gooide er bijvoorbeeld een krant in dan bouwde hij daar in no time van piepkleine krantensnippers een mooi hol van.

Verder deed ik wat in dat boek van Maarten ’t Hart stond. Ik gaf die rat een enorme king size pepermunt en die werd onmiddellijk verslonden. Nog één en ook onmiddellijk weg. Enzovoorts. In die tijd kon je als puber nog aan bier komen, dus ik gaf de rat een half blik bier in een waterbakje. De rat dronk zijn eigen gewicht aan bier in een sneltreinvaart op en verdween vervolgens dagenlang in zijn krantensnipperhol. Toen ik dacht dat ie dood was kwam hij ineens weer te voorschijn maar het was niet meer dezelfde rat. Er was iets geknapt in deze rat. Echt lief is ie nooit geweest maar sindsdien was hij altijd ronduit agressief.

Als je langs zijn kooi liep dan stak ie zijn armpje er uit om je bij je kleren te grijpen. Onderhoud in de kooi durfde ik alleen nog maar met leren motorhandschoenen aan. Een woesteling was het geworden. Toen ik een jaar later het ouderlijk huis verliet heb ik de rat maar achtergelaten bij mijn ouders, niet echt tot hun genoegen. Het schijnt dat hij dat jaar tijdens oud en nieuw een of andere hersenbloeding of zo heeft gehad en tijdens het vuurwerk ter plekke dood neerviel.

Tot zover mijn verhaal over de bruine rat.