De Nationale Volksgeest in twee bevattelijke afleveringen – afl. 2

Op de Vijgendam en de Vissersdam (en een stukje Warmoesstraat) in Amsterdam, thans eenvoudigweg Dam geheten, staat het nationaal monument nationaal monument te wezen. Gezien een belangrijke bedrijvigheid ten oosten van het monument is de naam Nationale Piemel niet geheel misplaatst, en dit lichaamsdeel wordt gecompleteerd door de ballen die men begrijpt van de dichtregels van Roland Holst op het monument.

Schrikt u van dit gebrek aan eerbied? Bedenk dan dat er nu een partij aan de macht dreigt te komen die het nationale treffen bij dit monument tot een herdenkingsdag wil verklaren voor de slachtoffers van het (nationaal-)socialisme. De slachtoffers van Hitler en Job Cohen (die verzinnen ze er zelf wel bij) bij elkaar geveegd. “Een heel gewone partij”.

Voor deze piemel was er Naatje, op de eigenlijke Dam, westelijker. Ik heb geen idee of de naar mijn gevoel wel typisch Amsterdamse uitdrukking “het is naatje” (het gaat slecht) ontleend is aan dit monument voor de Eendrachtige Volksgeest die Nederland bevangen moest hebben bij de verdediging van het vaderland bij de afscheiding van het zuiden in 1830. Nog onzekerder lijkt het mij dat de naamgeving van dit monument nog duidelijker in termen van geslachtsdelen zou hebben plaatsgevonden en dat het dus eigenlijk “naadje” zou zijn geweest, vanwege de dame op de enorme sokkel, die de eendracht van de natie (naatje?) moest symboliseren. Zo dichtbij dit alles en zo ver weg.

Naatje op de Dam
moest wijken voor de electrieke tram

was een rijmpje dat nog rondwaarde in de buurt toen ik er opgroeide – inderdaad, daar, hartje Amsterdam.

Opmerkelijk: het standbeeld is ontworpen door een Belgische beeldhouwer.
De onthulling, 1856, werd al door de wind gesaboteerd. Dat beloofde veel goeds. Verder citeer ik het wikipedialemma over Naatje, dat mij bij de eerste keer dat ik het las deed rollen van het lachen. Het verhaal van Naatje:

Vorst en regen deden hun werk en Naatje raakte na een aantal jaar een deel van haar neus kwijt. Haar hoofd zaagde men af om het te kunnen restaureren en nadien werd het teruggeschroefd op het beeld. Op 2 mei 1907 viel haar rechterarm kapot in het fonteinbassin. Haar arm werd niet vervangen. Haar voorhoofd, wangen en kuiten waren intussen ook ernstig aangevreten door het weer. Het monument werd dan ook geheel bedekt met bloemen als er hoog bezoek op de Dam werd verwacht, zodat het zicht van het toegetakelde beeld werd ontnomen.

Op 25 juli 1913 bespraken B&W in hun vergadering een voorstel om het beeld te laten verwijderen. De Dam werd verbouwd, de tramsporen werden verlegd en op 8 april 1914 werd Naatje verwijderd. De restanten verdwenen naar het Stedelijk Museum. Alleen het hoofd zou nog aanwezig zijn, begraven in de tuin van het museum.

Zo verging het ’t monument van de eenheid tegen het muitziek Bels gespuis. Nog net voordat het land, waarvan de neutraliteit volgens het Duitse Keizerrijk maar op een vodje papier was geschreven bezet werd en een miljoen Belgen naar Nederland vluchtten. Het kan verkeren.

Uit welke tijd het onderstaande meesterwerk komt weet ik niet. Het moet wel de negentiende eeuw zijn, misschien toch niet lang na de afscheiding. Afgezien van het volk waartegen het gericht heet te zijn is het ook heel leerzaam te vernemen hoe er gedacht wordt over “incidenten”, “ontspoorde elementen” in de altijd zo moreel goed toegeruste “strijdkrachten” zoniet “vredesmissionarissen”. Ook heel fijn voor de wildersisten die fusie met “Vlaanderen” wensen, wat volgens opiniepeilers nog heel wat “Nederlanders” een goed idee vinden. U heeft al wat genitale termen gehad nu, als u er niet tegen kunt, wat ik mij heel goed kan voorstellen, niet verder lezen.

BELGENLIED

Maar eens dan komt de tijd,
Waarop wij allen wachten.
Dan gaan we naar de grens,
Om Belgen af te slachten.

Dan schiet de zeven-veld
Met welgemikte schoten,
dat godvergeten tuig
kartetsen voor de kloten.

De kerels hakken wij
De lullen van de lijven
En ’s avonds in ’t kwartier
Schofferen wij de wijven.

En mocht’ er onverhoopt
Nog kinderen van komen
Dan hangen wij dat tuig
Aan de allerhoogste bomen.

6 gedachten over “De Nationale Volksgeest in twee bevattelijke afleveringen – afl. 2”

  1. Heerlijk verhaal. Belangrijke bijdrage voor historisch besef over ‘de Nederlander’. Die bestaat dus niet, zoals Maxima terecht constateerde. Gelukkig.

  2. Inderdaad, ‘De Nederlander’ bestaat gelukkig niet. Dan zouden we allemaal hetzelfde zijn en hetzelfde denken. Moet er niet aan denken, dat ik een PVV -hoofdinhoud zou hebben! 😐

    Snapte ook de hele commotie niet na die opmerking van Maxima, maar ja, dat heb je in nationalistische tijden. Dan wil men zich tegen beter weten in één voelen en mag er niets gezegd worden om diversiteit an te tippen.

    Overigens vind ik de hypocrytie onder mensen soms lachwekkend. Na afgegeven te hebben op allerlei ‘niet-Nederlanders’ laat de fulmineerder een afhaalmaatijd komen die van oorsprong niet uit Nederland komt of haalt een lekker broodje of snack dat/die ook niet Nederlands van oorsrpong is. Hier kan ik nog steeds om gniffelen 😮

  3. Ik heb de tekst en de melodie zo in herinnering:

    “En Náátje op de Dam,
    die mot verdweinen, die mot verdweinen,
    en Náátje op de Dam
    die mot verdweinen voor de electrieke tram”

    Waarbij het gebruik van ei in plaats van ij een poging is om het Amsterdamse accent getrouw weer te geven.

  4. Ik moet onweerstaanbaar denken aan het huidige gehannes met het Nationaal Museum in Arnhem (of niet in Arnhem) met z’n ondergrondse parkeergarage.

Reacties zijn gesloten.