Van Politieke Partij Radicalen tot radicaliseringspolitie

Ooit bestond in Nederland de Politieke Partij Radikalen. Over haar radicaliteit valt te twisten maar in ieder geval kon een ieder zich vrijelijk radicaal voelen en noemen. Vlak na WO-II wist men wat het inhield in een eenpartijstaat te leven. Tolerantie voor radicale denkbeelden symboliseerde de vrijheid van het Westen. Tegenwoordig echter heeft hier vrijwel niemand nog dictatuur aan den lijve ervaren. Radicaliteit lijkt nu staatsgevaarlijk. Verschillende rechtse politieke partijen willen dat gevaar radicaal in de kiem smoren. D66, de partij van grijs in meer dan vijftig tinten, heeft voorgesteld een gedachtenpolitie op scholen in te zetten tegen de gevreesde radicalisering.

Radicaliseringsgevaar
Hoe gevaarlijk is die radicalisering? Disproportioneel geweld gebruiken wil ik niet. Hopelijk wil niemand dat. (Eigenlijk wil ik liever afzien van geweld, maar dat gaat te ver, dat is onmenselijk.) Maar sommige zaken mogen natuurlijk niet ongestraft blijven. Wanneer 3000 mensen de dood vinden ten gevolge van zich in wolkenkrabbers inborende vliegtuigen, is dat een ramp. Wanneer dat met opzet gebeurt, schreeuwt dat om een reactie waarbij de verantwoordelijken hun straf niet ontlopen. Ik wil evenwel niet dat er 600.000 willekeurige moslims in Irak de dood vinden om wraakzucht bot te vieren, onder het valse voorwendsel van de aanwezigheid van massavernietigingswapens. Dat is disproportioneel. En wanneer er drie Israëlische jongeren door Palestijnen worden ontvoerd, wil ik niet dat ter vergelding een bombardement op Gaza plaatsvindt met meer dan 2000 doden. Dat is disproportioneel.

Verder wil ik respect voor de mensenrechten. Zo wil ik niet dat er jarenlang gevangenen zonder proces vastzitten in Guantánamo Bay. En ik wil de doodstraf afschaffen. En zeker voor zoiets onschuldigs als het bezit van hasj, wat in Saoedi-Arabië regelmatig tot veroordeling ter dood leidt. Al met al wil ik waarschijnlijk veel te veel. Daarmee ben ik een potentiële radicaal.

Polizei
Toch zal ik nooit wapens opnemen waarmee ik anderen kan doden. Mijn enige wapen, als dat al werkt, is het schrijven van stukjes. Maar naar aanleiding van in bovenstaande alinea’s genoemde, door mij niet gewilde, maar wel voorgevallen zaken kan ik me radicalisering voorstellen. De gebeurtenissen hebben plaatsgevonden onder westerse of door het Westen gesteunde regimes. Jongeren zijn in het algemeen wat impulsiever in het nemen van radicale beslissingen dan ik. Wanneer die zich bewust worden van de hypocrisie van het Westen wil een aantal directe actie. Ze vragen zich daarbij niet af of bijvoorbeeld IS wel zo’n fijne staat is. IS strijdt tegen het hypocriete Westen, dat volstaat. In de jaren zestig en zeventig vroegen demonstranten tegen de oorlog in Vietnam zich evenmin af of de communistische Vietcong zo’n fijne organisatie was. Het volstond dat ze een anti-imperialistische strijd voerde.

De huichelachtigheid van het Westen slikt uiteraard niet iedereen met een scholingsprogramma, met indoctrinatie. Laat staan dat een gedachtenpolitie een nuttige rol kan vervullen. Maar soit, in onze huidige tijd, waarin iedere politieke kleur acceptabel is zolang die maar grijs-bruin is, kiezen machthebbers toch alras voor: Eins, Zwei, Polizei.