Rancune aan de randen

In Nederlands Dagblad een “speurtocht naar de politieke geografie van de proteststem”:

Het jaar 1935 is een kroonjaar voor een nieuwe beweging, de NSB. Een partij die niks moet hebben van Haagse kliekjesgeest, die opkomt voor de gewone man. Ferm nationaal-conservatief, boos op de bestuurlijke elite – en nog twee jaar te gaan alvorens uitgesproken antisemitisch te worden onder Rost van Tonningen. Maar de verschillen met de PVV nu zijn groot. Zo groot, dat sommigen het vergelijken met oude, vergeelde stemkaarten onzin vinden. Een pikant verschil is dat de NSB een beroep op je inzet deed. Je moest de straat op, krantjes verkopen, het bos in met de jeugdbeweging. Voor de PVV volstaat het als je voor de buis hangt, als je je op het geëigende moment maar even naar de stembus sleept. En de PVV is ondemocratischer.

Overeenkomsten zijn er ook. Beide gebruiken het parlement als zeepkist, kennen een leiderscultus en zoeken een zondebok. (meer)