Frusty house

Naar aanleiding van mijn coming out gisteravond dat ik wel eens een jaartje gekraakt heb leek het me wel leuk om er eens een therapeutisch stukje erover te schrijven.

Bijna 30 jaar geleden. Ik was 18 jaar, zat bijna in het laatste jaar gymnasium en thuis wilde het niet echt vlotten. Ik reed weg op mijn Yamaha FS1 terwijl mijn moeder een steen achter me aan gooide zeg maar. Toen moest ik dus ergens gaan wonen. Internet bestond nog niet. De hippe maar dure woningbureaus ook niet. Je moest dus middels advertenties in krantjes en briefjes in supermarkten iets vinden. Dit lukte niet. Ik ben wel hier en daar wezen bezichtigen maar dan was ik te laat of niet goed genoeg, ik weet het eigenlijk niet meer.

Dus zei een goede vriend van mij: dan gaan we kraken. Dat klonk wel stoer. Wij naar het “kraakspreekuur” en je moest een tafel neerzetten en een bed en daar dan gaan zitten en dan was je de bewoner en konden ze je niks maken.

We hadden een “mooi” leegstaand pand uitgezocht in ’t Ginneken in Breda. Naast Lion D’Or (bestaat blijkbaar niet meer, maar de die hard Bredanaar weet wat ik bedoel). Het was een mallenmakerij geweest of zoiets. Grote loods en daarboven een woning. Met een man of 10 braken we in, sleepten we onze meubels naar binnen en daar zaten we dan. Ik had petroleumlampen meegenomen maar die moesten uit want daar hadden ze last van. We bezichtigden de woning en er waren veel kamers, de een nog gruwelijker dan de ander (hoogpolig roze tapijt met paarse muren en zo) maar er was dus 1 kamer die was echt too good to be true. Houten vloer, een plafond beschilderd met engeltjes en bloemen, en een open haard. We spraken af dat dit “de gemeenschappelijke ruimte” zou worden, zo mooi dat-ie was.

We gingen naar de plaatselijke hardware store en stalen een paar sloten en monteerden deze op de deuren in ons huis, dat wij Frusty House gedoopt hadden. Waarom weet ik niet, aan de andere kant was het wel een treffende naam.

Maar het was koud, en donker. De vrienden gingen toch maar weer thuis bij pa en ma slapen. En een nacht later realiseerde ik me dat ik alleen was in het huis. Ik, de stoere eenzame kraker.

BOEM zei de voordeur. Slot of niet, hij werd ingetrapt en lag plat op de grond in de gang.

Dapper sloop ik naar het trappenhuis. Daar stonden twee agenten. Handen bij het holster. “Mogen we binnenkomen?” zeiden ze.

Wordt vervolgd.

5 gedachten over “Frusty house”

Reacties zijn gesloten.