Frusty House – Deel 2

Mijn cliffhanger van deel 1 was veelbelovend, ik geef het toe, maar de waarheid is dat er verder niks gebeurde. De politiemannen constateerden dat er een tafel was en een bed in ons gekraakte pand en dat ik dus de enig denkbare allerlegaalste bewoner van het allerdonkerste hol op de Ginnekenweg was. Excuses voor de ingetrapte deur konden er niet van af.

Maar goed het was op zich niet verkeerd. Er stond daar een huis te verkrotten en op eens was er licht, en dat was ik. Weliswaar een petroleumlamp maar toch.

Om toch iets van warmte en woongenot te krijgen gingen mijn goede (thuisslapende) vriend en ik naar het lokale energiebedrijf. Dat was toen nog een soort instituut waar je energie kon krijgen. Tegenwoordig bestaat zoiets niet. Maar toen gelukkig dus wel. Wat was mijn vorige meterstand/woning wilden ze weten. Had ik niet. Begrepen ze niet. Anyway met een vloek en een zucht was de energie, water ook trouwens, in het donkere hol geregeld.

Een homo die verliefd op een of meer van ons was, legde met zijn pijpenbuiger wat gasleidinkjes aan. Gaskacheltje hier, geisertje daar en overal was het wam en licht.

De mensen begonnen binnen te druppelen. Het was zowaar een home sweet home geworden. De kamertjes werden betrokken.

We praten ook wel een paar weken later, dus “de gemeenschappelijke ruimte” (zie aflevering 1), die too good to be true was, namelijk houten vloer, witte muren, open haard en met engeltjes beschilderd plafond, was mijn woning geworden. Ik ging geen ruimte gemeenschappelijk houden voor thuisslapers. Maar dat begreep gelukkig iedereen. Ik had, kortom, toen één van de mooiste woningen die ik sindsdien ooit gehad had.

Mijn oma maakte in die tijd schoon bij een of andere drugscrimineel, of pooier, in de rivierenbuurt in Amsterdam. Later toen hij vermoord werd, of iemand vermoordde, daar wil ik vanaf zijn, hield dat op, maar for the time being kreeg ik zijn afgedankte kleren. En dat was echt niet misselijk. Van Gils pakken en noem maar op. Ook droeg ik een Borsalino hoed, weet niet meer hoe ik daar aan kwam.

Ik moet er in die tijd dus niet echt slecht hebben uitgezien, understatement uiteraard. Ook verfde ik mijn haar blauw zwart. En dat paste goed bij die gangsterkleding.

Voordat ik bij mijn ouders vertrok had ik nog bedongen dat ik een 40-tal weedplanten in hun tamelijk royale tuintje had mogen neerzetten. 30 jaar geleden he jongens dus hold your horses.

En dat vonden ze goed.

Het laatste gymnasiumjaar was begonnen.

Wordt vervolgd.

2 gedachten over “Frusty House – Deel 2”

Reacties zijn gesloten.