Democratie gaat via een omgekeerde U-bocht

Uiteindelijk is democratie een elitair gebeuren. Geen wonder dat een deel van het klootjesvolk (proletariërs in nette bewoordingen) op de elite spuugt. ‘Het zijn allemaal zakkenvullers’, is een vaak geuite kreet. Deze kiezers voelen zich niet vertegenwoordigd door politici. Vol onbegrip zien ze het politieke handwerk aan. Politieke opportunisten, die van kritiek op de elite en van aansprekende valse beloftes een kunst hebben gemaakt, azen op hen. Een sterke man – desnoods vrouw – die de wensen van het volk kent, zou beter in staat zijn te regeren dan een elitaire kliek.

Consensus
Politiek onbegrip is een probleem van democratie. Een vaak veronderstelde remedie voor beter beleid is meer democratie. Dat zoiets niet werkt, weet in feite iedereen. We kunnen nu eenmaal niet met z’n allen in een land vergaderen. Experimenten met consensusdemocratie, zoals de Occupybeweging die heeft voorgesteld, zijn een lachertje:

De frequentie van inspraakmomenten moet omhoog, en besluiten moeten op basis van consensus worden genomen. Leden van de sociale bewegingen waaruit Occupy voortkomt, zijn gewend om één of meerdere keren per week bij elkaar te komen en samen besluiten te nemen. Bovendien kan iedereen z’n zegje doen, dat is de consensus. Let op: dat betekent niet dat iedereen het met een besluit eens hoeft te zijn. Wél dat iedereen z’n stem heeft kunnen laten horen.

Omgekeerde U-curve
Maar wat dan? Autocratie (een sterke man) is uiteraard helemaal uit den boze. Moeten we ons neerleggen bij wat de elite in onze democratie ons voorkookt? Je neerleggen doe je maar om te slapen, niet bij het benutten van kansen in een democratie. Maar we moeten realistisch zijn over de mogelijkheden en onmogelijkheden. Meer democratie is vaak geen goede oplossing. Er zal zoiets zijn als een optimaal gebruik van democratie. Dan komt de omgekeerde U-curve in the picture.

Yerkes-Dodson U-curveHet model is bedacht door de psychologen Robert Yerkes en John Dodson in het begin van de 20ste eeuw. Dat geeft een empirisch vastgestelde relatie tussen het stressniveau en de prestatie aan. Minimale stress motiveert te weinig om een goede prestatie te leveren, ietsje stress werkt beter, maar veel stress laat prestaties weer kelderen. Die relatie heeft de vorm van een omgekeerde U. In de loop der tijd is gebleken dat die omgekeerde U-relatie op veel meer psychologische en sociale terreinen geldt. Het model van Yerkes-Dodson is wellicht ook van toepassing op democratische processen. We willen kunnen kiezen, maar goed afgewogen kunnen kiezen tussen een beperkt aantal – ongeveer een tiental – opties is beter dan tussen honderd of nog meer mogelijkheden. In het laatste geval zien we door de bomen het bos niet meer. Dat niet zien heeft minder met intelligentie dan met tijd en aandacht te maken. Weinigen kunnen na een dag hard werken ook nog eens uitgebreid het politieke bedrijf volgen.

Democratische onmacht
Met het oorspronkelijke aantal van 11 verkozen partijen na de parlementsverkiezingen in 2012 is weinig mis. Die zijn in grote lijnen redelijk te volgen en te vergelijken. Toch knaagt er iets. Velen hebben het gevoel, waaronder ik, dat de politieke verschillen er weinig toe doen, dat de partijen – hyperbolisch uitgedrukt – net zo goed kunnen fuseren tot 1 groepering. Zijn er ondanks dit vertoog voor het tegendeel dan toch democratische veranderingen in Nederland nodig? Daar kan altijd over worden nagedacht, maar valse flodders als een districtenstelsel of een kiesdrempel brengen ons nog dieper in de sloot. Nee, het probleem zit voor een groot deel in een veronderstelling die ten grondslag ligt aan democratie. Het volk zou beslissingsmacht hebben, Nederland zou soeverein zijn.

Nederland is sinds WO-II een klein land. Voor de oorlog had het Koninkrijk der Nederlanden en diens voorgangers een groot koloniaal rijk. Toen was het bij tijd en wijle een wereldmacht. Nu is die koloniale periode gelukkig bijna afgesloten – op wat mini-eilandjes in de Caraïben na. Maar het einde van quasi-wereldmacht Nederland houdt feitelijk het einde van de soevereiniteit in. Versneld vooral door de opkomst van de EU. De drieprocentsnorm voor het begrotingstekort kan Den Haag niet van tafel krijgen, daar gaat Brussel over. Evenmin beslist Nederland over de opslag van kernwapens in Volkel, dat bepaalt de VS.

Honderd plus
Politieke partijen in Nederland falen vooralsnog in het erkennen van de gewijzigde situatie in de wereld. Ze doen net of Nederland nog steeds veel in de melk te brokkelen heeft. Waarom deze struisvogelpolitiek? Misschien heeft het te maken met het koloniale verleden. Met verlies in het reine komen kost veel tijd. Dat Nederland weinig vermag, zegt geen enkele politicus hier. Griekenland, zonder koloniaal verleden, heeft het in deze mogelijk gemakkelijker. Varoufakis geeft gewoonweg toe dat zijn land het zwakste lid in de eurozone is en afhankelijk van anderen.

Nogmaals: het zou een grote fout zijn de huidige democratische structuur van Nederland te willen ‘overdemocratiseren’. Dat versterkt de onoverzichtelijkheid en daarmee de macht van de elite nog meer. Onze inspanningen kunnen we beter richten op het optimaliseren c.q. democratiseren van structuren waarin Nederland participeert. En sommige zijn niet eens ver weg. De EU is een democratische aanfluiting. Hoeveel partijen zetelen er niet in het Europees Parlement? Honderd of meer?