Muziek: context is (bijna) alles

Muziekwaardering is contextgebonden – zal ik als mijn mening poneren omdat ik niet zeker weet of u het met mij eens bent. Een collega-deejay bij een station waar ik aan verbonden ben geweest was zo onslim zijn platenvoorraad in een kast op de gang in het studentenhuis onder te brengen tijdens een langere vakantie.
Kast opengebroken, alles weg – de dief zal er raad mee geweten hebben, met die zeldzame singletjes uit Detroit. Maar met die elpees van de Eagles? Op mijn verbaasde vraag wat die er tussen deden kreeg ik als antwoord: “Die moest je nou eenmaal goed vinden.”
Ik moet niets. Ik associeer muziek met de omstandigheden waaronder ik haar hoor. Of de mate van sentimentaliteit die ik er bij kan opbrengen. Toen ik eens voor het eerst in ruim twee jaar gevrijd had was ik plotseling rijp voor de Carpenters. Nee, geen idee eigenlijk of “zij” die goed vond, grote kans van niet. Maar ik heb haar niet meer gezien na die ene keer. Wat een confidentie, niet.

Muziek beluister je in een zaal(tje), dansgelegenheid of concert, op een feest, of juist alleen, van de radio of de plaat. Alles biedt een eigen stemming en gevoel. Ik hoop dat ik anderen daar ook aan geholpen heb met mijn lateavondprogramma’s op de radio. Een nummer om je bij te verhangen, wat de gitarist, Roy Buchanan, inderdaad gedaan heeft:

De ellendige eenzaamheid geladen met barre herinneringen, iedere avond om middernacht op Caroline dit nummer, niks Sweet dreams. Ik heb er dan ook zelf jarenlang ook mee afgesloten om middernacht.
Als men mij vraagt wat ik van progrock vindt, wat u niet doet en waarom zou u ook, dan zal ik antwoorden: het hoort bij alleen op die studentenkamer zitten of eventueel met anderen in de kussens hangen met een goed glas heel slechte wijn en wellicht een stout rokertje er bij. En het is om niet op te dansen. Ik beken dat ik de eerste keren tot dansen ben gedwongen door meisjes die mij de vloer opsleurden omdat ze het wel eens wilden meemaken. Eentje voor Die Ene in wier actiegeschiedenis (die zo parallel liep aan de mijne) ik gespit heb de laatste tijd voor een Belangrijk Artikel Elders.

Israelites, Desmond Dekker & the Aces, 1968.
Progrock heette nog helemaal niet zo in “die tijd” toen ook John Peel niets anders wist te draaien en men op Caroline hele lp-kanten opzette in de nacht om zich onderwijl over te geven aan rookgenietingen: “A message to Mary Warner at the office…”.
Afstand nemen van bepaalde muziek betekent voor mij afstand doen van mijzelf in bepaalde perioden onder bepaalde omstandigheden. Ik vind dat ongewenst en ongepast. Al kan ik sommige dingen eigenlijk niet meer aanhoren.

Country is om thuis enigszins onder invloed hard via de kopfoon te laten klinken en de tranen over verloren liefdes rijkelijk te laten vloeien.

There’s a heartache following me, Jim Reeves, postuum als single uitgebracht 1965

“Punk” heette van begin af aan zo en diende men op zijn Nederlands uit te spreken. Eerlijk gezegd associeer ik die ook met weemoedige eenzaamheid. Of, postpunk/wave met de dreigende breuk, gevaar. Tijd om naar Echo Beach te vluchten.

Martha & the Muffins, 1980

Behoed mij voor de onverschilligheid ten aanzien van de context waarin ik alles heb leren kennen. Prepunk tenslotte oftewel pubrock, ook dat heette toen niet zo. 1973, uit de begintijd van de terugkeer van Caroline. John Otway & Wild Willy Barrett, Murder man. Gunst, in die dagen zag ik de revolutie om de hoek opdagen want daar werkte ik nogal hard aan in die tijd. En Zij komt, daar kunt u gerust op zijn.