Over de achilleshiel van democratie van Thomas Decreus

Thomas Decreus heeft op DeWereldMorgen een reactie gegeven op een artikel van Frank Vandenbroucke over democratie in de EU. Met mijn opmerkingen op de zijne ontstaat er een ‘gezellige kettingbrief’. Gezelligheid is weliswaar nooit weg, maar daar gaat het hier niet om, wel om een essentieel vraagstuk.
democratie32
Democratie
Democratie is volgens Decreus niet gebaseerd op een volk. Hoewel demos (δῆμος) volk betekent, definieert hij democratie anders. Hij stelt als basaal gegeven dat een democratisch georganiseerde collectiviteit op autonome wijze zijn eigen toekomst kan bepalen. In plaats van een volk staat dus een collectiviteit centraal. Misschien is democratie geen goed woord en zorgt het voor verwarring. Koinocratie – van koinos (κοινός) voor gemeenschappelijk – zou toepasselijker zijn. Maar goed, de term democratie is nu eenmaal ingeburgerd en we zullen het er mee moeten doen en met de voortdurende bijkomende verwarring.

Revolutionaire actie
Decreus merkt verder op dat het democratisch deficit van de EU de Europese Jan Modaal weinig interesseerde. Dat is zeker zo. Maar volgens hem heeft de Griekse Syriza-regering de ogen geopend. Als een lidstaat in opstand komt tegen Europese neoliberale dictaten, doet de EU zijn masker af: het is slikken of stikken en geen compromissen. Dat kondigt het einde aan van democratische illusies. Dan blijft volgens Decreus enkel nog buitenparlementaire en revolutionaire actie mogelijk om politieke doelen te verwezenlijken. Revolutionaire actie? Loop je dan niet heel erg hard van stapel?

Tegenmacht
Zijn gedachtegang is invoelbaar. Tot de val van de Muur ontmoette het (neo)liberalisme een tegenmacht in de vorm van een reële mogelijkheid tot een andere orde. Die orde was het socialisme zoals dat na de Oktoberrevolutie gestalte had gekregen in de Sovjet-Unie. Die noopte tot toegevingen van de kapitalistische elites. Decreus schrijft:

Na de Russische Revolutie en de twee wereldoorlogen zien we steeds opnieuw hoe elites ingaan op emancipatorische eisen van socialisten en communisten, om de wind uit de zeilen van de revolutie te halen. Dat mechanisme speelde ook bij het tot stand komen van de sociale welvaartsstaat na de Tweede Wereldoorlog.

Als die tegenmacht er niet meer is – ook communistisch China is alles behalve socialistisch – houdt de democratische weg van de sociaaldemocratie op. Vandaar dat Decreus bij gebrek aan beter uitkomt bij fantasietjes over revolutie.

Postkapitalisme
Hoe het verder moet, weet Decreus niet. Dat hoeft hij ook niet te weten, maar hij lijkt geen flauw idee van enige richting te hebben. Dat is ernstiger. Met blabla als ‘werk maken van een tegenmacht’ en een ‘nieuw emancipatorisch project’ breit hij een eind aan zijn stuk.

Dan valt Krapuul te prijzen. Hoofdredacteur Arnold van der Kluft is een serie begonnen over postkapitalisme. Kun je daar chocola van maken? Zeker wel, zeker van zijn laatste bijdrage: Op zoek naar postkapitalisme: chocolade. Merk hierbij op dat hij het over postkapitalisme heeft en niet over socialisme – socialisme is passé.

Van mijn bijdragen wil ik op Het Poetinmodel is zo gek nog niet wijzen. Dat lijkt absurd, dat geef ik toe, want Vladimir Poetin is nou niet bepaald een voorbeelddemocraat. Maar je moet voorbij Poetin kunnen kijken. Het gaat om de principes waarop het nieuwe democratische Rusland is gestoeld. Dan blijkt het model een goede aanzet te geven. Natuurlijk is het niet zonder meer over te nemen, want Poetin had allang het veld geruimd als het zo goed was, maar met wijzigingen is het model veelbelovend.