Tien te ontmantelen mythes omtrent vluchtelingen deel 5 – er is te weinig opvangruimte

5. “De asielinstroom is zo ontzettend groot dat we te weinig opvangplekken hebben op dit moment.”

Over de betrekkelijkheid van het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt, is bij de vorige stelling al uitvoerig gesproken. In die zin lijkt de bovenstaande stelling – die niet zozeer op social media de ronde doet, maar wel veel naar voren komt in berichtgeving vanuit het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) – erg op de voorgaande. Toch loont het de moeite om te kijken naar twee elementen van deze stelling: ‘asielinstroom’ en ‘te weinig opvangplekken’.

Allereerst ontstaat er onduidelijkheid over het woord ‘asielinstroom’ door de manier waarop het door de overheid (Ministerie van Veiligheid en Justitie, IND, COA en Vluchtelingenwerk) gebruikt wordt. Als de overheid cijfers over asielinstroom publiceert, dan wordt daarmee het aantal nieuwe dossiers van asielverzoeken bedoeld. Dit cijfer wordt in de media overgenomen alsof het gaat om het aantal nieuwe vluchtelingen dat Nederland binnen is gekomen. Maar dat dit niet klopt, blijkt uit onderstaand voorbeeld:
Stel dat er drie nieuwe vluchtelingen Nederland binnen komen en zij alle drie asiel aanvragen. Er komen dan drie nieuwe vluchtelingen én drie nieuwe dossiers bij.

Laten we aannemen dat één van hen een verblijfsvergunning krijgt, maar dat de twee anderen worden afgewezen. Op grond van een toegewezen hoger beroep, als de situatie gewijzigd is, of als er nieuw bewijs is, dan kunnen zij een nieuwe aanvraag indienen. Er komen dan twee dossiers bij, maar het gaat nog steeds om dezelfde drie vluchtelingen.

Bij de cijfers van de asielinstroom worden ook de aanvragen op reguliere gronden gerekend, bijvoorbeeld op medische gronden of voor gezinshereniging. Bij gezinshereniging komen er per persoon zelfs twee dossiers bij: één van tevoren en één op het moment van aankomst in Nederland. Dus stel dat één van de drie vluchtelingen getrouwd is en op grond van zijn verblijfsvergunning zijn echtgenote naar Nederland mag halen, dan zijn er vier vluchtelingen, maar wel inmiddels zeven dossiers.

Als een echtpaar, waarvan de ouders nog in procedure zijn, een kind krijgen, dan moet er voor dat kind een asielaanvraag worden ingediend, ondanks het feit dat het kind hier in Nederland geboren is. Dat is dus wéér een dossier erbij.

Bij grote groepen neemt het verschil tussen het aantal dossiers en het aantal daadwerkelijk nieuwe vluchtelingen exponentieel toe. De cijfers die in de media naar voren worden gebracht, betreffen vaak de ‘asielinstroom’ en staan dus voor het aantal dossiers, terwijl in werkelijkheid het aantal nieuw aangekomen vluchtelingen veel kleiner is33.
Dan wat betreft het aantal opvangplekken: hoewel de opening van verschillende noodopvanglocaties in Nederland met veel media-aandacht gepaard gaat, zijn er in 2014 en begin 2015 een aantal AZC’s in stilte gesloten en is ook van een aantal AZC’s de capaciteit teruggebracht. Zo sloot bijvoorbeeld het AZC in Venlo met een opvangcapaciteit van 480 plaatsen de deuren. Dit beleid had tot gevolg dat er, over heel Nederland genomen, dit jaar 1.496 opvangplaatsen34 minder zijn dan in 2014.

Velp_Rijksmonument_515533_De_Bonskazerne_gebouw_B_regimentsbureelDoor heel Nederland worden momenteel sporthallen, leegstaande kantoorgebouwen of ex-gevangenissen ingericht als noodopvanglocaties. In Nijmegen zal zelfs een tentenkamp met een capaciteit van 3.000 plaatsen worden opgezet. Het is opvallend dat er in de pers veel aandacht wordt geschonken aan de opvangcapaciteit van dergelijke plekken – en dat dit op veel plaatsen maatschappelijke onrust teweeg brengt – maar dat er nergens openheid wordt gegeven over de aantallen vluchtelingen die daadwerkelijk gebruik maken van deze voorzieningen: geen informatie in de media of op de website van het COA. Bij een belrondje langs de verschillende locaties blijkt dat het personeel ter plekke geen informatie naar buiten mag brengen over het aantal vluchtelingen dat gebruik maakt van de locatie. Deze onduidelijkheid doet de vraag rijzen in hoeverre de overweldigende hoeveelheid opvanglocaties echt noodzakelijk is.

33
34 Vergelijking van opvangcapaciteit medio 2015 en medio 2015

Deel van een serie door Dhjana.
Eerdere afleveringen: Ten geleide, deel 1, deel 2, deel 3, deel 4.