Wie hoort er thuis in Europa?

Een vraag over wie er thuishoort in Europa is idioot. Als de vraag idioot is, is ze niet te beantwoorden.

Dat de vraag toch wordt gesteld is te wijten aan degenen die menen dat bepaalde mensen ergens al dan niet thuishoren. De concrete aanleiding voor het stellen van de vraag was het stuk ‘Moslims horen niet thuis in Europa’ van Juliaan van Acker op TPO. Die stelling is hufterig. Daar kunnen we kort over zijn. Dit gaat in tegen artikel 18 van de UVRM: Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Maar er valt meer over op te merken (filosoferen).

Europa
Op de eerste plaats gaat genoemde stelling over Europa. Niet over Nederland. Dat is opmerkelijk. Er bestaat traditioneel een Nederlands volk, maar veel scribenten op en lezers van TPO benadrukken het ontbreken van een Europees volk. En vervolgens bepaalt dat niet bestaande Europese volk wie er al dan niet thuishoort in Europa. Bizar.

Christenen
Van Acker heeft het sluw niet over volkeren. Hij gooit het op godsdienst: geen moslims. Impliciet is zijn aanname dat christenen in Europa thuishoren. Ze leven er tenslotte ongeveer al sinds het begin van onze jaartelling.

Belangrijk in het christendom zijn de parabels van Jezus. In die verhalen is de kern van zijn gedachtegoed vervat. Dat hij zieken genas, doden tot leven wekte, water in wijn veranderde en over water liep is knap, maar geen kunst voor de zoon van God. Met die kunststukjes gaf hij aan dat hij geloofwaardig was als Gods zoon. En die gebruikte hij om zijn gelijkenissen kracht bij te zetten.

Samaritaan
Wellicht de belangrijkste parabel is die over de barmhartige Samaritaan. Een Samaritaan was destijds een geminachte vreemdeling door Joden. In het verhaal is een Joodse reiziger slachtoffer van een roofoverval. Zwaargewond ligt hij langs de kant van de weg. Achtereenvolgens komen een priester en een leviet, twee functionarissen in de Joodse tempeldienst, voorbij. Beiden schrikken en maken zich snel uit de voeten zonder hulp te verlenen. Daarna komt er een Samaritaan langs die de gewonde wel hulp biedt en verzorgt. De moraal van de vertelling is ten eerste dat je slachtoffers dient te helpen en ten tweede dat je niet moet afgaan op iemands afkomst maar op zijn concrete daden.

De parabel van de barmhartige Samaritaan is precies van toepassing op de oorlogsvluchtelingen. Je dient hen te helpen en niet bij voorbaat te minachten. Sommige christenen handelen inderdaad volgens de gelijkenis. Andere vergeten die liever, je kunt tenslotte niet alles onthouden. Ondanks dat selectieve vergeten hoort een christen in ieder geval te helpen. Dus niemand mag buitengesloten worden.

Thuis
Buitensluiten veronderstelt aan de andere kant een binnen of een thuis. Thuis is overigens deels een vaag begrip. Waar is je thuis? Privé is dat natuurlijk je eigen huis. Voor wat betreft de openbare ruimte kun je zeggen dat dat op de plekken is waar je je goed voelt. Sommige mensen voelen zich overal ter wereld thuis – de gelukzakken. Voor de meeste mensen is het thuisgevoel evenwel beperkt. Van Gerard Cox is bijvoorbeeld bekend dat hij zich alleen in Rotterdam thuisvoelt; Amsterdam is voor hem een gruwel. Cox is wellicht uitzonderlijk maar weinig mensen zullen Europa als hun thuis beschouwen. Als vrijwel niemand Europa als zijn thuis ziet, hoe wil je voor een ander bepalen dat die in dit continent al dan niet thuishoort? Dat is nogmaals bizar.