Ik wil veroordeeld worden!

Gerechtigkeit-1537 Een Wilderspikzuigertje deed in een VPRO-documentaire de volgende uitspraak: “Geert is groter dan Allah, de halvemaandemon. En… zoals iedereen weet zijn Arabieren fervent kontenbonkers. En ze neuken kleine jongetjes. Dat is normaal in hun cultuur. – “ De stompzinnige werd daarvoor aangeklaagd, het is namelijk nogal beledigend om te zeggen. De man vertelde er ook nog bij dat hij lid was van een Jewish Task Force. En zoals wij weten is Geert ook groter dan Jahweh, de Onzichtbare Pik. En zoals iedereen weet zijn Israëliërs vuile dieven en willen ze de wereld overnemen. Als ze dat al niet gedaan hebben met hun pikvingertjes waarmee ze kleine meisjes bepoedelen.

De rechter sprak op 9 maart de pikzuiger vrij. Jawel, hij had moslims beledigd, ook al sprak hij over ‘Arabieren’. En moslims mag je wel degelijk beledigen ‘in het kader van het maatschappelijk debat’. Ik vat het even kort samen.

Hier de hele zaak.
Hieronder de uitspraak (kots je ontbijt niet uit).
Daaronder (als je de uitspraak overslaat) mijn overgave aan de autoriteiten. Ja, ik ben schuldig, sluit mij op.

De uitspraak

Het hof overweegt als volgt.
Impliciet primair is ten laste gelegd dat de verdachte met de uitlating “En zoals iedereen weet zijn Arabieren fervent kontenbonkers. En ze neuken kleine jongetjes. Dat is heel normaal in hun cultuur” Arabieren opzettelijk heeft beledigd wegens hun ras. Het hof acht de belediging voor wat betreft de zinsnede “Arabieren wegens hun ras” niet bewezen. Hoewel zich een andersluidende conclusie kan opdringen wanneer deze passage op zichzelf wordt beschouwd, komt uit de fragmenten 1 tot en met 3 en de door de verdachte tegenover de politie afgelegde verklaring onmiskenbaar naar voren dat de verdachte zich richtte tot personen van niet-Westerse komaf (Arabieren) die de islam belijden. Het hof gaat daarmee voorbij aan de stelling van de advocaat-generaal dat de verdachte, indien hij in plaats van ‘Arabieren’ ‘moslims’ zou hebben bedoeld, simpelweg die laatste term had kunnen bezigen.
Omtrent de vraag of de verdachte zich, zoals impliciet subsidiair ten laste is gelegd, schuldig heeft gemaakt aan het (in het openbaar) beledigen van moslims wegens hun godsdienst, wordt als volgt overwogen.
De uitlatingen dat moslims “fervent kontenbonkers” zijn en zich schuldig maken aan het “neuken van kleine jongetjes” zijn naar hun bewoordingen zonder meer als beledigend aan te merken. De verdachte heeft daarmee moslims beledigd wegens hun geloof omdat hij – zoals ook naar voren komt in zijn tegenover de politie afgelegde verklaring – heeft geïmpliceerd dat het door hem beschreven gedrag geworteld is in dat geloof en daarmee een uiting van de geloofsbelijdenis van moslims. De verdachte heeft daarmee de waardigheid en de eigenwaarde van moslims aangetast en hen als groep in diskrediet gebracht.
Het hof is anderzijds ook van oordeel dat de uitlatingen geacht kunnen worden te zijn gedaan in het kader van het maatschappelijk debat. Immers, de verdachte deed zijn uitspraken tijdens een gefilmd interview met hem – voorafgaand aan een anti-islam-demonstratie in Berlijn waaraan de verdachte deelnam – dat, naar hij wist, werd afgenomen ten behoeve van een door de VPRO in Nederland uit te zenden documentaire over de politicus Geert Wilders. Niet gezegd kan worden dat die uitspraken – over homoseksualiteit en pedofilie onder moslims (van niet-Westerse komaf) en het verwijt dat in die kringen niemand zich tegen dat laatste uitspreekt en het zelfs door de islam en door imams wordt goedgekeurd – niet dienstig kunnen zijn aan het maatschappelijk debat.
Ten slotte dient onder ogen te worden gezien of de uitlatingen in dat verband onnodig grievend zijn te noemen. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Degene die, zoals hier, in een politieke context zaken aan de orde wenst te stellen die in zijn ogen van algemeen belang zijn, dient daartoe daadwerkelijk in staat te zijn, ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten. Het gaat in dit geval weliswaar om niet onderbouwde, door de verdachte veronderstelde feitelijkheden over moslims in het algemeen die hij in onsmakelijke bewoordingen te berde heeft gebracht – en dat dat laatste ook zijn bedoeling was, is onmiskenbaar –, maar het maatschappelijke debat in dezen kenmerkt zich wel vaker door provocerend en onsmakelijk taalgebruik van de deelnemers aan dat debat. De uitlatingen van de verdachte onderscheidden zich in dat opzicht niet. Mogelijk wordt de verdachte vanwege de door hem gebruikte bewoordingen door velen als een niet serieus te nemen gesprekspartner beschouwd, maar zijn uitlatingen zijn niet zodanig kwetsend dat zij moeten worden beschouwd als aanzettend tot haat, geweld, discriminatie of onverdraagzaamheid. De verdachte heeft, met andere woorden, de grenzen van hetgeen in het licht van het in art. 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gegarandeerde recht op vrijheid van meningsuiting toelaatbaar moet worden geacht niet overschreden. Daarom kunnen de hier aan de orde zijne uitingen – gelet op alle omstandigheden van het geval – niet als ‘beledigend’ jegens moslims ‘wegens hun godsdienst’ als bedoeld in art. 137c, eerste lid, Sr worden aangemerkt.
Het voorgaande brengt mee dat niet kan worden bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Oproep
Gaarne word ik aangeklaagd wegens antisemitisme op grond van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht. Of het wel of niet waar is wat ik bralde doet niet ter zake. Of ik het wel of niet meen: het is niet van belang. Het moest even gezegd worden ‘in het kader van het maatschappelijk debat’, maar is in strijd met de wet. Waarom hebben wij die wet eigenlijk? En wat moet een mens doen om op grond van die wet veroordeeld te worden? Klaag mij aan.

En ik wil godverdomme wel veroordeeld worden dan!

 

4 gedachten over “Ik wil veroordeeld worden!”

  1. Ik zou zeggen twitter het stukje naar het CIDI en je wordt gauw genoeg van je bed gelicht.

  2. Dat deze nare Wildersfan het Joodse volk bezoedelt wil nog niet zeggen dat jij dat ook moet doen. Hiermee bevestig je bestaande vooroordelen en het ondergraaft je morele opvatting over het recht in dit land. Houd de Joodse minderheid er gewoon even buiten a.j.b.

  3. Je hebt helemaal gelijk: hoeft niet. Maar helaas moest t wel. Het is waarschijnlijk de enige manier om op grond van artikelel 137c WvS veroordeeld te worden. Had ik het over joden trouwens?

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.