Kan de Mercron-machine een voertuig voor links worden?

Angela Merkel is niet links, verre van zelfs. Emmanuel Macron is evenmin links, verre van. Samen vormen ze ‘Mercron’. Dat deze Mercron-machine iets kan betekenen voor links lijkt uitgesloten. Toch bestaat er een kleine kans op.

Op Social Europe becommentarieert politicologe Ulrike Guérot de mogelijkheden van Mercron. Voor een deel heb ik haar zienswijze overgenomen. De kern van haar idee is: ‘Als Duitsland en Frankrijk het ergens over eens kunnen worden, kan heel Europa het daarover eens worden.’ Een sprekend voorbeeld daarvan is de euro. Jarenlang is over de creatie van de munt getwist, maar toen eenmaal de onlangs overleden Duitse bondskanselier Helmut Kohl en de toenmalige Franse president François Mitterrand er overeenstemming over bereikten, volgde een groot deel van overig Europa.

De vorderingen van Mercron hangen grotendeels van Macron af. Hij wil op sociaal-economisch terrein van Frankrijk een kopie van Duitsland maken. Dat wil zeggen dat hij een triomf van het Duitse kapitaal, die de voormalige sociaaldemocratische bondskanselier Gerhard Schröder met zijn beruchte Hartz-wetten bewerkstelligde, ook in Frankrijk wil doorvoeren. Dat zal links Frankrijk pijn doen. Maar met de grote meerderheid van zijn partij La République En Marche in het Franse parlement terwijl tegelijkertijd de Parti Socialiste haar electorale echec beleeft, heeft hij grote kans van slagen linkse acties ertegen te counteren. Als Frankrijk een Duitse kopie is, kan Macron aan Merkel vragen om een ‘Europese deal’. Dat houdt in dat de EU federalistischer wordt. Merkel wil dat nu niet want dat komt neer op een ‘transferunie’: Duitsland zal de armere delen van Europa met meer geld dienen te steunen, waaronder zelfs Frankrijk. Als echter Macron Frankrijk hervormt, is sowieso het verwijt van Franse spilzucht van tafel. Belangrijker nog zal het alternatief zijn voor een weigering in te stemmen met Macron door Merkel. Dat betekent zo goed als zeker dat Marine Le Pen grote kans maakt op het volgende Franse presidentschap en een uiteenvallen van de EU. De dreiging van Brexit maakt dit scenario maar al te zeer plausibel. En Duitsland is nu net de grote profiteur van de EU. Het einde van de EU zal bijzonder kostbaar zijn, voor alle betrokken landen, zeker ook voor Duitsland.

Mocht de Frans-Duitse as gaan draaien en als gevolg daarvan de EU verder integreren, dan profiteert een ieder. Profiteert ook links daarvan? Niet meteen. Op termijn zullen er evenwel mogelijkheden ontstaan om in de EU gezamenlijk socialer beleid te ontwikkelen. Maar een eerste stap daartoe is succes voor Mercron in politieke samenwerking. Links zelf kan zo’n coöperatie waarschijnlijk niet verwezenlijken. Een grote meerderheid van links is te vulgair stalinistisch. Daarmee bedoel ik, zoals in Stalins gedachte nog populair bij links verwoord, dat grote delen op links te sterk geloven in de mogelijkheden van sociale politiek in een willekeurig land. Dit is vulgair stalinistisch omdat Stalin met zijn credo van ‘socialisme in één land’ alleen de Sovjet-Unie op het oog had en dat concept zeker niet generaliseerde naar andere landen.

Weliswaar kan een bevolking behoorlijk enthousiast worden voor een echte linkse politiek in een land. De voorstellen van het eerste half jaar Syriza aan de macht in Griekenland zijn een voorbeeld daarvan. Destijds heb ik de onmogelijkheid van continuering van succes voor Syriza aangekaart in Syriza is groter dan Nederland:

De Grieken kunnen de problematiek niet alleen oplossen. Een eventuele overwinning van Syriza is slechts het begin van een lange weg. Van andere Europeanen wordt hulp gevraagd.

Nu brengt de Brit Jeremy Corbyn enthousiasme teweeg met zijn linkse politieke voorstellen. Corbyn is sympathiek en oprecht. Dat is een enorme pre. Maar per slot van rekening gaat het om politieke haalbaarheid. Over het belangrijkste vraagstuk waarvoor de Britten nu staan, voor Brexit, heeft hij met zijn softe Brexit – een analoge overeenkomst als die van de EU met Noorwegen of met Zwitserland – slechts een domme oplossing. Zo zal het Verenigd Koninkrijk nooit instemmen met een regeling waarbij de EU belangrijke wetgeving bepaalt maar waarover het zelf, als tweede economische macht in de EU, niet kan meebeslissen.