Sporen van het “gewone volk” zijn er om uit te wissen

Een flinke tijd geleden plaatste ik op Krapuul een bericht over een klein kasteel in het Rivierengebied, dat zou moeten wijken voor maar weer eens een autoweg, of een snelweg van niets naar nergens. Onze makker Al Bakrastani, van wie we helaas al lange tijd niet meer gehoord hebben, reageerde ongewoon fel: “onze geschiedenis” wordt overal uitgewist, dus asfalteren die hap.
Vorig jaar zag ik een biografische film over de anarchist Rudolf Rocker die met een overeenkomstige verzuchting begint. Veel van de plaatsen waar deze organisator/theoreticus heeft gewoond of gewerkt zijn er niet meer. Dat is nu eenmaal het lot van de sporen van onze klasse (in tegenstelling tot vier jaar geleden gebruik ik nu wel de eerste persoon, omdat ik nu meen te begrijpen).

Ik was afgelopen week in Londen, op zoek naar de sporen van behuizing en teraardebestelling van het voorgeslacht van mijn echtgenote. De begraafplaatsen zijn gesloten of verwaarloosd verwilderd tot een natuurgebied. Op zich een gewaarwording: ook begraafplaatsen die nog in gebruik zijn, zijn vaak schuilplaatsen voor dieren en planten die elders in de stad niet terechtkunnen. Op Ladywell & Brockley zag ik een vos, een van die vermaarde Londense stadsvossen die ik evenwel nog nooit had gezien. De kraaien pasten natuurlijk uitstekend bij het landschap, al valt er geen menselijk aas meer te halen. Op een andere begraafplaats had men het nou juist nodig gevonden bomen te kappen en daarbij de stenen maar mee te nemen, heuvelachtige grond die tot een soort plantsoen geëgaliseerd is (“mounded over”).

Een voorzaat van Gade was directeur geweest van enkele hotels in de betere klasse – die zijn er allemaal nog. Het dolhuis of het armenhuis (werkhuis?) waar hij geëindigd is, is er niet meer. Zo wel, dan herinnert niets aan hun vroegere functie. We hebben nu eenmaal niet een team ter beschikking, zoals de beroemdheden in Who do you think you are?, dat kan uitleggen waar het stond, hoe het hem of haar vergaan is (over voorzaten), een hoop blijft voor ons tasten in het duister.
En ook de armeluiswoningen waar men gewoond zou moeten hebben zijn weg – verdwenen voor kantoren, stadsautowegen, nieuwbouw van de duurdere soort (ook al getuigt het architecturaal van stuitende wansmaak). Oorlog aan de hutten, vrede aan de paleizen. Tenzij er aan de aanleg van een weg te verdienen valt natuurlijk.

Dit is een plaquette die herinnert aan een gevangenis, ook van oudsher een bestemming voor de “gewone mens”, die is geweken voor het automobilisme. Het hekwerk van het park dat er bij aansluit symboliseert door het lichtspel het verleden – dit is vast niet gepland.

Wij komen bij een begraafplaats die al meer dan anderhalve eeuw niet meer in gebruik is. De geschiedenis ervan is wel heel opmerkelijk. In hoogmiddeleeuwse tijden exploiteerde de bisschop ter plaatse een bordeel – een vrijplaats voor sekswerkers zou men het nu noemen, maar hij pooierde dus “gewoon”. Of de vrouwen die een contrast tegenover het nonnenklooster vlakbij moesten bieden voor hun “bescherming” moesten betalen vertelt het verhaal niet.
In tijden waarin men plotseling zelfs syfilitische lijken als gevaarlijk beschouwde werd na zoveel eeuwen de begraafplaats gesloten. Pas eind vorige eeuw werd het initiatief genomen de gedenkplaats van schier ontelbare proletariërs als zodanig in gebruik te nemen – het is nu ondanks de projectontwikkelaars die op de loer liggen een gedoogde guerrillatuin.
“Kom volgend jaar kijken of ze het gedogen volhouden. Met projectontwikkelaars weet je nooit of ze zich aan hun woord houden.”
We zullen zien.

Theirs is a land of hope and glory
Ours is the green fields and the factory floor

en die mogen te allen tijde wijken.

1 gedachte over “Sporen van het “gewone volk” zijn er om uit te wissen”

  1. Pingback: Waar je geschiedenis eindigt in een lijst van een vrachtschip | Krapuul

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.