Mannelijk terugtreden, ziet u het gebeuren

De onvergetelijke aanblik van de chef die zijn armen via haar achterzijde om haar heen sloeg en – ach, weet ik wat hij te zeggen had, in het openbaar, het is mij ontgaan of ontschoten. De vrijpostige handeling, die is mij bijgebleven. En haar gebrek aan verzet of protest, hoe licht het ook had kunnen zijn. Hij was tenslotte de chef, nietwaar. Misschien was het wel het ogenblik waarop ik besefte dat ik best verliefd op haar was, en wat dan nog. Hij was ook mijn chef. Kom maar op.
Op de vrijdagmiddagborrel viel het mij op dat zij een behoorlijk gat in haar panty had. Ik plaatste jolig even een vinger op haar daardoor blote knie en vroeg of het zo hoorde. Het was nog winter. Zij zei dat ze door de grond ging, wel lacherig. Ik besefte dat wat ik deed als vrij ver gaand geïnterpreteerd zou kunnen worden. Dit speelt, lieve lezer(es) ruim in de tijd voor de voorgescheurde jeans of panty’s. Ik weet heel zeker dat dit de enige gelegenheid in mijn bestaan was waarbij ik meer dan alleen met woorden geflirt heb. En ik wist ook nogal zeker dat het kon tussen ons. Hetgeen zij op het einde van die borrel bevestigde door mij heftig te kussen en te zeggen dat zij bang was dat zij verliefd was. Niet geheel handig zei ik terug: “ik weet het wel zeker”. Alsnog die zekerheid. Al heeft het daarna niet tot iets blijvends geleid.

Het lichte paringsritueel van het flirten kan naar ik uit gelukkig zelden gehoorde reclames verneem een op geld waardeerbare waar zijn. Sekkent laaf en het is vast niet toevallig dat een zwoele vrouwenstem zegt dat zij auk gelukkig getraauwt is. Dus wellicht bedoelt vrijwel iedereen met flirten iets anders dan ik zelf. Ik ken het – op bovenvermelde uitzondering na, maar die had haar voorgeschiedenis – als geanimeerd met elkaar praten, blikken wisselen. Het ogenblik der waarheid is bij het afscheid. “Zullen we iets afspreken?” Liefst volgend op wat deejay Russ Winstanley zo poëtisch “swapping some saliva” noemt. Dat afspraakje moet je nu date noemen begrijp ik, en het is ook al te koop. “Ik pooier niet meer, ik heb nu een uitzendbureau”. Of een “dating agency”.
Als het een op bemiddeling en geldelijke transactie gebaseerde bezigheid kan zijn begrijp ik ook wel dat voor heel wat mensen – mannen?! – het verschil tussen grensoverschrijdend seksueel gedrag en flirten zogenaamd moeilijk te zien is.
Dan denk ik dat we moeten praten. En ik denk dat we moeten doen. En ook doen door te laten. Zou dat het taoïstische wu wei zijn?

In de eerste plaats vaststellen dat het kapitaal niet thuishoort bij het totstandkomen van relaties. Sterker nog, het moet helemaal afgelopen zijn met het kapitaal. Maar dat gaat nogal ver, zult u zeggen.
Toch denk ik dat je er niet aan ontkomt het k-woord in verband te brengen met het patriarchaat zoals het nu is.
Caliban and the witch, Silvia Federici – kan ik u aanbevelen. Anders of daarbij diverse boeken van Maria Mies of Roswitha Scholz.

*
Toen ik dit schreef, nog geen week geleden, had ik kunnen bevroeden dat er “iets in de lucht hing”. Ik weet nog niet goed hoe het losbarsten van de internationale #metoo-storm geduid moet worden – in de zin van: verandert er iets door? Zaagt het aan de fundamenten van het patriarchaat?
Is dit een andere vorm van de bij de tweede golf horende praatgroep, openbaar, in de “sociale” media (maar ook in andere media)?
En is het antwoord op #metoo, #Ihave, een katharsis, vooral als het zo’n klein pieptoontje blijft?

    Hier ben ik blijven steken vannacht, op een uur waarop het toch echt beter was geweest te gaan liggen. In het daglicht keek ik eens naar wat zich ontspon als #Ihave. Het enige dat ik er nu van kan zeggen is dat ik er verder niets over zeg. Het is treurig, dat wel.

*

We hadden woedend tegenover elkaar gestaan. Zij was op mij losgelaten om haar kundigheid als manager te beproeven en zij beoordeelde mijn werk volstrekt onrechtvaardig.
Ik riep de hulp in van p&o en daar zei men mij dat ik geduld moest hebben, het zou wel goed komen.
Pas achteraf begrijp ik dat zij een risico bij de hand had door een verantwoordelijkheid aan mij uit te besteden die ergernis opriep bij collega’s. Dus zij leefde haar twijfel en onwennigheid op mij uit.
Het kwam allemaal goed, ondanks dat de chronische ziekte zich bij mij aandiende na enkele weken.

Toen kwam het ogenblik dat onze wegen zouden scheiden. We schudden al handjes en zij keek mij aan. Dit was met onze geschiedenis niet genoeg. Zij zette het afscheid om in een echte grotemensenkus. We waren wel een beetje van elkaar gaan houden na het stormachtige begin.

Een vriend die ik dit vertelde vond dat dit ongepast was, seksueel geweld. Al zou ik daar wel anders over denken, vond hij. Welnu, ik denk er anders over. Het was ook geen situatie van machtige tegenover minder machtige, want het was het afscheid, wij waren ook op die plaats nu gelijken.
Ik geef toe dat oordeelsvermogen vereist is.

Het patriarchaat sloop je door als man terug te treden met je fysieke overwicht.
Het kapitalisme sloop je door machtsverhoudingen af te breken. Beide zullen gelijktijdig nodig zijn.
En hiermee verklaar ik dit stuk voor voltooid en alsnog geplaatst.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.