Er staat ons nog een hoop nepverleden te wachten

Want wij zien nu door een spiegel in raadselen
1 Cor. 13:12

“’s Avonds op 9 mei 1940 kregen we minister-president Colijn voor de radio: ‘Gaat u maar rustig slapen’. En die nacht vielen de Duitsers binnen. Konden we op paarden tegen optrekken, dat krijg je met dat gebroken geweertje.”
Dit geschiedverhaal van Ome Kees is misschien een beetje sleets. Per slot van rekening: wie valt er Nederland binnen met een leger, anno 2017, bijna 2018?
“In 1968 werden de intellectuelen in dit land allemaal krankzinnig. Zij werden marxist-leninist, en we hebben daar nog steeds last van in het onderwijs.”
Die is tamelijk nieuw en springlevend. Net als alles wat men ongewenst vindt “middeleeuwse toestanden” noemen. Aan nepnieuws gaat nepgeschiedenis vooraf, wil ik bij wijze van moraal maar zeggen.

Het verleden is voorbij, om historicus J.H. Plumb samen te ballen – het maakt plaats voor wetenschappelijk verantwoorde geschiedschrijving. Maar het is reuze mee- of tegengevallen met die dood van het verleden. Het uittreden uit de Europese Unie door Groot-Brittannië en Noord-Ierland, tegen de zin van de meerderheid der Schotten, Noord-Ieren en niet te vergeten de Londenaren, wordt gevierd in de vorm van een soort geestendans, met oproeping van de schoonheid van het Britse Rijk waarin de zon nu eenmaal nooit onderging. Waarin men van Kaapstad naar Baghdad kon reizen zonder “Brits territorium” te verlaten. In Nederland worden de geesten opgeroepen in de vorm van een VOC-mentaliteit, die trouwens goed hoorde bij het nooit bestaan hebbende etnisch homogene Nederland (dat hoe dan ook in een verleden wordt teruggeprojecteerd, omdat het pas sinds pakweg 1830 bestaat).

Voor “het verleden” is geen wetenschappelijk verantwoorde geschiedschrijving in de plaats gekomen. Geschiedenis als schoolvak ligt onder vuur van D’66-achtigen die liefst ook niet meer weten waar de naam van hun club vandaankomt, Aan de universiteit gelieve men zich met Nederlandse geschiedenis bezig te houden in het brabbeltaaltje dat men voor Engels laat doorgaan. Niet dat het vermogen zich uit te drukken in het Nederlands indrukwekkend was bij de doorsnee-student/docent, maar het kon altijd nog minder. En dus is het ruim baan geblazen voor het verleden van een soort die niet past bij verhalen door een bard bij het kampvuur. Aangespoeld bij en ontvangen door de Phaiaken hoort Odysseus lotgevallen van hem bezongen bij de maaltijd, en hij barst in snikken uit. Verleden en geschiedenis in een, ten gehore van een deelhebbende. Het wenen van nu en de naaste toekomst is van andere aard.

We naderen de vijftigste verjaardag van “1968”. In Nederland, lieve mensen, was de regering-De Jong aan de macht, een coalitie van de VVD en de drie partijen die later het CDA zouden vormen. De Duitse studentenactivist Rudi Dutschke zou bij een gelegenheid dat voorjaar (de afspraak moet van voor de moordaanslag zijn geweest) op een manifestatie komen spreken in Nederland. Zoals het hoort wilde de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie dit voorkomen. Het was de VVD-minister van justitie (niks “veiligheid”) die bij die gelegenheid zei: “Democratie is niet voor bange mensen” dus hij zou Dutschkes komst niet in de weg staan. Dat is achteraf wellicht het hoogtepunt van dat jaar geweest in Nederland, het “1968”-moment. (Als ik het mij goed herinner kon Dutschke niet komen doordat er een moordaanslag op hem gepleegd was. Als er iemand aan het kampvuur zit die het beter weet horen we het wel).
Maar we zullen horen hoe het bij uitstek in 1968 helemaal fout ging met Nederland en met die brokken zitten we nog. De onvermijdelijke interviews in de kerstcouranten wijzen ons de weg. Er staat ons nog van alles te wachten.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.