Opstapjes naar een betere wereld

– door Carolyn Coe

Amrullah is tenger gebouwd en heeft een zachte stem. Hij had ooit een reputatie als een vechtersbaasje en vocht met de rijke kinderen. Hij werd altijd boos omdat zij leukere kleren hadden. Door te vechten wilde hij zijn macht laten zien. Maar nu – hij is nu 11 – gelooft hij dat vechten slecht is. Wanneer hij dezelfde jongens ziet, zegt hij, dan heeft hij geen zin meer om te vechten.

“Zij hebben hun manieren,”zegt hij, “ik heb mijn eigen manier van doen, en de mijne is zonder geweld.”

VideostillDe andere jongens vroegen Amrullah waarom hij gestopt is met vechten, maar toen hij het probeerde uit te leggen, begrepen ze het niet.
Amrullah heeft gedurende drie jaar over geweldloosheid geleerd aan de Straatkinderen School in Kaboel, Afghanistan. De school, die dit jaar 94 leerlingen heeft, is een project van de Afghaanse Vredes Vrijwilligers (AVV, of in het Engels: Afghan Peace Volunteers, APV’s) behorende bij het “Borderfree Nonviolence Community Center,” het Grenzeloze Geweldloosheid Gemeenschapscentrum. De leerlingen leren daar ook taal en rekenen, die een aanvulling vormen op hun scholing aan de regeringsscholen.
Elke maand ontvangen ze een bescheiden voedselrantsoen.

De leerlingen ontwikkelen meer kracht naarmate de verhalen en ideeën die ze delen door latere schoollessen heen worden geweven. In maart zullen Amrullah en andere derdejaars leerlingen hun diploma behalen. De hoop bestaat dat zij aan de openbare scholen hun algemene scholing zullen voortzetten.

De leerlingen van het derde jaar krijgen nu een extra les, als deelnemers aan het Brug-programma. In dit programma maken deze leerlingen kennis met de 17 vrijwilligersteams van het centrum, van organisch tuinieren tot het “dekbed project” (duvet project), een project dat een inkomen genereert voor vrouwen, bestaande uit het naaien en distribueren van dekens met wol gevuld. In de les van vorige week vrijdag leerden de leerlingen meer over hoe ze als team kunnen samenwerken en hoe ze zich kunnen voorbereiden op de uitdagingen die ze ongetwijfeld zullen tegenkomen als ze besluiten om vrijwilliger te worden bij een van de Grenzeloze (“Borderfree”) projecten.

Sommige leerlingen van de school werkten voorheen in de straten van Kaboel. Anderen doen dit nog steeds. Save the Children schat dat er 2,2 miljoen Afghaanse kinderen tussen de 8 en 14 jaar zijn die moeten werken.

Toen hij ongeveer 5 jaar oud was begon Amrullah zijn vader, die niet kan spreken, te helpen om glazen en andere dingen aan families te verhuren voor speciale gelegenheden. Hoewel zijn ouders zelf niet naar school gingen, moedigde Amrullah’s vader hem aan om naar de school te gaan in plaats van hem te blijven helpen. Amrullah’s vader wil niet dat zijn zoon net zo moet vechten voor het bestaan als hij.

Amrullah gelooft dat zijn vader hem wil steunen in zijn wens om als vrijwilliger bij het centrum te blijven, ook al zullen de voedselrantsoenen ophouden als hij zijn diploma krijgt.

Net als Amrullah zit Adila in de Brugklas. Zij was vroeger een kindarbeidster die bolani’s verkocht, gevulde Afghaanse pannekoeken. Adila kwam vier jaar geleden naar Kaboel vanuit de provincie Baghlan om bij haar tante te wonen. Ze wonen samen in een kamer zonder kachel om hen te verwarmen tijdens de winterkou. Voor haar is het de grootste uitdaging om haar vader ervan te overtuigen om in Kaboel te mogen blijven om te studeren. Ze denkt dat haar ouders haar terug zullen roepen naar de provincie.

“In Kaboel zijn veel meer mogelijkheden om te studeren,” zegt ze.
Adila, die in de zevende klas zit, wil haar opleiding vervolgen, om naar de universiteit te gaan en dokter te worden. Daarna ziet ze zichzelf terugkeren naar Baghlan om anderen te helpen. Ze houdt van geweldloos werk, omdat zij en anderen in een veilig gebied, dat wil zeggen een gebied waarin niet gevochten wordt, beter kunnen studeren.

Een paar stoelen van Adila af zit Sakina, die elf jaar oud is, en die vroeger sigaretten en andere kleine dingen verkocht. Nu werkt ze in haar vaders groentezaak. Ze heeft zes zusters, en van hen zitten de oudsten allemaal op school.
Sakina wil zeer graag lid worden van de Grenzeloze fietsclub als ze haar diploma heeft.

“Fietsen maakt me blij,” zegt ze.

Toen Sakina voor het eerst haar ouders vertelde dat ze wilde fietsen, werd haar vader een beetje boos en hij zei haar dat hij geen fiets voor haar kon kopen. Naar het schijnt heeft Sakina besloten om te fietsen zonder haar ouders erover op de hoogte te stellen. Sakina is van mening dat meisjes en jongens dezelfde rechten en kansen moeten krijgen. Zij is nu in de vijfde klas.

De belangrijkste rolmodellen voor Amrullah, Adila en Sakina zijn de studenten die vrijwillige leraren en coördinators zijn bij de Straatkinderen School. Zowel Zekrullah, die mede-coördinator is van de school, als Nemat, die eerder geweldloosheid onderwees op de school, en die nu de coördinator van een ander team is, waren ooit zelf kindarbeiders.

In drie jaar tijd hebben de leerlingen technieken geleerd voor vredesopbouw, en zijn ze lezers geworden vol zelfvertrouwen. Hun leven zal evengoed moeilijk blijven. Naser, die een student is aan de Universiteit van Kaboel en één van de Brugklas leraren, is bezorgd. Hij ging een paar avonden geleden naar de markt om wat voedsel te kopen en het bedroefde hem dat hij een van de leerlingen zonnebloemzaden zag verkopen. Het was al laat voor mensen in Kaboel om buiten te zijn, en toch was er een jong meisje dat in haar eentje aan het werk was.

“De kinderen die op straat werken hebben niet veel tijd om over hun leven na te denken, en ze hebben geen tijd om over hun eigen beste toekomst na te denken,” zegt Naser. “Ze denken er alleen over na hoe ze voedsel voor één nacht kunnen vinden. En ze hebben geen plan voor morgen.”

Voedsel en economische onzekerheid worden nog verder bemoeilijkt door zorgen over de veiligheid. Wanneer Naser op straat met anderen spreekt, dan zeggen ze dat ze er niet zeker van zijn of ze de volgende dag nog in leven zijn of niet. De gewelddadigheid strekt zich uit tot het Afghaanse onderwijssysteem, zegt Naser. Hij herinnert zich onderwijzers die hem sloegen of die hem op één been lieten staan voor lange tijd als hij zijn huiswerk niet afmaakte.

Naser deelt al deze problemen na mijn vraag aan hem wat hem blij maakt, dus ik ga denken dat hij me verkeerd begrepen heeft, maar hij draait het idee om. Juist omdát hij alle problemen in Kaboel kent, wordt hij blij, echt blij van het zien van al die jongens en meisjes in de school. “Onderwijs is de weg, vooral in Afghanistan,” zegt hij, “de weg naar positieve verandering, naar een groene, gelijkwaardige, en geweldloze wereld.”

Carolyn Coe is in Kaboel als vertegenwoordiger van Voices for Creative Nonviolence (www.vcnv.org). Tijdens haar verblijf aldaar is zij te gast bij de Afghaanse Vredes Vrijwilligers (Afghan Peace Volunteers: www.ourjourneytosmile.com)

Je kan dit project en ander werk steunen via de website van de Voices for Creative Nonviolence.

Vertaling: Liz Hagemann

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.