Zonder ‘ik’ bestaat de ander niet

Globalisten met enig ethisch besef weten dat plaatselijke omstandigheden nooit ten prooi mogen vallen aan geldbeluste kapitalisten. Vernietig de plaatselijke economie en je vernietigt de steun voor het systeem. Dat is in Europa aan de hand. En niet alleen daar.

Nationalistische antiglobalisten willen niet weten dat plaatselijke omstandigheden afhankelijk zijn van de globale werkelijkheid. Dat in de wereld van het kapitalistisch globalisme (daar leven we in, meer kan ik er niet van maken), je wel eerst te vreten moet hebben, en daarna kunnen we het nog eens hebben over ‘de moraal’ (vrij naar Brecht: Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral).

Ze willen het politieke systeem vernietigen, maar hebben geen idee hoe ze moeten omgaan met het economische systeem. ‘Das Fressen’ speelt blijkbaar geen rol.

Het onderliggende probleem is het aandeelhouderskapitalisme. In onze ‘liberale democratie’ zijn het uiteindelijk de aandeelhouders, de bezitters van de bedrijven, die aan het roer staan. Niet de staat, niet de kiezers maar de aandeelhouders bepalen uiteindelijk de koers. Zij bepalen door te kopen en te verkopen, onze toekomst.

En dat is geen Utopia, want aandeelhouders zijn enkel geïnteresseerd in winst, liefst snelle winst. In het aandeelhouderskapitalisme bepalen de bezitters, de 1 %, de koers, zij dwingen de staat op de knieën, en als de staat niet meewerkt aan hun accumulatie van winst, trekken ze hun aandelen in. Dat kan leiden tot een crisis, maar daar zitten ze niet mee. Zij hebben ondertussen hun geld elders belegd.

Zie hun pogingen om Italië terug in het gareel te krijgen. De populisten daar hebben geen idee van wat er gebeurt. Ze proberen het politieke systeem omver te kegelen, maar hebben geen enkel benul van de werking van het economische systeem, het bestaande kapitalisme.

Het bestaande kapitalisme kan elke verandering tegenhouden. De mensen die het merendeel van het geld bezitten (digitaal of niet), kunnen met één handbeweging welke staat (regio, stad) dan ook gijzelen door investeringen terug te trekken, aandelen te verkopen.

Ik ben als Europeaan geheel tegen de regering van de Vijfsterrenbeweging en de Lega (een monsterverbond), maar zie tegelijkertijd aangetoond worden waar de werkelijke macht in Europa ligt. De aandeelhouders (de mensen die staatsobligaties opkopen en verkopen) bepalen uiteindelijk de koers.

Maar de aandeelhouders worden er niet op aangesproken. De club bezit geen formele macht, zij kunnen nergens op worden aangesproken. Hun macht is bezit. Zij opereren buiten het democratische proces om, terwijl ze het democratische proces –door te kopen of te verkopen- zwaar onder druk zetten, en uiteindelijk bepalen ze de koers van de staat.

Wat dat betreft is er niets veranderd in de afgelopen eeuwen. Enkel dit: de vroegere bezitters (adelkapitaal, familiekapitaal) zijn vervangen door internationale groepen die het geld daarheen schuiven waar de winst het hoogst is. Daar komt geen spatje geweten bij kijken. Het gaat om grof geld verdienen, en that’s it.

Nationaal-antiglobalisten hebben daar kritiek op. Terecht. Maar ze kiezen voor een oplossing die eindigt in een doodlopende weg: ze willen terug naar de autarkie, de utopie van de zelfverzorgende staat, een onmogelijke opgave in een tijd waar wereldhandel heerst en bedrijven internationaal worden bestuurd. Als de grenzen worden gesloten, barrières worden gebouwd, zal de autarkische staat (je kan het ook regio, of polis noemen) helemaal op zichzelf worden teruggeworpen en alle welvaart binnen die grenzen moeten verwezenlijken. Een onmogelijke opgave. De werkelijkheid is een compleet andere.

Daarnaast speelt iets anders: de autarkie-ideologen houden geen rekening met de wilskracht en creativiteit van mensen. Mensen gaan over grenzen heen, en dat geldt ook voor die mensen die bij hoog en laag beweren dat ze tegen het globalisme zijn, tegen Europa, tegen welk verdrag dan ook. Het is een idee, een pose die feitelijk geen grondslag heeft. Met de economische werkelijkheid heeft het niets van doen, het heeft enkel te maken met een idee: wij Nederlanders, Fransen, Italianen hebben een eigen identiteit en die identiteit waarborgen wij door ons af te sluiten van de rest van de wereld.

Dat idee van absolute onafhankelijkheid binnen staatsgrenzen zullen de nationalistische antiglobalisten blijven verkondigen, ook al overschrijden ze illegaal de grens, ontduiken ze de belastingen van hun land en voeren ze illegaal handel met China of het Midden-Oosten. Op de een of andere manier is de materie belangrijk, maar bepaalt de geest (de geestesgesteldheid, de ideologische basis) de koers. De ideologie van de groep (familie, stam, verbond van stammen, staat, leider) drukt een rationele koers weg. Materie is ineens bijzaak.

Als Marx iets is ontgaan, is het dat wel.

Als iets de grondslagen van Marx’ materialisme onderuit haalt is het wel de renaissance van het nationalisme in de 21ste eeuw.

‘Emotie’ (familie, groep, stad, staat, leider) blijkt een blijvende kracht. Dat hef je niet zomaar op. Marx heeft die kracht altijd onderschat, de internationale klassenstrijd was de drijvende kracht achter veranderingen, maar het terugkerend nationalisme bewijst zijn ongelijk. De geest blijkt toch net iets belangrijker dan Marx dacht.

Het gaat daarbij niet eens om nationalisme. Nationalisme is slecht een tijdelijke verpakking, het gaat om de emotie van de –nu volgt het befaamde, verdoemde woord- ‘Heimat’.

En ja, ‘Heimat’ (geboortegrond, de geur, de geluiden), het is belangrijk. Daar is niets fascistisch aan, het gaat hier hoe mensen –op basaal niveau- leven, verbonden zijn met hun omgeving, hun eerste herinneringen, de geur van de stad of de boerderij, de geluiden van de stad of het dorp.

De tegenkracht: ‘Heimat’ en ‘de hele wereld’ bijeen brengen. Die tegenstelling oplossen is de opdracht.

Blijft over: je eigen koers varen, dit alles wetende, vanuit ‘ik’. En de zogenaamde uitersten verbinden: globalisme en lokalisme.

Het gaat uiteindelijk allemaal om ecologie, het één dat niet zonder het ander kan bestaan, het gaat om het herstellen van het evenwicht.

En dat doe je door je nergens iets van aan te trekken, je te verbinden met andere mensen die basaal in dezelfde richting denken en binnen de chaos kleine lichtjes te ontsteken, nieuwe ideeën te ontwikkelen.

Niet opgeven, en niet zwijgen, en steeds beginnen bij ‘ik’. Want zonder ‘ik’ bestaat de ander niet.

2 gedachten over “Zonder ‘ik’ bestaat de ander niet”

  1. Walt Witman als portret van ‘Ik’ of de ‘ander’. Wat een eer.
    Misschien moet ik het eens over hem hebben…

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.