Van oude dozen en boeken die voorbijgingen

Met koninginnedag kon je het zien: het linkse verleden dat op straat gezet werd voor een kwartje of meer per boek. Bleven ze onverkocht dan lagen ze in een doos aan de stoeprand, niet de moeite waard bevonden weer mee naar binnen te nemen.
Marja Vuijsje ziet de dozen niet alleen op koninginnedag (“koningsdag” zegt mij al helemaal niets, en heeft waarschijnlijk al niets meer met boeken te maken). Zij vindt de dozen bij de papierbak, nogal eens vaak in de Amsterdamse Jodenbreestraat, waar zich toch een boekhandel bevindt die zich over die onverkoopbaren zal ontfermen (en waar ze vanaf 1977 nieuw te koop waren geweest). Worden de dozen aan de kant gezet uit gêne over een “links”, feministisch verleden, omdat er iemand overleden is en zelfs de kringloopwinkel er niets in ziet? Dat klopt dan niet, The golden notebook van Doris Lessing, in het Nederlands Het gouden boek heb ik zaterdag in een kringloopwinkel gevonden. Ik kende het niet als deel van de canon van feministische boeken van de jaren zeventig, die ik als boekhandelaar in de Jodenbreestraat en als vriend die niet zo mocht heten want dat klonk bezitterig – van mijn kant, natuurlijk – gekend en misschien wel verkocht heb.

Tijdens overnachtingen ter verdediging van het pand waar Het Fort van Sjakoo in gevestigd was (en is) waagde ik mij aan Anja Meulenbelts Schaamte voorbij. Wat een treurnis. Als de inhoud al onbelangrijk was dan was het onvermogen tot behoorlijk schrijven toch nog net erger. Je had Maarten ’t Hart niet nodig om daarover de staf te breken. Renate Rubinstein deed het met Hedendaags feminisme vanuit de niet als zodanig erkende eigen gelederen. Maria (“mijn vriendin” mocht ze niet heten) schreef maar terug op mijn leesverslag dat ze er over wilde zwijgen. En nu ligt Meulenbelts hit volop in de dozen die Marja Vuijsje vindt.

Maria – laat ik dat hoofdstukje maar meteen even afsluiten – zou met haar beste vriendin en studiegenote een gezamenlijke scriptie schrijven over “moederschap als ideologie”. Chodorow! Die wordt door Vuijsje genoemd, ik weet niet meer wat er verder aan boeken van belang werd geacht – van mij leende ze hiervoor Ger Harmsens Marx contra de marxistische ideologen maar al snel had ik reden dit terug te eisen. Ze werd namelijk (eigen formulering) verliefd op de man van die beste vriendin (“We stonden er allebei van te kijken”) en mijn bedenkingen werden weggewuifd (“Het is mooi en zuiver”). Op den duur is het moederschap blijkbaar niet zo ideologisch geweest en mocht die vent zelfs echtgenoot heten, ik werd met een telefoontje afgedankt. Ja, het is niet vergeven of vergeten, ook niet na al die jaren. Maar dat alles zo haar niet-zo-feministische gang ging markeert ook in de tijd wel het wegebben van de Tweede Golf. Uit die tijd noemt Vuijsje ook zo goed als geen boeken meer.

*
Marja Vuijsje heeft op de zelfde lagere school gezeten als ik. Zij is ook opgegroeid in dezelfde buurt, de Indische Buurt, die een Dijkhoffwijk zou zijn geweest zonder “allochtonen”, die kwamen later. Vuijsje is erg te spreken over “mijnheer Haras”. Ik herinner mij te levendig hoe hij een hele tijd een medeleerling, Hans Driessen was zijn naam, stond af te tuigen zonder waarneembare reden. Ik zat er vlak bij en in gedachten denk ik nog steeds: ik moet hier iets van zeggen, dan slaat hij mij ook maar, ik sla terug. Wat ik niet gedurfd heb. Ik denk niet met grote liefde terug aan “mijnheer Haras”. Dat hij later andere pedagogische methoden had heb ik gemist.
Ook later moet ik een geografische ruimte met haar gedeeld hebben, de Jodenbreestraat. Het betreurde jazzcafé Bohemia (o ja, de tosti atoom). Het staat mij bij dat ik haar gesproken heb over haar werk bij De Waarheid, voor mijn “Jullie deugen niet!”. Maar wat deed zij er? Die episode komt niet voor in Oude dozen. In dit geval is het handig dat het een namenregister heeft, ik sla mijzelf op en citeer:

Toof Brader en Marja Vuijsje verzorgden onder het motto ‘Betere driften’ een openhartige column over hun geslachtsleven…(p.42)

Niet in het boek, wel in de krant.

*
Niet alles komt veel voor in de afdankdozen. Voor De tweede sekse van De Beauvoir heeft men blijkbaar nog een soort heilig ontzag. Of dit terecht is, is de vraag. Maar net als het genoemde boek van Doris Lessing is dit niet een aan de roerige decennia gebonden boek.
Als ik verder titels noem is dat een beetje oneerlijk voor het verhaal van de schrijfster. Ik heb geen idee of het net zo prettig lezen is voor mensen die de onderhavige periode niet (bewust) hebben meegemaakt. Warm aanbevolen dus, en mijn kanttekeningen heeft u hierboven.

– Marja Vuijsje, Oude dozen – een min of meer feministische leesgeschiedenis. Amsterdam/Antwerpen: Atlas/Contact, 2018.

1 gedachte over “Van oude dozen en boeken die voorbijgingen”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.