Bij het vertrek van een onaangepaste trommelaar: Ginger Baker (1939-2019)

Één van de grote gekken (en bekken) uit de rockhistorie heeft zijn rechtmatige plaats aan de bar in de hel bereikt. Ginger Baker heeft de planeet verlaten. En God heeft zijn ziel niet want daar had Ginger bij leven al geen enkele belangstelling voor. De man leeft als een heiden. Compromisloos. Altijd bewust of bijna bewusteloos wankelend op de rand van de afgrond.

Een onwaarschijnlijke rockster die deel uitmaakt van het supertrio Cream samen met bassist Jack Bruce en bluesgitaarwonder Eric Clapton. Baker speelt aanvankelijk jazz en blues bij een andere Engelse rockzonderling: Graham Bond, een begenadigd organist die later zou wegzakken in een duister moeras van drugs en zwarte magie. Maar dat is weer een ander verhaal.

Voor Ginger hoeft het allemaal niet zo nodig: de hits, de publiciteit, de rockscene. Los van zijn aanzienlijke muzikale kwaliteiten behoort Baker tot het selecte groepje ‘rocksterren’ dat geen enkele poging doet om aardig gevonden te worden door wie dan ook. Één van de allerleukste ‘rockumentary’s’, een film die dus niet gebukt gaat onder het hijgerige, gemythologiseerde toontje dat veel hedendaagse muziekdocumentaires zo stomvervelend maakt, is het portret van Ginger ‘Beware of mr Baker’, gemaakt door regisseur Jay Bulger. En dat komt vooral door Ginger zelf die er geen enkel probleem in ziet om volkomen schaamteloos de scumfucking asshole uit te hangen. Echt een megatip voor alle serieuze muziekfans:

Maar natuurlijk is er een respectabele muzikale erfenis. Hij wordt tegen wil en dank beroemd in Cream die een wereldhit scoren met het licht psychedelische ‘White Room’, in de originele uitvoering weer te horen in de nieuwe ‘Joker’ film maar hier in een puike uitvoering tijdens een reünie in 2005:

Nadat Cream in de beste jaren zestig traditie in een explosie van stress, drugs en opgepompte ego’s uit elkaar barst, begint Ginger de band Ginger Baker’s Air Force waarin hij elementen van jazz, rock en de Afrikaanse afrobeat combineert. Zijn tijd vooruit en tegelijk typisch voor zijn tijd. Want: alles kan en soms inderdaad met verfrissende resultaten. Hier vergrijpt de Airforce zich vrij smakelijk aan de grote Creamhit  ‘Sunshine of your love’ en bevat ‘Toad’ een weergaloze drumsolo:

Baker heeft schijt aan iedereen behalve misschien aan Fela Kuti, één van de pioniers van de afrobeat die de Nigeriaanse machthebbers voortdurend uitdaagt en bekritiseert wat hem tenslotte op een inval van het leger te staan kwam waarbij zijn 26 (jawel) vrouwen seksueel gemolesteerd worden en zijn moeder (achteraf) de dood vindt. Dat zijn mensen waar Ginger zich mee verbonden voelt maar uiteindelijk draait het voor hem allemaal om de muziek. Afrika is de moeder. En de drum haar stem:

Ginger is eigenlijk een hele goede jazzdrummer en laat dat hier (vanaf ongeveer 9 minuten) horen tijdens een concert met grootheden Bill Frisell en bassist Charlie Haden.

Voor wie de jazzmuzikant Ginger Baker serieus aan het werk wil horen is dit één van zijn beste platen, uit 1999, Coward of the county:

Ginger Baker is 80 jaar geworden. Een klein wonder. Misschien is er ergens een Afrikaanse god in een Afrikaans hiernamaals die zich ontfermt over hopeloos onaangepaste trommelaars maar als geen ander de hartslag van Moeder Aarde eer aandeden. En: onze steeds bravere wereld heeft dwarse, onuitstaanbare, briljante gekken als Ginger Baker nodig. Hij zal gemist worden.