De verwarde staat van een staat van waanzin. Deel 1: nachtmerries

In verwarde staat van Karlijn Roex roept bij mij als door mijzelf beoogd bespreker van alles op wat misschien niet in het bezinksel van het verleden had hoeven blijven liggen. De aanleiding dat ik het boek heb aangeschaft en gelezen de afgelopen dagen was een twiet van de schrijfster die ik niet mag aanhalen voor mijn gevoel, omdat zij die zelf na enkele uren weer verwijderd had. Maar de aandacht was er, en hoe dan ook vind ik dat de weinige kritische-theoretici van dit land gekoesterd moeten worden.

Maar wat is er misgegaan na de radicale anti-psychiatrie van de jaren zestig en zeventig? In Italië was zij de aansporing psychiatrische inrichtingen open te stellen of af te schaffen, zijn wij niet allemaal een beetje gek tenslotte? Het kwam ook goed uit dat het tevens een flinke bezuiniging inhield.
Het tij is gekeerd. “Gek” is een taboewoord, validistisch. Het is fijn jezelf te zijn maar wel liefst voorspelbaar, overzichtelijk en individueel maar wel in het hokje passend.

*

Ze schoot naar buiten, de gang op, in nachthemd. Ik liep net langs, het was al laat. Op de studentenflat leefde je laat.
De nieuwe bewoonster vroeg of ik haar naam had gefluisterd op de gang. Ik merkte dat zij van streek was (“verward” zeg je nu blijkbaar, maar ik denk niet dat ik het zo beschreven zou hebben als ik onze nachtelijke ontmoeting toen had opgeschreven), en vroeg haar of ze een glas wijn bij mij kwam drinken om bij te komen.
Een goed glas slechte wijn, zoals je die destijds nu eenmaal dronk op de studentenflat. Zo zeg ik het nu.

Ze was zenuwachtig en vertelde een verhaal dat ik niet ga weergeven en dat al snel niet helemaal compleet bleek te zijn. Maar zij werd in de loop van ons gesprek rustiger en ging tenslotte gekalmeerd naar haar kamer.
Hoe ze een bijna voortdurende psychose kon combineren met de studie – het kon blijkbaar.
En toen was na een half jaar de psychose voorbij, en tevens haar verkering. En alsof het zo moest, als vervolg op die nacht, zittend op mijn bed, zenuwachtig plukkend en de slechte wijn drinkend, werd zij vriendin. Niet mijn vriendin, als u het verschil aanvoelt. Maar wij gingen samen uit en na haar verhuizing uit de benauwende omgeving van de psychose belde zij op en vroeg naar mij als haar verloofde. Ze maakte wel allerlei vragen en roddel los. Het kon haar niet schelen. Ik vond het ook wel grappig.
Wat ik haar niet verteld heb is dat zij wellicht mijn leven heeft gered met onze vriendschap. Bij dezen, in het onwaarschijnlijke geval dat ze het leest en zichzelf herkent.

Ga ik dit toelichten?
Het vergt moed scheppen.

*

Karlijn Roex noodt mij als het ware persoonlijke verhalen te vertellen – al lijkt het vorige dan misschien over iemand anders te gaan.
Haar betoog wordt geïllustreerd aan de hand van “gevallen”. Haarzelf inbegrepen – paniekaanvallen die zoals ze er staan heel aanvoelbaar zijn en niet verward aandoen. Maar dat is wel hoe zij benaderd wordt in die aanvallen – er achter komen dat je geen sleutel bij je hebt en jezelf voor uren hebt buitengesloten, het is best nachtmerrie-achtig.
Als met de dierbare van die psychotische nacht: het is niet het hele verhaal. Wij hebben er al lezende geen recht op te weten wat er meer achter deze paniek schuilt dan de enkele zin dat ze altijd al voor “anders” is versleten. Maakte zij verwachtingen waar? Die vraag roept zij wel op.
(Dit is het punt waarop ik in de persoonlijke inlas nog even blokkeerde).

Naast haar eigen voorbeelden vermeldt zij Wim Maljaars.
Hier is hij tot docudrama gemaakt, het woord “beslissing” in de titel

Of het je beslissing is in een boterham met pindakaas te stikken in een isoleercel – het is nogal wat om dit te suggereren.
En parallelle fragmenten uit IQ84, een trilogie van Haruki Murakami.

*

“Gek” was in de jaren zeventig en ook daarna nog een tijd een geuzennaam, net als flikker of pot trouwens. De laatste twee woorden zijn in de ban, het eerste ook, maar de Angst voor de Gek is intussen Angst voor de Verwarde Persoon geworden.
Van links tot rechts wordt de angst gekoesterd. Bij het lezen van Roex’ boek valt het mij op dat de cultus van de Verwarde Persoon al wat jaren rondwaart. En waar komen die verwarden vandaan? Zijn zij het gevolg van bezuinigen op de geestelijke gezondheidszorg? Roex noemt dit niet eens in dit verband.

Wat het boek niet vermeldt, maar wat wel van haar site te lezen valt: deze maatschappij beroept zich op een normaliteit die zelf de waanzin voorbij is. Die al blijkt als je het Hiroshima-Nagasakipark in Keulen opzoekt in de zoekmachine. Het is het park waar Roex een paniekaanval krijgt en de Macht achter zich aankrijgt.
Het is er goed wandelen en sleetjerijden (mocht er nog eens sneeuw vallen).
Dezer dagen is Herbert Marcuse, ruim veertig jaar na zijn dood, weer helemaal de bonte hond – lees hier hoe de ongetwijfeld niet waanzinnige bestuurderen van Brazilië het over hem hebben. Hij is ook de Cultuurmarxist bij uitstek.
One dimensional man heeft als uitgangspunt de idee dat een kernoorlog best comfortabel te overleven valt. Volledig goed uitgeruste schuilkelders met bordspellen om de tijd door te komen. Tot? Ja, tot wanneer?
De waanzin van de normaliteit. Ook beschreven door Günther Anders en Karl Jaspers, bijvoorbeeld. Die dan weer niet als boeman uit de mottenballen worden gehaald, terwijl Anders wel verbonden is geweest aan de Frankfurter Schule.

— Wordt vervolgd —

Uitgelicht: still uit de video De beslissing van Wim Maljaars