Met een scherp mes het verleden ontsluiten

Het bleek een belangrijk hulpmiddel bij het bestuderen van wat ik mij voorgenomen had te bestuderen: een boekbindersmes.
Er zijn boeken en brochures die meer dan een eeuw op jou speciaal hebben staan/liggen wachten. Of gedrukte bladen die door de drukker niet uiteengesneden en dus niet goed leesbaar zijn. Het mes ontsluit ze en maakt ze leesbaar.

“Niet opengesneden boek” – als je geluk hebt, of noem het pech, bij een antiquariaat kun je er een aantreffen. Franse uitgevers waren er tot ver in de vorige eeuw goed in nog open te snijden boeken in de verkoop aan te bieden.
Boven mijn hoofd staat een boek van de Nederlandse anarchist Christiaan Cornelissen, uit de bibliotheek van een jezuïet mirabile dictu, die het niet heeft kunnen opbrengen het open te snijden. Dat is aan mij overgelaten, en hoe graag ik het ook zou lezen en laten weten wat er in staat, ik aarzel het mes er op los te laten. Zo handig ben ik ook weer niet. Het gaat altijd wel ergens mis bij mij en dan beschadig je het boek met schuinafgesneden bosjes pagina.

Ik ben zo onhebbelijk een beweging en derzelver leden te bestuderen die speciaal op mij gewacht hebben om bekeken, bestudeerd en beschreven te worden. Het was een bijzondere historische ervaring op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis documenten open te moeten laten snijden. In hun tijd waren die boeken en brochures natuurlijk verkocht en gelezen maar zo goed als iemand voor mij heeft de moeite genomen alles en allen weer tot leven te wekken. Het zou kunnen zijn dat zoals Chesterton stelt niets zo gediscrimineerd wordt als ons verleden – al is dat toch een vergelijking met nu levende personen die knarst, maar dat was ook de bedoeling.

Wat ook mooi was (gelukkig was alles nog leesbaar), een archief van kleine omvang waarvan de bovenzijde van sommige papieren zoals Marx schrijft der nagenden Kritik der Mäuse überlassen was. De snippertjes papier vlogen om mijn oren. In één geval maakte mijn lezen wel het lezen door een volgende in feite onmogelijk omdat het knaagwerk door het openslaan het uiteenvallen van het papier met zich meebracht.

Bij schriftelijke bronnen is dat een risico, of het gedrukte sporen van iemands bestaan zijn of eigen manuscripten – en anders is er altijd nog een vuurdoorn op weg naar de volgende bestemming.
Hoe het ook zij: een papieren spoor (als we het over de tijd van voor het brede gebruik van computers hebben) is onmisbaar als aanwijzing van wat iemand gedaan heeft en waarom dit belangrijk is voor de geschiedenis van de socialistische beweging of de sociale geschiedenis. (Dat is eigenlijk bijna altijd, wat ook gezegd kan worden over de spoorlozen).
Pietje Meegens, genoemd door Dennis Bos, strooide een agent peper in zijn ogen en schreef vanuit de nor het gedicht dat gedrukt en wel is, ’t Sociale klokje. Hij is niet spoorloos.

Bronnen die speciaal voor jou als onderzoeker ontsloten moeten worden zijn wel heel spannend. Maar ook eerder door allerlei mensen geraadpleegd materiaal is natuurlijk interessant, omdat je altijd een eigen beeld van de te bestuderen persoon of personen hebt of ontwikkelt.
Wat ons nog te wachten kan staan zijn onontdekte dagboeken of kroniekachtige aantekeningen van mensen die of Iemand in de Beweging zijn geweest, hoe nederig van positie ook, of helemaal Niemand maar die wel iets te schrijven had. Het vergt heel wat werk maar het kan ook het beeld dat men heeft van de geschiedenis veranderen.
Zie het boek van Bert Altena over A.J. Lansen, Machinist en wereldverbeteraar. Ik vraag me af of zonder Lansens betrokkenheid bij de vrijmetselarij er een andere ingang tot zijn levensgeschiedenis geweest was.

Wijlen Bert Altena en Dennis Bos behoren tot de schaarse historici van dit tijdsgewricht (dat mag ik toch nog wel over Bert schrijven, nietwaar) die zo’n enkel persoon tot leven wekken.
Hoe komt het dat de geschiedenis van de arbeidersbeweging sinds de vroege jaren tachtig uit het zicht geraakt is?
(Met Dennis Bos kan ik mijn verheugenis uitschrijven over de duidelijk herleefde belangstelling bij studenten, gemakkelijk terug te zien aan een met jonge mensen gevulde leeszaal van het IISG – en toen sloeg de COVID-19 toen en sloot de zaal).
Een vraag waarop ik om dit niet te lang te maken apart terugkom.

Bij Lockdownlezing deel 2. Eerste aflevering

Uitgelichte afbeelding: By Ratbasket at English Wikipedia – Transferred from en.wikipedia to Commons by dfred., Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=23371895 – negentig graden rechtsomgedraaid