Perspectieven tegen ongebreidelde groei en accumulatie

Rond ‘economische groei en accumulatie’ – het thema van deze serie – hangt een sfeer van onvermijdelijkheid, van noodzakelijkheid. Ontegenzeggelijk vormen zij een bepalend kenmerk van het kapitalisme en in die zin zijn ze algemeen maatschappelijk aanvaard. De idee om anders samen te leven, in een ander economisch systeem, is gebaat bij het nadenken over de betekenis van groei, zonder tevens een noodzakelijk perspectief te zijn voor een menselijke samenleving. Technologische ontwikkelingen naar verbeterde productie- en distributieprocessen kunnen zo’n samenleving bevorderen, uitmondend in bijvoorbeeld meer vrije tijd en meer bestaansmiddelen.

Bij de afronding van deze serie resteren nog twee vragen. Ten eerste, wordt de meerwaarde nog wel in het traditionele centrum van het kapitalisme geproduceerd? Nederland is daar een voorbeeld van. In het klassieke kapitalistisch model is de industriële productie de bron van economische groei. Nederland kent die groei, maar heeft inmiddels naar verhouding weinig industrie. Ten tweede, kunnen vakbonden nog voldoende kracht opbrengen om ongebreidelde groei tegen de te gaan?1 Zeker als deze groei zich beperkt tot het spekken van de zakken van aandeelhouders of vermogensbeheerders.
Deze vragen hebben met elkaar te maken. Ze gaan over een perspectief voor een andere samenleving. In een kapitalistische redenering is het, wil er verandering komen, noodzakelijk om te groeien. In de traditionele centra van het kapitalisme, waar de vakbonden sterk waren, vindt minder groei plaats. In de nieuwe centra van kapitalistische groei zijn vakbonden echter zwak, betekent dit dat daar weinig perspectief is voor het streven naar andere samenlevingen?

Ongelijke ontwikkeling

De eerste vraag roept het vraagstuk op van de ‘ongelijke en gecombineerde ontwikkeling’.2 Oftewel, ontwikkelingen verlopen niet lineair volgens een vast patroon en zijn afhankelijk van de economische en sociale verhoudingen in bijvoorbeeld een land.
Neem bijvoorbeeld de accumulatie van kapitaal door middel van uitbuiting van de arbeid in de industriële productie. De arbeider werkt meer dan voor zijn onderhoud noodzakelijk is. Een meerarbeid die omgezet als meerwaarde en vervolgens door de kapitalisten – de eigenaren van de productiemiddelen en dus ook van het arbeidsvermogen – wordt opgestreken. Een traditioneel groeipatroon dat zich ontwikkelde in Europese en Noord Amerikaanse landen.

Andere samenlevingen kunnen dit patroon overnemen, kopiëren, bijvoorbeeld in China. Het is echter een zich ongelijk voltrekkend patroon dat bij voortzetting een stagnatie van de economische groei laat zien, zoals in het traditionele centrum van het kapitalisme: Europa en de Verenigde Staten. Deze stagnatie, zoals eerder in deze serie besproken, komt voornamelijk door de ontwikkeling van de technologie met een stijgende arbeidsproductiviteit bij minder arbeid en meerwaardevorming.

Gecombineerde ontwikkeling

In China speelt dit allemaal nog niet, vanwege de ongelijke ontwikkeling. Wel volgt China het traditionele patroon, met India in zijn kielzog, en ontwikkelt het zich in een zeer hoog tempo volgens het traditionele kapitalisme, waarbij enorme arbeidersmassa’s aan het werk worden gezet. Met als gevolg een geweldige economische groei, kapitaalaccumulatie en meerwaardevorming die op een vergelijkbare manier niet meer in het traditionele centrum van het kapitalisme worden geproduceerd. China en India hebben die rol nadrukkelijk overgenomen. Ter illustratie een paar cijfers over het volume van de staalproductie op wereldschaal, in miljoenen tonnen per jaar: China: 750 miljoen, India: 100 (groeit in 2030 door naar 300), Duitsland: 40, Verenigde Staten: 30, Italië: 20 en Nederland: 7 miljoen.3

Er is dus sprake van een ongelijke ontwikkeling, waarin China en India het traject van industriële ontwikkeling aanzienlijk korter doorlopen. Dat komt, omdat deze landen gebruikmaken van een veel snellere toegang tot de ontwikkelde technologie. Dit is de gecombineerde ontwikkeling. De patronen van kapitalistische accumulatie voltrekken zich redelijk volgens eenzelfde schema, maar in de gebieden met een latere ontwikkeling gaat het veel sneller.

Geen vaste patronen

De neergang van een traditioneel ontwikkelende kapitalistische economie zal zich ook in China en India voltrekken. De eerste tekenen zijn daarvan waar te nemen, overigens niet te herleiden tot de coronacrisis. In het begin van deze eeuw was er bijvoorbeeld een geweldige trek door arbeiders van het platteland naar de industriële centra, terwijl inmiddels die urbanisatie op haar retour is. De Chinese arbeiders zijn niet meer zo nodig in de Chinese industrie en gaan weer massaal ‘naar huis’. Een proces dat zich ook in Europa en de Verenigde Staten voltrok over een periode van ongeveer honderd jaar. China en India zullen er vrijwel zeker maximaal veertig jaar over doen. Ongelijke en gecombineerde ontwikkeling.

De kerngedachte van deze specifieke ontwikkeling is dat arbeidsverzet niet lineair verloopt. Er is geen vast schema voor radicalisatie. In een lineaire ontwikkeling zouden de verhoudingen tussen arbeid en kapitaal zich met de voortgang van het kapitalistische productieproces zo verslechteren dat er een revolutionaire situatie ontstaat. Het verzet tegen het kapitalisme zou dus in de kern van het kapitalisme, in Europa, moeten plaatsvinden. In de aanloop naar de eerste Wereldoorlog was dat bijna het geval. Vooral in Duitsland en Frankrijk ontstonden maatschappelijke verhoudingen die bijna op revolutie leken. In Rusland waar de situatie veel ongunstiger was, had zich echter nauwelijks een proletariaat ontwikkeld. Toch kwam er met de steun van arbeiders-, boeren- en soldatenraden een revolutie tot stand.

Subjectief en objectief

Tot slot nog een opmerking over het schematische denken in de verhouding tussen de subjectieve en objectieve voorwaarden voor succesvol verzet. Objectief zijn de verhoudingen tussen arbeid en kapitaal en hun ontwikkeling – voor het kapitaal gunstiger en voor de arbeid ongunstiger. Subjectief is het bewustzijn van de arbeidersklasse die in verzet komt en zich organiseert. Bijvoorbeeld in vakbonden en politieke partijen om het verzet dat ontstaat om te zetten in politieke machtsvorming. De ontwikkeling van het arbeidsverzet kan dus evengoed plaatsvinden in een situatie waarin de objectieve voorwaarden (nog) niet voldoende ontwikkeld zijn. Arbeidsverzet kan ook georganiseerd worden in regio’s waar de kapitalistische orde doorgeslagen is.

Terug naar vraag of vakbonden nog voldoende kracht kunnen vormen om ongebreidelde groei tegen te gaan. Lineair gedacht, zou dat leiden naar situaties waar de objectieve voorwaarden voor verzet tegen het kapitalisme het sterkst zijn. En wel in China en India waar de uitbuiting enorme proporties heeft aangenomen. Er doet zich daar beslist arbeidersverzet voor, maar bij een zware repressie. De subjectieve voorwaarden zijn niet gunstig en een sterk georganiseerde arbeidersklasse is er niet.

Europa en de Verenigde Staten kennen daarentegen naar verhouding een lange traditie van arbeidersorganisatie die na een periode van neergang nieuwe impulsen lijkt te ondergaan door het verzet tegen de actuele verplaatsing van de onderdrukking van de arbeid naar ‘informalisering en precarisering’. Samen met de toenemende inkomensongelijkheid, de uitsluiting van minderheden en lhbt gemeenschappen en de strijd tegen de crisis van klimaat en milieu, is het verzet van de vakbonden in het geding. Zij beginnen zich meer met deze verslechteringen te bemoeien, daarin gesterkt door de jongerenorganisaties. Wanneer vormen van radicalisatie zich doorzetten en zich verbinden met de arbeidersstrijd in bijvoorbeeld China en India, dan kan er een ontwikkeling in gang komen die een perspectief biedt tegenover de ongebreidelde economische groei en accumulatie van het tegenwoordige kapitalisme. Een ongelijke en gecombineerde ontwikkeling van onderop.


1Zie deel 4 van deze serie: https://www.krapuul.nl/blog/2751098/waarde-prijs-en-winst/ Daarin wijst Marx op de betekenis van vakbonden als centrum van het verzet tegen de afbraak door het kapitaal.
2
Zie voor deze van Trotski afkomstige gedachte mijn bijdrage in april 2016: https://www.solidariteit.nl/extra/2016/tegenstelling_13_sociale_reproductie.html
3
https://www.fnv.nl/getmedia/3078d666-ca99-479e-ad2f-c3f9dfa66c85/strategisch-plan-Zeester.pdf
  • Twaalfde en laatste deel van de serie over accumulatie en groei, door Sjarrel Massop, oorspronkelijk voor Solidariteit
  • Uitgelichte afbeelding: Photo by Marcin Jozwiak on Unsplash