Acht zaken die je moet weten over de klimaatopwarming en de klimaattop in Glasgow

Is het te laat om een klimaatcrisis te voorkomen? Welke gevolgen staan ons te wachten? Wat is het verschil tussen 1,5°C en 2°C? Wie zal de factuur betalen? Is dit de top van de laatste kans? Antwoorden op deze en andere veel gestelde vragen kan je hier lezen.

1. Wat zijn de belangrijkste oorzaken van klimaatopwarming?

De opwarming is een gevolg van de hoeveelheid koolstofdioxide, of CO2, die in onze atmosfeer terechtkomt. Sinds de industriële revolutie is het CO2 niveau het hoogst van de afgelopen 4 miljoen jaar.

Er zijn drie belangrijke oorzaken voor dat hoge niveau. De veruit belangrijkste is de verbranding van fossiele brandstoffen: steenkool, olie en gas. Die verbranden we om de enorme hoeveelheid energie op te wekken waarop onze hele industriële en moderne beschaving is gebaseerd. Praktisch al onze welvaart en technologie is gebaseerd op energie uit fossiele brandstoffen. Daardoor komen er jaarlijks miljarden tonnen CO2 in de atmosfeer.

Een tweede oorzaak is de ontbossing, omdat bomen, zolang ze groeien, koolstofdioxide uit de atmosfeer halen. Het kappen van bossen voor hout, landbouw of industrie verhoogt dus de uitstoot van koolstof. Sinds 2010 stoot het Amazonewoud meer CO2 uit dan het opslaat.

Een derde oorzaak is de uitstoot van methaan. Methaan is een krachtig broeikasgas dat op korte termijn tot meer dan 80 maal meer opwarmingseffect heeft als CO2. Het zijn vooral de veeteelt, de winning van fossiele brandstoffen en stortplaatsen die verantwoordelijk zijn voor de uitstoot van methaan. Sinds het begin van de metingen in 1983 stijgt het methaangehalte in de atmosfeer sneller dan ooit. Ook dat is een zorgwekkende ontwikkeling voor de planeet.

2. Wie zijn de grootste uitstoters?

Koolstofdioxide blijft eeuwenlang in de atmosfeer hangen. Het effect is cumulatief. De emissie is zowel vandaag als in het verleden bijzonder ongelijk verdeeld.

Amper 90 grote bedrijven dragen de historische verantwoordelijkheid voor bijna twee derde van de uitstoot van broeikassen de afgelopen 200 jaar. Het gaat bijna uitsluitend over bedrijven uit de landen van het Noorden.

Als je kijkt naar de landen zelf zijn de rijke, geïndustrialiseerde landen gezamenlijk goed voor 64 procent van de cumulatieve uitstoot van koolstofdioxide. De 54 landen van Afrika daarentegen zijn slechts verantwoordelijk voor 4 procent van de wereldwijde koolstofuitstoot, maar incasseren vandaag ongeveer 80 procent van de impact van de klimaatverandering.

Maar ook binnen de landen zelf is er een groot verschil. Zowel in de VS als in het VK veroorzaken de rijkste 10 procent ten minste vijf keer zoveel emissie als de armste 50 procent. De 10 procent rijksten van deze planeet produceren liefst 175 maal zoveel emissie als de armste 10 procent.

In absolute termen is China vandaag de grootste uitstoter van CO2. Maar als je het bekijkt per inwoner dan komt het land slechts op de 42ste plaats, voorafgegaan door heel wat Europese landen. Het zijn vooral de golfstaten en landen als Canada, de VS en Australië die de grote boosdoeners zijn.

En zelfs die cijfers geven nog een vertekend beeld. Want de meeste hoog geïndustrialiseerde landen consumeren meer emissie dan ze produceren. Bij landen als China is het net omgekeerd. De Chinese export is goed voor ongeveer 5 procent van de wereldwijde uitstoot van fossiele brandstoffen. Twee derde van deze emissie-export gaat naar OESO-landen (de club van 38 rijke landen).

3. Wat zijn de belangrijkste gevolgen?

Twee eeuwen geleden begon de gemiddelde temperatuur gestaag te stijgen. Maar sinds de tweede wereldoorlog werd die stijging exponentieel. Dat veroorzaakt een aantal schadelijke effecten.

IPCC opwarming klimaat
Wijziging in mondiale oppervlaktetemperatuur (tienjaarlijks gemiddelde) zoals gereconstrueerd (1-2000) en waargenomen (1850-2020). Rapport van IPCC, p. SPM7.

Extreme weersomstandigheden

Vooreerst extreme weersomstandigheden. Hittegolven en extreme droogtes zullen 4 tot 9 maal zoveel voorkomen als in het verleden. Als we afstevenen op 3°C dan zullen vrijwel heel Noord-Amerika en Europa een verhoogd risico hebben op bosbranden. Rivieren in Frankrijk, en dus ook in de rest van Europa, zouden tot 40 procent van hun debiet kunnen verliezen, en daardoor grotendeels onbevaarbaar worden.

Extreme regenval, die de voorbije zomer in Duitsland en België voor dodelijke overstromingen zorgde, zal tot negen keer meer voorkomen. Het aantal uitzonderlijke weersomstandigheden die overstromingen veroorzaken, zoals stormen en tsunami’s, zou kunnen vertienvoudigen.

Als gevolg van extreem weer sterven nu al jaarlijks gemiddeld vijf miljoen mensen. Alleen al door extreme weersomstandigheden zijn er sinds 2008 jaarlijks gemiddeld 25,3 miljoen ontheemden bijgekomen. Tegen 2060 zouden ongeveer 1,4 miljard mensen klimaatvluchtelingen kunnen zijn.

Smelten van het ijs en stijging van de zeespiegel

Een twee belangrijk gevolg van de klimaatopwarming is het smelten van ijs. In de Noordpool, Zuidpool en in Groenland zitten gigantische hoeveelheden ijs die nu langzaam wegsmelten. Het Noordpoolgebied warmt bijna drie keer sneller op dan de aarde in zijn geheel. Groenland heeft in de voorbije tien jaar meer ijs verloren dan in de vorige eeuw.

Dat zorgt op zijn beurt voor verschillende effecten. Het ijs maakt plaats voor donkerder water, dat meer zonnewarmte absorbeert dan ijs, waardoor de planeet nog meer opwarmt. Daarnaast zit in de permafrost (gebied waarvan de ondergrond nooit helemaal ontdooit) van het Noordpoolgebied genoeg methaan om de planeet 20°C warmer te maken. In het Noorden van Rusland komt dit nu al in grote hoeveelheden vrij. Al dat methaan zal wellicht niet op korte termijn vrijkomen, maar we moeten in elk geval vermijden dat dit op lange termijn wel gebeurt.

Een laatste maar niet onbelangrijk effect is de stijging van de zeespiegel. Wetenschappers gaan er van uit dat in het beste geval tegen 2100 de zeespiegel tussen de 1 à 2 meter zal stijgen. Maar die stijging zal nog millennia aanhouden en zou oceanen kunnen opleveren die tot 6 meter hoger liggen dan vandaag. Megakuststeden zoals Londen, Jakarta, New York en Shanghai kunnen zo’n zeespiegelstijging niet overleven.[1] Tegen 2100 is kan een vijfde van de wereldbevolking op de vlucht zijn als gevolg van de stijgende zeespiegel.

Het is niet enkel het zee-ijs dat smelt. Ook de gletsjers moeten eraan geloven. Zij zijn de reservoirs van 95 procent van het zoetwater op deze planeet. Op dit moment smelt er jaarlijks 2 procent van hun massa. De voorspelling is dat meer dan de helft van de grote gletsjers in de wereld tegen het einde van deze eeuw zullen verdwenen zijn.

Kantelpunten en zelfversterkende effecten

Tot op heden gebeurt de opwarming van de planeet vrij voorspelbaar en aan een redelijk gelijkmatig tempo. Maar daar kan verandering inkomen eens bepaalde drempels overschreden worden of door zelfversterkende effecten.

Een voorbeeld van zo’n zelfversterkend effect: de verbranding van fossiele brandstoffen veroorzaakt warmere temperaturen en lange perioden zonder regen. Dat leidt tot meer branden, waarbij meer koolstof vrijkomt in de atmosfeer, wat op zijn beurt leidt tot nog warmere en drogere omstandigheden, en nog meer branden.[2]

Wetenschappers hebben al gewezen op verschillende van die zelfversterkende effecten. Ze wijzen erop dat de klimaatopwarming iets heel complex is en dat geleidelijke veranderingen van het klimaat plots kunnen leiden tot drastische gevolgen wanneer een bepaalde drempel wordt overschreden. Die drempels zijn niet noodzakelijk van tevoren te bepalen en het ene klimaat kantelpunt kan het andere doen vallen, net zoals dat bij dominostenen het geval is.

4. Wat is het verschil tussen 1,5°C en 2°C?

In de klimaattop van Parijs werd vooral gemikt op een opwarming van 2°C,[3] nu gaat de consensus meer en meer in de richting van 1,5°C. Het verschil lijkt niet groot, maar de gevolgen ervan zijn dat wel.

De risico’s van klimaatverandering en de onomkeerbaarheid ervan nemen snel toe tussen 1,5°C en 2°C opwarming. Dat blijkt uit wetenschappelijke modellen. De afgelopen jaren hebben we – ook in eigen land – al kunnen zien wat de gevolgen zijn van een 1,1-1,2°C warmere wereld. Die zijn allesbehalve geruststellend.

Bij een temperatuurstijging van meer dan 1,5°C zal het Noordpoolgebied wellicht zijn zomerijs verliezen, met nefaste gevolgen voor de rest van het klimaat (zie hierboven). Ook de ijskap van Groenland zou in dat geval een toestand van onomkeerbaar verval kunnen geraken.

Bij een stijging van meer dan 1,5°C zou de Golfstroom onherstelbaar verstoord kunnen geraken, met rampzalige gevolgen voor de landbouw en de biodiversiteit. Bij 2°C zouden kleine eilanden en laaggelegen kustgebieden over de hele wereld onder water komen te staan.

“Bij 1,5°C zouden 700 miljoen mensen het risico lopen van extreme hittegolven. Bij 2°C zouden dat er 2 miljard zijn. Bij 1,5°C sterft 70 procent van de koraalriffen in de wereld. Bij 2°C zijn ze allemaal verdwenen. Aldus Alok Sharma, de voorzitter van de klimaattop in Glasgow.

We kunnen 1,5°C beschouwen als zo’n een kantelpunt van de klimaatopwarming dat we hierboven beschreven. In het laatste rapport van het IPCC (de Intergouvernementeel Werkgroep inzake klimaatverandering) staat te lezen dat elke fractie van een graad telt. Elke tiende van een graad Celsius opwarming die we kunnen verhinderen zal de planeet een stuk leefbaarder maken voor de komende generaties.

5. Is het te laat om de klimaatopwarming te stoppen?

Na elk rapport van het IPCC is te horen dat er bijna geen tijd meer is om een klimaatcrisis te voorkomen. In augustus bestempelde VN Secretaris Generaal António Guterres het laatste rapport van het IPCC in elk geval als een “code rood voor de mensheid”.

Het is nog niet te laat, maar de resterende tijd is en hoe dan ook zeer kort geworden. Volgens de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) is er een kans van 40 procent dat we binnen de vijf jaar al een jaargemiddelde zullen hebben van meer dan 1,5°C boven het pre-industriële niveau.

Om een kans te maken de opwarming van de aarde tot 1,5°C te beperken, hebben we volgens Inger Andersen, uitvoerend directeur van het VN-milieuprogramma (Unep) “acht jaar de tijd om de uitstoot van broeikasgassen bijna te halveren: acht jaar om plannen te maken, beleidsmaatregelen te nemen, ze uit te voeren en uiteindelijk de uitstoot te verminderen. De klok tikt luid”.

Wetenschappers en politici noemen de jaren 2020 daarom niet voor niets het cruciale decennium voor het klimaat.

Het is m.a.w. alle hens aan dek en we zullen de huidige inspanningen moeten versnellen. Om onder de 1,5°C te blijven zal steenkool bijvoorbeeld vijf keer sneller moeten worden uitgefaseerd dan nu het geval is. De herbebossing moet drie keer sneller gebeuren, de klimaatfinanciering moet 13 keer sneller groeien en de energie-intensiteit van gebouwen moet bijna drie keer sneller dalen dan nu het geval is. In welvarende landen moet de consumptie van rundvlees anderhalve keer sneller dalen dan nu het geval is. Enzovoort.

Het is geen kwestie van een gebrek aan middelen of technologie om een klimaatcrisis te vermijden. Volgens de paus heeft “de mensheid nog nooit zoveel middelen tot haar beschikking gehad om dit doel te bereiken”. Het is eerder een kwestie van politieke wil en veel moed. Greta Thunberg formuleert het krachtig: “Om de Cop26 in Glasgow tot een succes te maken, is veel nodig. Maar bovenal is eerlijkheid, solidariteit en moed nodig.”

6. Wat moet er gebeuren om een klimaatcrisis te vermijden?

Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) weten we perfect wat moeten doen. De uitdaging is nooit gezien omdat niet minder dan een revolutie van ons energiesysteem noodzakelijk is geworden. Volgens het IEA is die revolutie echter technisch haalbaar en betaalbaar (zie verder).

We moeten beseffen dat tussen 1850 en 2000 het energieverbruik van de mensheid met een factor 15 is toegenomen. In de komende dertig jaar zal 90 procent of meer van de wereldenergie die nu uit fossiele brandstoffen wordt geproduceerd, geleverd moeten worden door alternatieve bronnen. Dat is zondermeer een gigantische opgave.

Volgens de IEA vormt elektrificatie op basis van hernieuwbare energiebronnen de kern van het nieuwe energiesysteem. Voor transport en bepaalde toepassingen in de industrie zijn ook andere energiebronnen nodig zoals waterstof, bio-energie of fossiele-brandstofcentrales die hun afval begraven in plaats van het uit te stoten. Door sommigen wordt ook kernenergie aanbevolen, maar dat is niet aangewezen.[4]

De afbouw van steenkool is hierbij dringend en essentieel. De uitstoot van methaan moet op korte termijn flink gereduceerd worden. Dat betekent o.a. dat de landbouw en de voedselconsumptie aan een serieuze reset toe zijn. De energierevolutie betekent ook dat het overgrote deel van de fossiele brandstofreserves in de grond moeten blijven.[5] Dat zal een van de moeilijkste uitdagingen zijn, maar ze is wel cruciaal. Naast de energierevolutie zal ook de herbebossing belangrijk zijn om de klimaatopwarming af te remmen.

De energierevolutie zal een mondiaal karakter moeten hebben. Wat er gebeurt in de ontwikkelingslanden zal beslissend zijn. Daar groeit de bevolking het snelst en is de vraag naar de energie het grootst. Dat betekent dat de rijke landen financiële middelen en techologische know how ter beschikking stellen zodat die landen ook de sprong naar een duurzame economie kunnen maken.

7. Is het betaalbaar en wie moet dat betalen?

Om een nulemissie te bereiken zal er volgens het Internationaal Energieagentschap (IAE) tot 2030 jaarlijks 4.000 miljard dollar nodig zijn aan investeringen i.p.v. ongeveer 1.000 miljard nu. Deze hoge investeringen zullen gedeeltelijk worden gecompenseerd door lagere exploitatiekosten en kunnen in sommige gevallen zelfs aanzienlijke nettowinsten opleveren.

Los van de menselijke ellende zijn de kosten van niets doen daarentegen duizelingwekkend: naar schatting 600.000 miljard dollar tegen het einde van de eeuw. De verliezen omwille van de klimaatontaarding overtreffen m.a.w. ruimschoots de nodige investeringen om die te voorkomen.

In de openingsceremonie van de klimaattop wees de premier van Barbados erop dat de centrale banken sinds de financiële crisis 25.000 miljard dollar geïnjecteerd hebben in de financiële markten, waaronder 9.000 miljard dollar in de afgelopen 18 maanden om de Covid-19 te bestrijden. Zij vroeg zich waarom dat niet kan herhaald worden om de klimaatopwarming tegen te gaan.

“Als we die 25.000 miljard dollar hadden gebruikt om obligaties te kopen voor de financiering van de energietransitie, voor de transitie van de manier waarop we eten of hoe we ons verplaatsen in het vervoer, dan zouden we nu die grens van 1,5°C bereiken die voor ons zo vitaal is”.

Maar je moet het zelfs zo ver niet zoeken. Vandaag wordt er jaarlijks 5.000 miljard dollar besteed aan subsidies voor fossiele brandstoffen. Als we die geldstroom richten op de noodzakelijke energietransitie, dan is de klus geklaard.

Een belangrijke vraag daarbij is wie de factuur moet betalen. De beweging van de gele hesjes heeft in dat verband duidelijk gemaakt dat een klimaatplan enkel kans op slagen heeft als het op een billijke manier gebeurt. De kwetsbaren moeten beschermd worden en de meest verantwoordelijken moeten het grootste deel van de lasten dragen.[6] Voor Thomas Piketty “is er geen andere oplossing voor het klimaatprobleem dan een zeer sterke vermindering van de ongelijkheid”.

Volgens Al Gore, voormalig vicepresident van de VS moet de klimaatcrisis en de ongelijkheid in samenleving samen aangepakt worden en mogen de rijken geviseerd worden: “Om de emissiekloof tegen 2030 te dichten, moeten regeringen hun maatregelen richten op de rijkste vervuilers. (…) Dat omvat zowel maatregelen om luxe koolstofconsumptie zoals megajachten, privéjets en ruimtereizen aan banden te leggen, als om klimaatintensieve investeringen zoals aandelenbezit in de fossiele-brandstofindustrie aan banden te leggen.”

Op wereldschaal betekent dit dat de landen uit het Noorden die van het Zuiden zullen moeten bijstaan. De IEA schat dat zo’n 70 procent van de jaarlijkse 4.000 miljard dollar aan investeringen moet gaan naar de groeilanden en de ontwikkelingslanden. Dat komt neer op 2.800 miljard dollar en dat is een flink eind verwijderd van de jaarlijks beloofde 100 miljard steun, die nu nog niet eens gehaald wordt. Er zal dus op dat vlak nog en hele ommekeer nodig zijn.

8. Wat is het belang van de top in Glasgow?

De verwachtingen t.a.v. een klimaattop zijn meestal hooggespannen. En terecht, want niets minder dan de toekomst van onze planeet staat op het spel. Toch leveren dergelijke tops meestal niet de doorbraak op waarop gehoopt wordt.

Dat komt o.a. omdat de besluitvorming op zo’n klimaattop zeer complex is. De tegenstellingen tussen de verschillende actoren is soms heel groot en er is bij gebrek aan wereldregering geen enkele vorm van afdwingbaarheid. Bovendien onderhandelen heel wat regeringsleiders binnen een keurslijf opgelegd door de grote kapitaalgroepen van hun land. Zo bijvoorbeeld ondertekent de VS het steenkoolpact niet omdat Biden in het Congres de steun nodig heeft van een senator die gesponsord wordt door de steenkoolindustrie.

Gezien die omstandigheden is het eigen aan zo’n tops dat er grote, ronkende beloftes worden gedaan, maar dat concrete stappenplanen om die beloftes te realiseren meestal ontbreken, laat staan dat er afdwingbaarheid is. Het is helaas zelfs niet ongebruikelijk dat een klimaattop gebruikt wordt om aan groenwassing[7] te doen.

Deze top is daarop geen uitzondering. De belofte om de ontbossing tegen 2030 te stoppen is daar een goed voorbeeld van. Deze mooi klinkende belofte is noch afdwingbaar, noch transparant, en er ontbreekt een financieringsplan. Bovendien mag er ondertussen lustig verder gekapt worden.

Iets gelijkaardig is te zien bij de beloftes van grote financiële groepen om het nodige kapitaal te investeren in de energietransitie. Als de ondertekenaars geen geloofwaardige en concrete plannen op korte termijn neerleggen, dan ruikt dit eerder naar groenwassing. Volgens een investeerder lossen vrijwillige verbintenissen het probleem niet op. Wat nodig is, is regelgeving. Uiteraard precies wat die financiële groepen niet willen.

Belangrijk bij zo’n top is dat er een vorm van consensus wordt bereikt. Dat verdeeldheid of verwijten zoals in Kopenhagen in 2009 worden vermeden. Voor deze top is het zeer belangrijk dat er een duidelijk stappenplan wordt opgesteld die de wereld op geloofwaardige wijze ervan kan weerhouden de 1,5°C te overschrijden.

De vraag is dan hoe we er kunnen voor zorgen dat zo’n stappenplan daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Het echte gevecht daarover wordt niet geleverd op zo’n top. Zolang regeringsleiders voor de kar blijven rijden van de grote kapitaalgroepen zullen dergelijke tops bij vage en niet bindende beloftes blijven en gaat onze planeet naar de verdoemenis.

Het is aan ons om andere krachtsverhoudingen op te bouwen en de regeringsleiders en de economische elite te dwingen een andere koers te varen. Een koers die niet de winsten van de grote kapitaalgroepen veilig stelt maar wel die van de planeet. Een koers die de kosten niet afwentelt op de gewone man of vrouw.

De jongeren hebben dat goed begrepen met hun klimaatstakingen. Het is cruciaal dat de werkende bevolking ook strijdvormen zoekt die ervoor zorgen dat het voortbestaan van onze planeet verzeker is en dat op een sociale manier gebeurt.

Notes:

[1] Lynas M., Zes graden, Berchem 2020, p. 92 en 185; Wallace-Wells D., The Uninhabitable Earth. Life After Warning, New York 2019, p. 61.

[2] Klein N., On Fire. The Burning Case for a Green New Deal, Londen 2019, p. 223-4.

[3] Volgens de overeenkomst van Parijs van 2015 moesten de landen de wereldwijde temperatuurstijging “ruim onder” de 2°C houden en zich “blijven inspannen” om de stijging tot 1,5°C te beperken.

[4] Kernenergie is niet aangewezen omwille van te duur, geen tijd voor nieuwe centrales, de onbetrouwbaarheid van oude centrales, het risico op nucleaire rampen en het gevaarlijk afval dat eeuwen moet gestockeerd worden.

[5] Volgens het wetenschappelijk tijdschrift Nature gaat het over 89 procent van de bewezen steenkoolreserves, 58 procent van de oliereserves en 59 procent van de gasreserves.

[6] Klein N., This Changes Everything; Capitalism vs. the Climate, Londen 2014, p. 21.

[7] Groenwassing is de strategie van bedrijven of regeringen om zichzelf een groen imago aan te meten dat de indruk geeft dat zij actief verantwoordelijkheid zouden nemen in de strijd tegen de klimaatverandering.