Naar kwijnt het land

Ill fares the Land‘, het boek van Tony Judt, in de Nederlandse vertaling uitgebracht met de titel ‘Het land is moe‘, heb ik pas gelezen. Het is al in 2010 verschenen. Ik vind het een interessant boek, maar het is wat laat om er een recensie aan te wijden. Toch wil ik er aandacht aan besteden. In tegenstelling tot een vrij objectieve weergave van de inhoud met een evaluatie, wat een recensie wordt verondersteld te zijn, geef ik wat ik impressies wil noemen: flarden inhoud die mij troffen, met mijn mening.

Grafieken

In het begin van het boek geven grafieken over de relatie tussen de inkomensverdelingen en de verschillende manieren om het welbevinden van landen uit te drukken een duidelijke vingerwijzing. Altijd sta ik wat dubbel tegenover grafieken. Je kan er van alles mee suggereren*. Je moet de randvoorwaarden van de plaatjes verdomd goed kennen om ze juist te kunnen interpreteren. Honderden prachtige curves heb ik gezien met betrekking tot de economische boom in Ierland voor 2009. Plotsklaps verdwenen ze daarna. Het zevental grafieken in Judts boek geeft enigszins vertrouwen. Door hun verscheidenheid bieden ze elkaar ondersteuning. Ze drukken uit dat beperkte inkomensverschillen het beste voor een land zijn.

Privatisering

Scherp formuleert Judt over neoliberaal gemotiveerde privatiseringen. Hij schrijft over de Britse spoorwegen:
”De spoorwegen hebben een natuurlijk monopolie.
Dat wil niet zeggen dat de spoorwegen niet kunnen worden geprivatiseerd. Dat is op talloze plaatsen ook gebeurd. Laten we eens uitgaan van het idee dat de overheid voor de regio van Boston tot Providence, of van Londen tot Bristol, een vijf jaar durend monopolie aan de supermarktketen Safeway gunt. Neem daarbij verder in acht dat de overheid garant staat voor de verliezen die Safeway in die periode lijdt. En tenslotte krijgt Safeway een omvangrijk pak instructies waarin staat wat ze mogen verkopen, de prijsmarge waarbinnen ze die producten mogen verkopen en de tijden en dagen waarop ze de deuren van de winkels mogen openen.
Natuurlijk zal geen enkele politicus die ze allemaal nog op een rijtje heeft zo’n aanbod ooit doen. Toch zijn dat min of meer de voorwaarden waaronder particuliere ondernemingen sinds halverwege de jaren negentig de treinen in Groot-Brittannië laten rijden. Het is de slechtst denkbare combinatie van een monopolistische marktwerking, overheidsbemoeienis en een moreel oordeel.”

Natiestaat

Enige inconsistentie ontbreekt niet in Judts verhaal. Zo meent hij dat de betekenis van de territoriale staat gaat toenemen onder druk van de globalisering en de crises. En dat de politiek altijd landelijk zal blijven, ook als de economie zich niets van grenzen aantrekt. De geschiedenis levert daarvoor bewijs, aldus de auteur. Alsof de geschiedenis iets kan bewijzen. De historie vertelt wat mensen deden in verschillende omstandigheden, maar dat is nooit een bewijs dat ze in de toekomst op dezelfde manier zullen handelen, dat ze leren van hun fouten bijvoorbeeld.
Judt ziet echter wel wat er met het laatste Franse Volksfront gebeurde. Mitterrand werd in 1981 gekozen met de belofte dat hij Europese afspraken en regelgeving zou negeren ten gunste van een autonome (socialistische) toekomst van zijn land. Binnen twee jaar moest hij zijn koers wijzigen en aanvaardde hij wat inmiddels onvermijdelijk lijkt te zijn geworden: een onderscheidend landelijk sociaaldemocratisch beleid was niet mogelijk als dat botste met internationale overeenkomsten.
Maar Judt negeert de consequenties van die gebeurtenis. Misschien had hij de vervanging van Papandreou in Griekenland en Berlusconi in Italië door technocraten nog moeten meemaken om zijn ogen te openen.

Tot slot

Voor een politieke junk, zoals ik, bevat Judts boek weinig nieuws. Maar het geeft een uitstekend overzicht geeft van gematigde – niet radicale – overwegingen tegen het neoliberalisme.

 
* Een schrijnend geval van een misleidende grafiek in de laatste jaren vind ik de hockeystickcurve van Michael Mann. De klimaatopwarming zou op korte termijn een desastreuze ontwikkeling te zien geven.

13 gedachten over “Naar kwijnt het land”

  1. Hoi Sjaak,

    Ik heb vorig jaar een vak gevolgd waarbij we het boek Ill fares the land kritisch moesten bespreken. Ik heb daar een paper van 6 pagina’s over geschreven wil je die lezen? Ik denk niet dat copy-pasten in dit reactievakje een goed idee is.

    De grootste inconsistentie in het boek zit volgens mij in de manier waarop Judt omgaat met de relatie tussen politiek en economie. Aan de ene kant moeten we ons volgens hem niet laten wijsmaken dat we geen invloed kunnen uitoefenen op de economie, maar aan de andere kant ontkent hij de invloed die Thatcher heeft uitgeoefend op de Britse economie in de jaren ’80.

    Er is nog veel meer, maar desalniettemin geen slecht boek. Het is alleen eerder een pamflet, geschreven op zijn sterfbed en vanuit een emotionele band met de franse socialisten, dan een rationeel werk.

    Groet,
    Jasper

  2. Jasper schreef:

    Ik heb vorig jaar een vak gevolgd waarbij we het boek ‘Ill fares the land’ kritisch moesten bespreken. Ik heb daar een paper van 6 pagina’s over geschreven. Wil je die lezen?

    Beste Jasper,

    Misschien kun je een samenvatting maken van circa 600 woorden en die opsturen als opiniebijdrage naar Krapuul. Dat scheelt mij tijd en dan hebben de krapuullezers er ook nog wat aan. Twee vliegen in één klap dus.

    Overigens lees ik in het boek niet dat Thatcher geen invloed op de Britse economie heeft gehad. Judt schrijft bijvoorbeeld in de paragraaf ‘De privécultus’:

    In Groot-Brittannië steeg het aandeel van door de overheid aan de particuliere sector uitbesteed werk in de persoonlijke dienstverlening tussen 1979 en 1996 (de periode-Thatcher en -Major) van 11 naar 34 procent. (…) Op die manier werd de verzorgingsstaat langzaam uitgehold ten behoeve van een klein groepje ondernemers en aandeelhouders.

  3. Geheel terzijde, maar mijn overwegingen voor de titel van het stuk ‘Naar kwijnt het land’ zijn misschien leuk voor linguïsten.

    ‘Ill fares the Land’ is een fantastische titel. Hij drukt een zorgelijke toestand van het land uit. Bovendien contrasteert deze titel in zijn geheel met de Engelse uitdrukking voor verzorgingsstaat: welfare state.

    Het is onmogelijk die beide aspecten in een vertaling te combineren. Bovendien zitten aan het kleine zinnetje archaïsche facetten. In de betekenis zoals hier gebruikt behoren ‘fare’ en ‘land’ niet tot het hedendaagse vocabulaire.

    Ik kan me voorstellen dat een vertaler in die omstandigheden een vondst niet meer verwacht en met een afgeleefde titel als ‘Het land is moe’ komt. Maar ik vind dat je wel iets van het archaïsche karakter kunt behouden. Kwijnen (zonder weg) wordt nog gebruikt in de bijbel, maar verder is het zeldzaam. Naar is tegenwoordig raar. Wie zegt nog: “ik voel me naar”?

  4. De laatste die ik me kan herinneren is Willeke Alberti in december 1969, maar dat was in een liedje.

  5. @3: Bijna iedereen vindt het een ontzettende tamme vertaling, die Nl. titel. ‘Kwijnen’ dekt idd. de lading veel beter (al vind ik ‘naar kwijnen’ een beetje dubbelop klinken). Vond je ‘wee het land’ dan ook nog te slapjes? Judt verwees trouwens naar deze fraaie strofen uit een 18e-eeuws gedicht:
    Ill fares the land, to hastening ills a prey,
    Where wealth accumulates, and men decay.

  6. @6: http://www.globalinfo.nl/Recensies-enzo/over-het-land-is-moe-van-tony-judt.html:
    Daarmee is nogmaals het motief aangeraakt dat als een rode draad door dit boek loopt: we moeten ophouden met de ongelimiteerde accumulatie van kapitaal goed te keuren, we moeten ons bevrijden van de ‘onbeschofte aanbidding van geld’. Deze gedachte ligt al vervat in de originele Engelse titel, Ill fares the land, die ontleend is aan het gedicht ‘The Deserted Village’ van de achttiende-eeuwse schrijver Oliver Goldsmith.

  7. Ongelukkig is het land tegen kwaden onbeschermd
    Rijkdom in sommiger hand maar ’t verval er vrijuit zwermt

    Proeve naar Valerius’ Gedenck-clanck
    Archaïsch kan ik het niet maken, ik probeer ook maar wat

  8. Leuk liedje van Drs. P, dat zal inderdaad de Nederlandse titelverklaring zijn.

    Ik bedoelde dat Judt eenzijdig negatief is ten opzichte van Thatcher, terwijl ze door een meerderheid van het Engelse volk gekozen is en wel dingen bereikt heeft met haar sloop-beleid. Voor hem is ze een duivel maar voor anderen niet. Het verheldert in ieder geval niets, al dat apologetische gelul over ‘locusts’ etc.

    Verder denk ik dat het vanaf de jaren 80′ niet meer zoveel heeft uitgemaakt of links of rechts aan de macht was in europese staten, omdat de nationale politiek altijd achter de feiten aanholt die de europese gemeenschappelijke markt voortbrengt.

    Allemaal heel kut natuurlijk, maar wat hebben Rutte of Di Rupo nou in de melk te brokkelen als Organon zijn Nederlandse vestiging sluit of Opel Antwerpen zijn tak in België? Handelen Rutte (rechts) en Di Rupo (links) in zo’n geval niet hetzelfde, en falen ze beiden niet evengoed?

    In de politiek draait het om macht en geld, niets anders.

    Groet,
    Jasper

  9. ik vind het dus ook te makkelijk om te stellen dat politici na de tweede wereldoorlog zoveel meer daadkracht of moed hadden. Ik denk dat om een politicus te zijn je tegenwoordig veel moediger met zijn dan in de jaren 60. Tijdens de wederopbouw en de economische boom van de jaren 60 is er terecht een verzorgingsstaat opgebouwd in Nederland en andere west-europese landen, maar in een tijd waarin er nooit een eind leek te komen aan economische groei, waarin niemand zich bekommerde om het milieu, waarin er mensen naar de maan vliegen en aardgasbellen gevonden worden is dat makkelijker dan in dit post-idealistische tijdperk.

    Heel goed aan Judts boek is overigens de relativering van ‘privatiseren’ en dat hij aantoont dat staatsinvloed daar niet mee afneemt.

  10. Jasper schreef:

    omdat de nationale politiek altijd achter de feiten aanholt die de europese gemeenschappelijke markt voortbrengt.

    Dat ben ik in beginsel met je eens.

    Ik ben dan ook een pleitbezorger van een nauwere samenwerking door links in Europa (EU).

  11. Jasper Schreef:

    Heel goed aan Judts boek is overigens de relativering van ‘privatiseren’ en dat hij aantoont dat staatsinvloed daar niet mee afneemt.

    Wat bedoel je daarmee? Want zoals je het opschrijft, klinkt het niet logisch.

  12. Sjaak Scheele Schreef:

    Jasper Schreef:
    Heel goed aan Judts boek is overigens de relativering van ‘privatiseren’ en dat hij aantoont dat staatsinvloed daar niet mee afneemt.
    Wat bedoel je daarmee? Want zoals je het opschrijft, klinkt het niet logisch.

    Ik bedoel dat ik het met Judt eens ben dat het neo-liberale verhaal van de verstikkende ‘socialistische’ en daarom meteen bureaucratische regering, die door ‘privatiseringen’ terug treedt zodat de markt zijn heilzame werk kan doen m.b.t. de spoorwegen of het electriciteitsnet volkomen belachelijk is. Hij legt goed uit dat het ‘privatiseren’ van de britse spoorwegen heeft geleid tot de sloop ervan omdat spoorwegen of electriciteitsnet een natuurlijk monopolie vormen. Omdat geen enkele regering zich het kan veroorloven om een natuurlijk monopolie over te geven aan particuliere investeerders (die zouden alles gewoon ontmantelen, wat ze bijna helemaal gelukt is), moeten er garanties en controlemechanismen vanuit de staat komen die ervoor zorgen dat de afgezwakte diensten net zo duur blijven of zelfs duurder worden, terwijl het allemaal een stuk minder goed werkt dan toen het in staatshanden was. Met andere woorden: door te privatiseren is de service achteruit gegaan (er rijden minder treinen), de staat heeft daarmee niets bezuinigd, want ze moesten garanties aan de opkopers bieden, maar om de treinen te kunnen laten rijden is het wel onbetaalbaar geworden voor de consument. Engeland heeft dus het slechte van twee werelden verenigd in het openbaar vervoer: een lage kwaliteit tegen hoge kosten. Maar dat kon Thatcher allemaal niets schelen want haar rijke kiezers hadden auto’s en haar arme kiezers wilden de Falklands behouden en ‘hun geld terug’ uit het socialistische continentale Europa.

    Aan de andere kant is ook de staatsinvloed op het dagelijks leven, die door privatiseringen zou moeten worden teruggedrongen (minder staat = meer vrijheid, volgens neo-liberalen) niet minder geworden maar meer. In Londen wordt iedere straat constant gefilmd, en Nederland gaat rap dezelfde kant op. In al het openbaar vervoer schijnt het tegenwoordig normaal te zijn dat iedereen constant wordt gefilmd en op beeldschermen zijn medepassagiers in real-time in de gaten houdt. De overheid maant je constant tot gezond leven, tot niet roken, en maakt het burgers zonder geld of connecties onmogelijk om iets tegen ze te beginnen door de uitholling van de rechterlijke onafhankelijkheid. Afgelopen zomer heeft de overheid door een paar simpele fiscale maatregelen ervoor gezorgd dat ze door geen enkele burger aansprakelijk kunnen worden gesteld met een rechtszaak, omdat alleen al het beginnen van een rechtszaak te duur is geworden, laat staan het winnen ervan. Onze media vonden het toen heel belangrijk dat Wilders ‘doe es normaal man’ zei (belangrijker dan die opmerking over de islamitische aap), zodat hirsch-ballin rustig zijn gang kon gaan.

    Hoe beter het de politieke elite van het land lukt ons bang te maken met crisis, xenofobie, ‘onveiligheid’, hogere studielasten, hoe vrijer de staatsmacht zich kan uitbreiden over meer en meer aspecten van ons dagelijks leven. Maar ga jij beeldschermen slopen in de metro of bus? ik kijk wel uit want voor je het weet wordt je ‘gepacificeerd’ door 4 laagopgeleide ‘toezicht en veiligheids’ figuren. Binnen een paar jaar hebben ze vuurwapens, wedden?

Reacties zijn gesloten.