Verkiezingen als valkuil

Het gonst verkiezingen, dezer dagen, weken en maanden. Eerder dit jaar presidentsverkiezingen in Rusland en Frankrijk, en een eerste ronde in Egypte. Dit weekend twee hele belangrijke: parlementsverkiezingen in Griekenland en de tweede presidentsronde in Egypte. Binnenkort de tweede ronde parlementsverkiezingen in Frankrijk. Later in het jaar op het menu: parlementsverkiezingen in Nederland, en natuurlijk de hoofschotel voor electorale fetisjisten: de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Het is allemaal op een bepaalde manier belangrijk. Maar daar volgt helemaal niet uit dat we moeten doen wat links zo vaak doet: uit alle macht een kandidaat of partij zoeken die gesteund moet worden, ‘kritisch’ natuurlijk en ‘zonder illusies’, maar toch gesteund. Het analyseren van verkiezingen is noodzakelijk: wat daar tot uiting komt doet ertoe. Ons gedragen als supportersvereniging in deze wedstrijd is echter nergens voor nodig. Wie naar de paardenrennen kijkt, hoeft toch aan de bijbehorende weddenschappen niet mee te doen – tenzij je je geld graag kwijt wilt.

Waar zit het belang van verkiezingen? Het zijn vooral krachtmetingen binnen de elite. Welke groep politici gaat de komende tijd de staat besturen, en daarmee het kapitalisme van politiek management voorzien? En wat zal de koers zijn van dat management, doorgaans ‘regering’ genoemd? Vanuit de onderkant bekeken: hóé gaan de elites ons eronder houden en zich ten koste va ons verder verrijken? En welke gezichten mogen die elites aanvoeren? In verkiezingen worden ‘wij’ in dat proces geconsulteerd, zodat de politici zich vervolgens achter ‘ons’ kunnen verschuilen. Maar gekozen politici zijn voor de uitvoering van beleid afhankelijk van een staat vol benoemde ambtenaren. Daarom, en omdat die staat verstrengeld is met kapitalistisch bedrijfsleven, nationaal en internationaal, en/of zelf als kapitalistische onderneming functioneert, hebben de politici heel weinig speelruimte. Ze hebben niet de mogelijkheid om echt tegemoet te komen aan belangen en verlangens van onderliggende groepen die haaks staan met kapitaalsbelangen. Doen ze dat toch, dan zullen ze tot de kapitalistische orde worden geroepen via ambtelijke sabotage, rechterlijke uitspraken, pressie vanuit legertop en geheime diensten en/of hevige druk vanuit banken en bedrijven die de economie liever doen crashen dan inlevering van hun macht en rijkdom t tolereren. Is dat niet genoeg? Denk ‘kapitaalvlucht’. Denk ‘economische blokkade’. Denk ‘NAVO-ingrijpen’. Denk ‘staatsgreep’. Politici zijn van invloed op beleidsnuances en beleidsformulering. Maar ze maken in essentie niet de dienst uit. Dat doen topondernemers en topambtenaren en dergelijke. Hun positie wordt niet in ‘vrije verkiezingen’ vastgesteld, maar is vooral een kwestie van geld en connecties.

Onze stem is nuttig voor hun: het geeft ze legitimatie als ‘onze’ vertegenwoordigers, waar we vervolgens geen werkelijke greep meer op hebben na verkiezingsdag. Het geeft bijvoorbeeld het bezuinigingsbeleid dat momenteel wordt voorbereid een stempel van goedkeuring: deze bezuinigingen worden u aangeboden door De Nederlandse Kiezer. Volgens een werkgroep van hoge ambtenarenmoet er 20 miljard extra bezuinigd worden in de komende kabinetsperiode. Volgens het Centraal Planbureau moet het bedrag zelfs 25 miljard zijn, als partijen de Heilige Graal, ook bekend als ‘ begrotingsevenwicht’, willen bereiken. Aan die doelstelling twijfelen is heiligschennis in een land waar neoliberalisme de staatsgodsdienst is. De 20 dan wel 25 miljard komt bovenop de 18 miljard van de gedoogcoalitie-Rutte en de ruim 13 miljard van het Kunduz-akkoord. Dit vloeit niet uit kiezerskeuzes voort, maar uit afwegingen vanuit staat en kapitaal. Het pakket krijgt ‘wetenschappelijke’ status via het Centraal Planbureau dat er een aura van onvermijdelijkheid aan meegeeft. En ja hoor, premier Rutte kopt de bal meteen in en noemt nieuwe bezuinigingen ter waarden van miljarden euro’s… “onvermijdelijk”. Rutte: “het moet, het kan niet anders”.

We mogen straks dus stemmen op degenen die bezuinigingen ter waarde van 20 miljard, of 25 miljard, of welk bedrag topfunctionarissen ook te voorschijn toveren, gaan doordrukken. Stemmen voor of tegen de 20 miljard, of 25 miljard is nauwelijks een optie, en zelfs als we een partij groot maken die ‘slechts’ 15 miljard wil bezuinigen, dan zal ook die partij vanuit ambtenarij en bedrijfsleven de druk te voelen krijgen om toch richting die 20 en 25 miljard te gaan. Nul miljard bezuinigingen is in deze hele logica volstrekt ondenkbaar. Zo worden we, via onze stem, medeplichtig gemaakt aan dingen die we vaak helemaal niet willen. Zelfs als we een partij vinden die wel tegenstemt, dan legitimeert onze stem daarop immers toch mede de uitslag, ook als die partij verliest: we hebben dan immers meegedaan met het spel? Via verkiezingen krijgt ‘het volk’ via deze procedure te horen wat het wil, ook al wil de bevolking in groten getale liever iets heel anders.

We kiezen in feite onze eigen beulen, we mogen aangeven met welk wapen we onze executie het liefst zouden doen uitvoeren. Stemmen is: macht weggeven aan politici, jezelf kleiner maken dan je bent, afstand doen van een stuk zeggenschap vanuit jezelf, ánderen aanwijzen om beleid te maken. Het maakt de staat sterker, het makt ons zwakker. Zo bezien versterkt stemmen onze vijand, ongeacht wat je precies stemt. Ja, er zijn tactische redenen te bedenken waarom in bepaalde omstandigheden andere factoren zwaarder wegen. Wilders niet te groot laten worden, rechts in de minderheid duwen, noem maar op. Maar zelfs als je die tactische redenen voorrang geeft – hetgeen ik niet meer bereid ben te doen – dan nog geldt dat je zo machtsafstand doet en de vijand versterkt. Daar kun je, uit pragmatische overwegingen, overheen stappen maar het blijft wel een realiteit. Die vijand is immers groter dan deze of gene regering of parlementaire meerderheid. Die vijand is het staatsbestel en het daarmee verweven kapitalisme zelf.

Dit alles betekent dat verkiezingen nadrukkelijk geen machtsmiddel zijn waarmee de brede onderkant in de maatschappij – een overgrote meerderheid! – haar bevrijding kan bereiken, of zelfs maar wezenlijk dichterbij kan brengen. Dat wil echter nog niet zeggen dat verkiezingen daarom onbeduidend zijn. In verkiezingen wordt zichtbaar hoe de stemming onder brede lagen van de bevolking is, hoe groot de kracht van diverse opvattingen is, in hoeverre mensen de gang van zaken accepteren, of verandering willen, en welk type verandering dan. Ook mensen die in verkiezingen helemaal geen hefboom voor verandering ten goede zien, zijn actief in een maatschappij waar veel andere mensen – met wie we samen een andere wereld willen bereiken – (nog) wel via verkiezingen vooruitgang willen zien komen. Verkiezingen analyseren betekent ook: beter kunnen inschatten wat er leeft onder mensen, wat mensen willen, verlangen, en hopen. Als straks bijvoorbeeld Syriza in Griekenland de grootste partij wordt, dan laat dat zien dat erg veel mensen in dat land het bezuinigingsbeleid afwijzen. Het laat tegelijk echter ook zien dat heel veel mensen denken – of zich vastklampen aan het idee – dat politici met een goed verhaal dat bezuinigingsbeleid kunnen terugdraaien. Het is een uiting van weerzin tegen bezuinigingen. Het is daarmee nog niet een effectief antwoord op die bezuinigingen. Als symptoom is het echter wel degelijk van belang. Het is geen effectieve paraplu, zo’n verkiezingsuitslag, maar als barometer niet geheel nutteloos. Juist als we de illusie dat via de stembus bezuinigingen te verslaan zijn willen helpen doorbreken, is het belangrijk om 1. te zien hoeveel mensen die bezuinigingen echt spuugzat zijn, maar ook 2. hoe breed die te doorbreken illusie leeft.

Inschatting van krachtsverhoudingen, analyse van de context van de strijd, daarom doen verkiezingen ertoe. Maar het hypen van verkiezingsdeelname, het tot iedere prijs zoeken naar kandidaten die gesteund moeten worden, is een gevaarlijke valkuil – een valkuil die een groot deel van links zo ongeveer tot vaste woonplaats heeft verkozen. Binnenkort meer over een tamelijk wrang voorbeeld van links in de valkuil, rond verkiezingskeuzes in Egypte.

 

Verscheen eerder op peterstormschrijft.wordpress.com. Auteur: Peter Storm.

11 gedachten over “Verkiezingen als valkuil”

  1. Gebaseerd op de titel heb ik de neiging je te geloven.
    Maar gebaseerd op de scrolbalk krijg ik een tl;dr instelling.

  2. @4: Dat zou hier misschien zo gaan, maar in landen waar men echt zeggenschap heeft moeten ze stadions afhuren vanwege de grote belangstelling.

  3. @5, Joke
    Met grapjes los je het probleem niet op. In stadions kun je niet vergaderen.

  4. @6: Dat was geen grap, zo gaat het echt. In bepaalde delen van Brazilië bv. waar stadswijken hun eigen begroting in elkaar zetten. Op die manier kun je een heel netwerk van zelfbestuur opzetten.

  5. @Peter, was ik net op het punt om je enige gelijk te geven, toen ik me bedacht dat in Nederland bijvoorbeeld heeft de SP nooit de kans gehad om te regeren, ook in de gevallen waar het een aanzienlijk groter aantal kiezers dan PVV deed vertegenwoordigen.

    Mag ik even afwachten op een regeringsleider van SP en dan zou ik terug willen komen op je vraagstuk.
    Stemmen heeft altijd betekenis daar waar je keuze heb.
    Niet stemmen betekent gewoon dat je geen keuze wordt aangeboden.

  6. #8
    merkwaardig dat een linkse PvdA tegen het referendum is maar D66 en PVV voor.

  7. @8 / @10: Referenda zijn wel een aardig instrument om ernaast te hebben, maar kennen ook flinke tekortkomingen. Dat zijn vnl. dezelfde bezwaren die ook aan vertegenwoordigende democratie kleven: die van de dictatuur van de meerderheid en de invloed van populisme. Je ziet bv. aan het Zwitserse minarettenverbod dat het op zo’n manier mogelijk is elkaars vrijheden in te perken, gewoon omdat je daar zin in hebt.

    Je kan die bezwaren nooit helemaal wegnemen, maar m.i. is het van groot belang dat mensen onderling standpunten en informatie uitwisselen, voordat ze definitief hun mening bepalen. Uit referenda kun je niet opmaken in welke mate men voor of tegen is, en op grond waarvan. M.a.w. je kunt die stemmen niet wegen, en er ontstaat ook geen begrip voor elkaars wensen.

    Over de Occupy-beweging schreef @Peter laatst dat binnen de kortste keren de neiging de kop opstak om elk spontaan initiatief te smoren in de bureaucratische norm dat alles door de centrale assemblé moest worden goedgekeurd (met algehele instemming ): http://www.krapuul.nl/nieuws/78035/gelderloos-democratie-anarchie/. M.a.w. het werd al gauw hiërarchisch en autoritair. Je moet dus, als je zoiets gaat doen, continu de vinger aan de pols houden wat dat betreft. Maar er bestaan hele regio’s die zichzelf op zo’n manier besturen.

Reacties zijn gesloten.