De topveertig en de handboeien

Een paar dagen geleden hoorde ik een nummer door de boxen in de supermarkt waarvan ik dacht: “dat ze dit zomaar laten horen”.
Ik ben eerlijk gezegd alweer vergeten wat het was en nu ik het opschrijf dringt het tot mij door dat het toch merkwaardig is dat je in winkels muziek (geen muzak) uit boxen over je heen krijgt. Afschuwelijke sinterklaasliedjes tegen Sinterklaas (en vreemd evengoed, wel chocoladeletters verkopen in september, maar die zeiknummers komen pas eind november) en wat men kerstmuziek is gaan noemen tegen Kerst. Niet Nu sijt wellecome ofzo maar Dingedongdingdengdoe, u weet wel. Gewoon zonder muzikaal behang je levensmiddelen bijeenzoeken, zou dat ook nog kunnen?

Ik weet dus al niet meer welk nummer mij trof maar het bracht mij aan het denken over hoe het zou kunnen dat “top-40-muziek” zo criant vervelend is. Het is zo strontvervelend dat het als genre wordt gezien tegenwoordig, waarover zometeen.

In de top-40 kom je terecht als je een wedstrijd gewonnen hebt op televisie. Of zo’n wedstrijd zou hebben kunnen winnen. Bij zo’n wedstrijd gaat het er om dat je de ideale schoonzoon (achter je rug wordt gefluisterd: “Weet je zeker dat hij niet van de verkante keer is?”) of de lekkere schoondochter (achter je rug wordt gezegd: “Wat een lellebel”) kunt uithangen en risicoloze liedjes kweelt in elementair Engels. Het mag ook in het Nederlands. Nederland is op dit gebied ver gevorderd, het Verenigd Koninkrijk had nog een heel gevecht over de Kerst-nr.1. Het op zich als gouwe ouwe het graf in gedraaide He ain’t heavy, he’s my brother door een keur aan artiesten met Liverpool als achtergrond, moest en zou nr.1 worden met Kerst, en niet weer een onbeduidende winnaar van weer zo’n televisiewedstrijd. Het lukte. Het lied gaat ergens over en het had een aanleiding: gerechtigheid voor de slachtoffers van Hillsborough. De afrekening kwam met Nieuwjaar want we moesten toch nog even weten dat een X-factorjankerd op 1 stond inmiddels. “Risicoloos” is het woord voor het genre, een aanduiding die een extra dimensie krijgt nu.

Die wedstrijdliedjes zijn pas echt goede wedstrijdliedjes als er op jammerige toon in gezongen wordt. Melisma heet zo’n jammerende toonwisseling tijdens een enkel gezongen woord – ik associeer het met de geluiden die gepaard gaan met niet goed lukkend overgeven (ha, dahaar koohoohomt het). De zangeres (meestal) jammert dat ze van die ahaahaannder houhouhoudt maar… (bespaar mij de rest).
Waarom geldt dit als een genre dat de Massa goed vindt – of inmiddels kan men zonder terughoudendheid zeggen: goed moet vinden? Want inmiddels ben je verdacht als je slachtofferig gejammer niet goed vindt maar popmuziek die onconventioneel bevonden wordt.

Ter Bogt en Keijsers maken in hun onderzoek een onderscheid tussen kinderen die luisteren naar mainstreammuziek en afwijkende, ofwel niet-mainstream muziek. Kinderen van 12 die de voorkeur geven aan top40-muziek, vertonen, net als kinderen die het liefst naar klassiek en jazz luisteren, op latere leeftijd weinig of geen probleemgedrag. Ter Bogt: “De risicogroep bestaat uit kinderen die op jonge leeftijd een onconventionele muzieksmaak hebben. Denk aan heavy metal, punk, gothic, hiphop, hardhouse of techno.”

Wetenschappelijk verantwoorde diagnose, ik heb er vandaag al eerder over geschreven.

Je kunt denken: de spruitjesgeur van de jaren vijftig terug in de vorm van popprofessoraten en flauwekulonderzoek. Elvis Presley kweekte oversekste criminelen, dat was algemeen bekend. Nozems, kent u het woord nog? Het erge een halve eeuw later is dat zulk “onderzoek” past in een patroon van oorlog tegen mensen in het algemeen en tegen de jeugd in het bijzonder. Een voortdurende vermaning uw eigen cipier te wezen of de cipier van uw allernaasten, zoniet, dan zorgen Opstelten en Teeven (en hun eventuele opvolgers) wel voor de preventieve internering.

Ik dacht dat ik tamelijk onder restricties ben opgegroeid. Maar ik kreeg zelfs geen vermaning als ik loeihard een garageband opzette op mijn toch tamelijk gehorige kamertje. Gelooft u in vooruitgang? O – en hier ben ik terug bij die supermarkt – garagebands hadden een goede kans in “de top-40” terecht te komen destijds.. Top-40 was nog geen genre. Het zou niet eens zo lang meer duren of het werd dit wel. Maar ook toen rammelden nog niet de sleutels en de handboeien als je er niet van hield…