Country(rock)klassieker du jour: The Byrds – Hickory Wind

Tot Sweetheart of the Rodeo werd country gezien als  de muziek van luidruchtige, rood aangelopen rednecks. Dat was medio 1967 niet geheel onbegrijpelijk en evenmin geheel onterecht. Daarbij werd echter vergeten dat country oorspronkelijk een rebels, volks genre was, de ‘witte’ versie van de blues, als je wilt. Alleen al de introductie van dit ten onrechte geminachte genre bij een generatie die het vooral associeerde met reactionare schreeuwers van het type Donald Trump, zou voldoende moeten zijn om The Byrds te verzekeren van een plaats in het Walhalla van de rock ’n roll.

Sweetheart of the Rodeo vormde ook de introductie van Gram Parsons bij een groot publiek. Parsons zou na zijn periode bij The Byrds naam maken met The Flying Burrito Brothers (The Gilded Palace of Sin) en twee fantastische soloplaten (GP en Grievous Angel), vooraleer aan een overdosis heroïne te bezwijken.

In South Carolina, there’re many tall pines
I remember the oak tree that we used to climb
But now when I’m lonesome I always pretend
That I’m headin’ the field of hickory wind

I started out younger, had most everything
All the riches and pleasures, what else can life bring?
But it makes me feel better each time you begin
Callin’ me home, hickory wind

It’s a hard way to find out that trouble is real
In a faraway city with a faraway feel
But it makes me feel better each time you begin
Callin’ me home, hickory wind
Keeps callin’ me home, hickory wind