8 gedachten over “Bolkestein: Rutte is dappere verzetsstrijder tegen Europa!”

  1. Heeft ie überhaupt wel wat zinnigs gedaan?

    Volgens mij is het gewoon een natte wind, het heeft in ieder geval alle kenmerken:
    -kwam onverwachts
    -kwam ongelegen
    -een drama om de zooi weer op te ruimen
    -voorzichtig bruin, hoewel wat waterig
    -iedereen om ons heen weet niet of ie nou moet lachen of beter van niet

  2. Beetje flauw natuurlijk, hetzelfde gaan ze na Roemer ook zeggen. Op het bruine na dan, maar daar is vast wel een mouw aan te passen.

  3. Bolkestein geeft een valse voorstelling van zaken. Het is gebruikelijk voor de VVD en hem in het bijzonder. De valsheid even analyseren is nuttig.

    1. Griekenland. Bolkestein suggereert: “Natuurlijk wist men dat Griekenland met zijn cijfers had gesjoemeld. Maar lichtvaardig en hooggestemd als men was, tilde men daar niet echt aan.”
    Er speelden destijds heel andere overwegingen. Had de toenmalige EG Griekenland niet toegelaten, dan was de vrees dat Griekenland naar het communistische blok zou gaan.

    2. Roemenië en Bulgarije. B. stelt: “‘Het spijt mij maar het feest gaat niet door.’ Dat getuigt toch van onwil en van slechte manieren?”
    Sinds wanneer zijn ‘slechte manieren’ een argument in de politiek? Tot de toetreding van Roemenië en Bulgarije was al kort na de val van de Muur besloten. De overweging was dat een niet toelaten van de Oost-Europese staten Rusland een grote kans zou geven zich te reorganiseren langs de grenzen van de oude Sovjet-Unie.

    3. Europese betalingen. Volgens B.: “Waarom zou Nederland het dubbele moeten betalen (per hoofd) als een vergelijkbaar land als Denemarken?”
    Nederland zou inderdaad niet meer moeten betalen. Een eenvoudige oplossing om niet steeds over bijdragen te zeveren is een Europese belasting. Maar daar is Bolkestein dan weer tegen.

    4. Verhoging Europese bijdrage. B. meent: “Een oplopende begroting tot een continuering van bestaand beleid leidt zodat slechte projecten niet worden gestopt.”
    Het was juist de bedoeling om vooral projecten in Oost-Europese landen te financieren, zodat ze zo snel mogelijk met de ‘oude’ westelijke landen konden meedoen. Daar was extra geld voor nodig.

    5. Een federaal Europa. B. denkt: “In het begin van de jaren negentig is verandering gekomen in de federale gezindheid in Europa. Nu ziet niemand meer iets in een Europees federalisme.”
    Juist nu blijkt door de eurocrisis dat die alleen op te lossen is door een eensgezinde gezamenlijke aanpak, dus door federalisme. Maar federalisme bedreigt de mogelijkheden om het ene land tegen het andere uit te spelen en het bedreigt daarmee de honingpotten voor de profiteurs.

Reacties zijn gesloten.