“Armen de schuld geven voor eigen ellende? Griezelig!”

“Wie arm is, heeft dat alleen maar aan zichzelf te wijten.” Zo oordeelde de goegemeente meer dan eens in de 19de eeuw. Anno 2016 is die opvatting opnieuw ‘bon ton’ bij sommigen. “Griezelig”, vindt historicus Jaak Brepoels, die onder de titel ‘Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn?’ een geschiedenis schetst van de Belgische arbeidersbeweging tussen 1830 en 2015. Het boek is uitgegeven bij Van Halewyck. [en komt voor in de Boekentips van Krapuul van enige tijd geleden – red.]

De christelijke en socialistische arbeidersbeweging kunnen een palmares voorleggen dat de grondleggers ervan voor onmogelijk zouden hebben gehouden. “Er is zwaar gestreden om arbeiders en werkers die veroordeeld waren tot een armoedig bestaan in de marge van de kapitalistische samenleving sociale rechten en meer bestaanszekerheid te geven”, zegt Brepoels. “In de 19de eeuw vond het establishment dat je maar hard moest werken om iets te bereiken, tegen om het even welke voorwaarden. Alleen wie toen geld had, hoefde zich geen zorgen te maken over de toekomst. Die visie maakt nu een verontrustende comeback.”

“Vanuit de politieke rechterzijde – N-VA en Open VLD – worden geregeld ballonnetjes opgelaten, die de toegang tot de sociale zekerheid en het leefloon koppelen aan strenge voorwaarden. Wie geen werk heeft of langdurig werkzoekend of ‘armlastig’ is, heeft dat bijgevolg alleen maar aan zichzelf te danken. Maar goed dat er tegen dat ‘voor-wat-hoort-wat’-verhaal steeds meer verzet komt: niet alleen van de vakbonden, maar ook van het middenveld, zoals het Netwerk tegen Armoede en Hart boven Hard.”

(Lees verder bij de bron van dit artikel)

Via:: dewereldmorgen.be