Oogkleppen

Na de aanslagen in Brussel dreigt het gevaar van een ruk naar rechts. Opiniemakers pleitten er vorige week alvast voor om een rechts discours vanaf nu ‘ernstig’ te nemen. Daarmee is de toon gezet. Na de mars van neonazi’s op de wake zondag zien we dat het tegendeel nodig is: we moeten verrechtsing ernstig bestrijden. In zoverre er oogkleppen en taboes zijn, die we na de aanslagen dringend moeten doorprikken, zijn het wel deze: stop met extreemrechts salonfähig te maken ‘in naam van de democratie’.

Trauma na terreur zorgt voor watertrappelen bij opiniemakers. Zo opperde moraalfilosoof Patrick Loobuyck in De Standaard vorige week (twee valkuilen, 23 maart) dat we nu ‘eerlijke analyses moeten durven maken’.

Concreet waarschuwt hij voor twee valkuilen: we mogen niet langer blind zijn voor de onderbuik van de sociale media (‘de kunst zal erin bestaan die onderbuik niet te negeren zonder ons er helemaal op af te stemmen’) en we hadden haatpredikers als Paul Cliteur, Hirsi Ali en Wim Van Rooy ernstig moeten nemen.

We mogen niet in de val trappen van onze ‘politieke correctheid’, schreef hij, en zo neemt hij het rechtse discours over. Na de aanval van neonazi’s op de wake op het Beursplein zondag weten we weer hoe absurd die oproep is. We zouden ‘uit respect voor onze oogkleppen bepaalde kritische analyses aan de kant gezet hebben’?

Welke oogkleppen?
Hebben progressieve opiniemakers niet voortdurend gewezen op het ruimere politieke en sociale plaatje waarbinnen radicalisering ontstaat, zowel die van jihadi’s als extreemrechts? Benadrukten ze niet dat stigmatisering en uitsluiting een gevaarlijke cocktail is binnen het huidige geopolitieke conflict waarin wij elders oorlog voeren?

(lees verder bij de bron)