Westerse landen schrappen massaal ontwikkelingshulp

Steeds meer westerse landen trekken zich terug uit de VN-organisatie voor Industriële Ontwikkeling (Unido) omwille van besparingen op ontwikkelingshulp. Ontwikkelingslanden trekken aan de alarmbel en eisen dat het probleem wordt aangepakt op een hoger politiek niveau.

Sinds 1993 verlieten al 9 westerse landen de VN-organisatie voor Industriële Ontwikkeling (Unido). Daar komen volgend jaar mogelijk nog 3 landen bij. Denemarken en Griekenland kondigden al aan dat ze de organisatie op 1 januari 2017 willen verlaten. In Nederland wacht een gelijkaardig voorstel nog op goedkeuring. De meeste landen halen bezuinigingen op ontwikkelingshulp aan als de voornaamste reden voor hun uittreding.

Plaatsvervangend VN-woordvoerder Farhan Haq had geen directe commentaar op de kwestie, maar zei wel dat de VN “steun aan de Unido uiteraard aanmoedigt”.

Momenteel bestaat de Unido uit 170 lidstaten, waarvan het grootste deel ontwikkelingslanden zijn. De VN-organisatie, die in 1966 werd opgericht en in 1985 werd omgedoopt tot gespecialiseerd bureau, heeft als missie om duurzame, industriële ontwikkeling in ontwikkelingslanden en overgangseconomieën te bevorderen.

Domino-effect
De G77, de grootste coalitie van ontwikkelingslanden, stelt dat de uittocht van westerse landen het internationale karakter en de geloofwaardigheid van de Unido ondermijnt. Verder zou de uitstroom ook zorgen voor een verminderde hoeveelheid ontwikkelingsmiddelen, en dus een verminderde capaciteit om diensten te leveren aan ontwikkelingslanden. Daarbij waarschuwt de coalitie nog het meest van al voor een domino-effect, waarbij alle westerse landen één voor één de organisatie zullen verlaten. (Lees verder bij de bron van dit artikel)

Via:: dewereldmorgen.be