Ngo’s zien invloed bij VN verminderen

Minder dan een jaar na de aanname van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s), maken niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) zich zorgen over verminderde invloed bij de Verenigde Naties en in de nationale politiek.

Wereldwijd zijn er naar schatting meer dan 10 miljoen ngo’s. Zo’n 4500 daarvan hebben een consultatieve status bij de Economische en Sociale Raad (Ecosoc) van de Verenigde Naties (VN). Deze geïnstitutionaliseerde manier om participatie te garanderen, wordt door velen gezien als een belangrijk middel. Veel ngo’s beweren echter dat hun invloed afneemt. Die ontwikkeling komt op een slecht moment, zeggen zij, want ze willen graag helpen bij de implementatie van de SDG’s.

Stavros Lambrinidis, speciale VN-vertegenwoordiger voor Mensenrechten, zei deze week tijdens een paneldiscussie in New York dat het implementeren van de SDG-agenda “onmogelijk is zonder maatschappelijke organisaties.” Regeringen hoeven niet eens te zijn met alles wat ngo’s inbrengen, maar ze hebben wel de plicht hun vrije functioneren te garanderen en te luisteren, zei Lambrinidis.

Meer dan een waakhond
De Bulgaarse permanente vertegenwoordiger bij de VN, Stefan Tafrov, constateerde ook een afname in de participatie van ngo’s sinds vorig jaar. Hij meent dat er “een gevaar is dat die trend doorzet.”

De alom geprezen Ontwikkelingsagenda voor 2030, die zeventien doelstellingen telt, werd verondersteld maatschappelijke organisaties tot op zekere hoogte invloed te geven. In het The State of Civil Society Report 2016, in juni gepubliceerd door Civicus, staat dat burgerorganisaties (cso’s) – een andere aanduiding voor ngo’s – meer moeten zijn dan een waakhond, als het gaat om het bereiken van de SDG’s.

Kennelijk verloopt de communicatie momenteel echter niet optimaal. Dat zou met name het geval zijn op twee gebieden: de consultatie in landen en de aandacht voor gemarginaliseerde groepen zoals gehandicapten.

Salil Shetty, algemeen secretaris van Amnesty International, wees wat het eerste gebied betreft op de manier waarop vluchtelingen en Roma worden behandeld in Europa. Hij noemde “misbruik van de anti-terreurwetgeving in Europa een ernstige zaak.” Als het respecteren van de mensenrechten op zo’n manier achteruit gaat, zouden landen en niet-gouvernementele organisaties moeten samenwerken om dit tegen te gaan, concludeerden de deelnemers aan de discussie.
(Lees verder bij de bron van dit artikel)

Via:: dewereldmorgen.be