Mexicaanse aardbevingen leggen diepe ongelijkheid bloot

De twee aardbevingen die Mexico in september troffen, leggen de diepe ongelijkheid in het land bloot, schrijft Luis Gómez Romero, hoogleraar aan de University of Wollongong in Australië. De grotendeels inheemse bevolking van de zuidelijke staten lijdt al twee eeuwen onder stuitende armoede, en is opnieuw zwaar getroffen.

Op 16 september 1810, vroeg in de ochtend, liet priester Miguel Hidalgo y Costilla de klokken luiden van zijn kerk in het kleine dorpje Dolores bij Guanajuato, Mexico. Hij spoorde zijn toegestroomde parochianen aan te revolteren tegen de Napoleontische regering.

Zijn strijdkreet, die later bekend werd als de “Grito de Dolores” (Schreeuw van Dolores), leidde uiteindelijk tot de Mexicaanse onafhankelijkheidsoorlog. Elke vijftiende september speelt de Mexicaanse president de gebeurtenis na vanaf het balkon van het Nationaal Paleis in Mexico-Stad.

In 2017, een week voor onafhankelijkheidsdag, werd de Mexicaanse zuidkust getroffen door een historische aardbeving die bijna honderd slachtoffers eiste. President Enrique Peña voegde daarom een referentie toe naar de verpauperde staten die het zwaarst getroffen waren: “Lang leve de solidariteit van de Mexicanen met Chiapas en Oaxaca!”

Het was een leuke aanvulling op de traditie, maar de twee staten zullen meer nodig hebben dan een uiting van solidariteit om te herstellen van de klap. De aardbeving, met een kracht van 8.2 op de schaal van richter, was de zwaarste in meer dan honderd jaar in het land – erger zelfs dan de beruchte aardbeving in 1985, die tot veertigduizend slachtoffers eiste.

Natuurlijke en menselijke oorzaken
Ik was elf jaar in 1985, en ik herinner me hoe de regering van president Miguel de la Madrid toen reageerde met wat enkel “criminele apathie” genoemd kan worden: in de eerste dagen mocht het leger geen slachtoffers redden, en wees de regering internationale hulp af.
(Lees verder bij de bron van dit artikel)

Via:: dewereldmorgen.be