President Brazilië formeel in staat van beschuldiging gesteld

De Braziliaanse president Michel Temer is door het OM officieel in staat van beschuldiging gesteld wegens samenzwering en het ondermijnen van een gerechtelijk onderzoek naar corruptie. Uit afgeluisterde telefoongesprekken zou blijken dat Temer opdracht heeft gegeven zwijggeld te betalen aan de in de gevangenis verblijvende voormalige parlementsvoorzitter Eduardo Cunha.

Volgens de openbaar aanklager heeft Temer bovendien geprobeerd het onderzoek naar corruptie binnen de Braziliaanse politieke kaste te saboteren. Temer zou daarbij hebben samengewerkt met Aécio Neves, de runner-up tijdens de laatste presidentsverkiezingen.

Inmiddels lijkt half Brazilië op één of andere manier betrokken bij een omkoopschandaal: het OM onderzoekt de gangen van ruim 1000(!) politici. Het onderzoek strekt zich uit over het hele politieke spectrum, van links tot rechts. Niet alleen politici zitten in het verdachtenbankje: ook Gilmar Mendes, een rechter bij het Braziliaanse Hooggerechtshof, wordt door het OM beschuldigd van corruptie. Hij zou Neves hebben gesteund in zijn pogingen het onderzoek te saboteren.

Centraal in het onderzoek staat de handel en wandel van JBS, het grootste vleesverwerkingsbedrijf ter wereld. Formeel is JBS een privé-onderneming, maar het profiteert al sinds jaar en dag van ruimhartige overheidssubsidies. In ruil daarvoor zorgde JBS ervoor dat de bankrekeningen van Braziliaanse politici  goed gevuld bleven.

Temer is inmiddels van diverse kanten opgeroepen af te treden, maar dat zal hij waarschijnlijk zonder forse druk van ‘de straat’ niet doen. Het schandaal, in combinatie met het door Temer afgekondigde harde bezuinigingsbeleid, zorgt al maanden voor veel onrust in Brazilië. Het probleem is dat het niet meteen duidelijk is wie Temer op zou moeten volgen: letterlijk álle politieke partijen van enige importantie hebben vuile handen.