Calais: ziekte, koude, honger en politiegeweld

Net bij mijn ouders gaan eten. Gezellig. Het hele gezin aan de keukentafel. Bijpraten over de beslommeringen van ons stadse leven. School, werk, de aflevering van ‘Elvis blijft bestaan’ met Ilja Pfeijffer. Dan op een redelijk uur gaan slapen, in een warm bed. Ik sloot mijn ogen en alles voelde zo onwerkelijk aan.

Ik zag de gezichten van de vluchtelingen in Calais die ik de voorbije weken te eten gaf, aan wie ik te weinig kleren kon geven voor de kille nacht. Ik stond achter een tafel met een grote dampende pot currysaus. Een voor een kwamen ze met hun plastieken bord aan me voorbij, behoeftig, ontegensprekelijk behoeftig. Toch hadden de meesten een glimlach. Aarzelend lag die op hun lippen. Sommigen zeiden: thanks brother. Anderen zwegen.

Ik heb de laatste weken van mijn vakantie doorgebracht als vrijwilliger bij Utopia, Help Refugees en Refugee Community Kitchen, drie grassroots organisaties die humanitaire hulp verstrekken aan de talloze migranten in Calais.

Een dertigtal vrijwilligers werkt er minstens tien uur per dag om erger te voorkomen. Deze burgers vervullen er de zware taak van humanitaire hulpverlening, een verantwoordelijkheid die eigenlijk op de schouders van de Franse staat en haar bevoegde instanties zou moeten vallen.

(Lees verder bij de bron van dit artikel)

Via:: dewereldmorgen.be