Over schouderklopjes en framing

We hebben het punt bereikt dat witte mensen zichzelf schouderklopjes geven over de voortgang van de zwarte piet discussie. Wanneer  structureel ruimte gegund wordt in het publieke debat aan verontwaardigde witte mannen, die het recht claimen om feiten te blijven bevragen, is de ongelijkwaardigheid tussen de deelnemers aan het debat aangetoond. De stemmen van de voorstanders voor een inclusief feest worden gedempt zodat de witte gevestigde orde alleen zichzelf nog hoort. Daardoor zie je ook meer stukken waarin men zichzelf een schouderklopje geeft voor de inzichten die zogenaamd op een neutrale afstand zijn voortgekomen. Hierbij wordt het werk van zwarte mensen en anderen systematisch gewist. De weigering van dit stuk door de Volkskrant is daar een mooi voorbeeld van.

Een ander voorbeeld is dat een keer tijdens een discussie door kunstenaar Katinka Simonse, Tinkebell, over mijn toon in het Zwarte Piet debat, zonder ironie werd gevraagd wat ik zelf ooit had gedaan voor mijn zwarte medemens. Zij meende dat haar eigen vrijwilligerswerk haar het recht gaf om aan te geven wie wel en wie niet juist handelde voor hulpbehoevenden. Dat het werk wat ze bekritiseerde juist over de emancipatie van voormalige koloniale subjecten in de Nederlandse context gaat was haar dus ontgaan. Of misschien had zij er een probleem om het feit dat men zich niet meer als hulpbehoevende opstelde en haar dus niet nodig had in de discussie. Van de week kreeg ik te horen dat Tinkebell nu bezig is met een werk waarvoor ze botten van de in Bangladesh omgekomen mode fabriekswerkers gebruikt. Tijdens de Peerke Donders lezing gaat ze het daarover hebben. Weer een witte held die even komt laten zien hoe zij zichzelf in het middelpunt van de misère van een ander plaatst om daarvan te kunnen profiteren.

(Lees verder bij de bron van dit artikel)

h/t Doorbraak